Zoeken

Roofs 2001-08-24 Op alle niveaus terug naar vakmanschap in het bouwproces

    Dirk van der Veer is directeur van de Koninklijke Maatschappij tot Bevordering van de Bouwkunst Bond van Nederlandse architecten. Tevens is hij voorzitter van de Raad van Advies van Dakmerk. Een gesprek over de overeenkomsten en verschillen tussen de architecten- en dakbedekkingbranche en over de ontwikkelingen in de bouw.
Dakmerk
Dirk van der Veer is zelf geen architect, maar jurist. “Architecten zijn de meest bijzondere groepering in dit land” licht hij toe. “Zij kunnen zich niet permitteren om eenzijdig te zijn. Het spanningsveld waar architecten in werkzaam zijn is het best te illustreren aan de drie-eenheid van de oude Romein Vitruvius: fermitas, utilitas en vernustas, ofwel functionaliteit, sterkte en schoonheid. Voor een architect gaat het om het samenbrengen van de verschillende disciplines”.

Daardoor is ook de directeur van BNA betrokken bij een groot aantal organisaties, bijvoorbeeld de Stichting Bouwkwaliteit, het Nederlands Normalisatie Instituut, Stabu, maar ook Stichting Bonas, een organisatie die zich bezig houdt met Bibliografie en oeuvrelijsten van Nederlandse architecten. De BNA participeert in veel overlegstructuren en er wordt nogal wat afgepraat in bouwend Nederland. “Architectuur is vooral communiceren en dat vinden wij als BNA heel belangrijk. Een gebouw communiceert met de buitenwacht. Maar we doen alleen nog mee, wanneer er sprake is van een open communicatie. De Raad van Advies van Dakmerk is daar een goed voorbeeld van. In het verleden hebben we ook wel deelgenomen aan processen waar met de mond dicht gepraat wordt, achteruit onderhandeld of met dubbele agenda’s wordt gewerkt. Daarvan heeft de BNA onlangs gezegd, daar doen we niet aan mee. Als je niet op een volwaardige manier met elkaar kunt praten, dan heeft overleg geen enkele zin”.

Voor Van der Veer is het in de bouw terugkeren van vakmanschap op alle niveaus van groot belang. Projecten moeten beheerst worden door vakkundige mensen, zowel aan de kant van de architect, als die van de aannemer en onderaannemers. “Veel projecten starten onder een verkeerd gesternte, contracten zijn uitgekleed, daardoor heeft geen van de partijen in het bouwproces nog geld om een beetje zijn best te doen. Dat terwijl enorm veel geld blijft hangen aan andere strijkstokken, bijvoorbeeld controleurs, procesbegeleiders, bouwmanagers. Mede daardoor ligt er teveel nadruk op geld en juristerij”. Een overmaat aan waakhonden en controleurs voegt niets toe aan het uiteindelijke resultaat. Daarvoor zorgen natuurlijk alleen de architecten en uitvoerende partijen. Tegelijkertijd constateert Van der Veer, dat dit alleen kan, wanneer een architect ook afgerekend kan worden op zijn prestatie.
In de dakbedekkingbranche worden bedrijven met het kwaliteitskeurmerk Dakmerk intensief gecontroleerd. Een belangrijk aspect hiervan is volgens Van der Veer de grote hoeveelheid gegevens die je krijgt door al die inspecties. Daarmee ontwikkel je een schat aan informatie en kun je functioneren als kenniscentrum. Een hele goede koers volgens Van der Veer. Vooral omdat dat het steeds weer nieuwe impulsen kan geven aan het vakmanschap en daar gaat het immers om in de toekomst!

Ook de BNA biedt aan haar leden ondersteuning op allerlei gebieden. “Wij werken aan een permanente ontwikkeling van de kennis en de kunde van de beroepsgroep. Dat zorgt ervoor dat onze leden hun positie in de markt kunnen behouden. “De titel architect is beschermd, maar in Nederland kan iedereen een bouwaanvraag indienen.” Van der Veer gelooft niet in formele beschermingsregels. “Je moet zorgen, dat de beroepsgroep het waard is om gevraagd te worden. In andere landen zie je wel beschermingsconstructies, maar daarmee bescherm je ook een heleboel non kwaliteit.” In dit verband brengt Van der Veer de aandacht op een notitie van de NMA (Nederlandse Mededingings Autoriteit). “In detail heb ik deze notitie nog niet kunnen bestuderen”, merkt hij enigszins fel op “maar ik heb wel gemerkt aan andere uitingen en aan de manier van denken, dat deze laatste notitie op gespannen voet staat met datgene wat sinds 1855 in onze Grondwet staat, namelijk dat het recht op vrijheid van verenigen en vergaderen. Ik ben voldoende jurist om te vinden, dat ze aan dat grondrecht echt niet mogen komen.
Veel regelgeving komt in de verkeerde volgorde tot stand. Zo is sinds de invoering van het bouwbesluit het begrip norm heel anders geïnterpreteerd, het verschil tussen voorschrift en norm is absoluut verwaterd. “Vroeger was een norm datgene wat de praktijk normaal vond en vervolgens vonden we het dan wel verstandig om het een keer op te schrijven. Nu zijn normen ingewikkelde documenten, daardoor zijn ze vaak onwerkbaar. Bijvoorbeeld de EPN (Energie Prestatie Norm), dat is voer voor knappe ingenieurs! Het is niet normaal om dingen zo ingewikkeld te maken.”
Het vak architect en dakdekker liggen eigenlijk heel dicht bij elkaar. Immers het woord tectum staat voor dak. Dus eigenlijk is de architect de aards dakdekker. Nu nog maakt de architect in veel bouwprocessen de keuze voor dakbedekking. “Ik kan me goed voorstellen” zegt Van der Veer “ dat de architect vaak onvoldoende gespecialiseerde kennis heeft van materialen en van het proces. Dan is het de kunst om te zorgen, dat de architect of de bestekschrijver op de hoogte zijn van de kennis en de keuzes. dan kom je automatische weer terecht bij de kenniscentrum gedachte. Daarin speelt Dakmerk een hele goede voorlichtende rol.”

Tot slot geeft Van der Veer zijn eerste reactie op het begrip kwaliteit. “Zonder kwaliteit kan het niet, maar dat is wat anders dan certificering. Continu bezig zijn met je kwaliteit is essentieel, maar dat is eigenlijk alleen nodig om je eigen proces te verbeteren. Daar is de winst te boeken. In een optimale situatie heeft iedereen, die betrokken is bij de bouw, dezelfde doelen in kwaliteitszorg. Niet alleen de ontwerper en de uitvoerende partijen, maar ook de opdrachtgever.”