Zoeken

Roofs 2002-11-10 Welke tint grijs kan wel, en welke niet?

Op donderdag 28 november 2002 organiseerde het Adviescentrum Aanbestedingen Burgerlijke- & Utiliteitsbouw (www.acabenu.nl) uit Nieuwegein haar eerste jaarcongres in 't Spant te Bussum met als onderwerp 'Aanbesteden na de bouwenquête'.

In het najaar van 2002 werd de parlementaire enquête naar de zogeheten 'bouwfraude' afgerond. De enquête-commissie (Commissie Vos) onderzocht illegale prijs- en werkverdelingsafspraken en ambtelijke corruptie. Het Adviescentrum Aanbestedingen Burgerlijke- & Utiliteitsbouw (ACA B&U) besloot om tijdens haar eerste jaarcongres deze enquête en de uitkomsten ervan onder de loep te nemen. In de loop van het najaar bleek, dat het rapport van de Commissie Vos pas op 12 december 2002 zou verschijnen. Er was echter genoeg stof voor een voorbeschouwing.

Het congres

Dit congres was van belang voor directie en managers van bedrijven, overheden en instellingen. Uit de aanmeldingen bleek dat het bouwbedrijfsleven daarvan voor ongeveer 40% deel uitmaakte, de opdrachtgevende overheden voor eveneens 40%, de adviseurs voor 15% en de resterende 5% van de bezoekers bestond uit advocaten, pers en onderzoekers.
Tijdens het congres stond het ochtendprogramma in het teken van de rekenvergoeding. In het middagprogramma kwam de integriteit van het aanbestedingsproces aan de orde. Vooraanstaande personen uit het veld gaven hun visie vanuit diverse invalshoeken op deze onderwerpen, waarna er ruimte was voor discussies onder dagvoorzitterschap van Victor Deconinck. Het duo Del Boca Vista zorgde voor een luchtige noot bij de onderwerpen tussen de diverse onderdelen van het programma door. Victor Deconinck gaf het startsein voor de dag door de aanwezigen een achttal stellingen voor te leggen, waarop door middel van een rode of groene kaart kon worden gereageerd. Daarop volgden de inleidingen, waarvan hieronder korte samenvattingen zijn opgenomen.

Prof. mr. W.G.Ph.E. Wedekind, hoogleraar aanbestedingsrecht aan de Universiteit van Amsterdam en Of Counsel bij Landwell advocaten en notarissen te Amsterdam

'Vergoeding offertekosten is rechtvaardig'


De rekenvergoeding is een teer onderwerp in de discussie over het aanbestedingsproces: is het gerechtvaardigd dat een meedingende aannemer een vergoeding krijgt voor het maken van een offerte bij complexere opdrachten? In beginsel wel, vond de heer Wedekind. Ook vanuit 'Brussel' is er na consultatie geen kritiek gekomen op het vergoedingenstelsel in het UAR 2001. De rekenvergoeding vergroot de onderlinge concurrentie en het is ook een stimulans voor MKB-bedrijven mee te doen. De overheid kan door aanbesteden grote besparingen behalen. Mag daar niet iets voor de inschrijvers tegenover staan? 'Het zorgt bovendien voor een rechtvaardige kostenallocatie. En het voorkomt dat afgewezenen met een enorme kater blijven zitten.'

Mr. J.M. Hebly, advocaat, partner, Houthoff Buruma advocaten, notarissen en belastingadviseurs

'Aanbestedingsproces draait om 'goede trouw'

Het aanbestedingsproces drijft in Nederland op het principe van 'goede trouw' (redelijkheid en billijkheid) tussen aannemers en opdrachtgevers. De heer Hebly: 'De Hoge Raad heeft beslist dat aannemer en opdrachtgever ook in de precontractuele fase te goeder trouw met elkaar om moeten gaan.' De vraag is hoe de partijen die 'goede trouw' moeten invullen. De toekomst van de precontractuele fase kan volgens Hebly twee kanten op gaan. 'Ofwel wij blijven in Nederland aanbesteden overeenkomstig de eisen van 'goede trouw'. Dat betekent dat je bij hoge eisen in redelijkheid een vergoeding betaalt. Maar als partijen er niet uitkomen, moeten we misschien naar het Angelsaksische model. Dan zet je voor elke mogelijke situatie de wederzijdse verplichtingen op papier. Ik denk echter dat niemand op een dergelijke juridisering van het aanbestedingsproces zit te wachten.'

Mevrouw mr. dr. E.R. Manunza, universitair hoofddocent Europees recht, departement Europees en internationaal publiekrecht, Universiteit van Tilburg

'Rekenvergoeding in strijd met Europees recht'

Het betalen van een rekenvergoeding is in strijd met de Europese wetgeving. Dat betoogde mevrouw Manunza. Om preciezer te zijn: de rekenvergoeding kan in strijd zijn met Europese staatssteunbepalingen. Volgens die bepalingen mogen overheden ondernemingen niet ongeoorloofd bevoordelen.Volgens Manunza is er veel gebrek aan deskundigheid over Europees recht. 'Advocaten en overheden hebben vaak niet meer kennis van Europees recht dan mijn derdejaars studenten. De gevolgen daarvan zijn ernstig: denk aan de Securitel- en ESF-affaires.' Als de Nederlandse overheid een regeling voor rekenvergoeding wil invoeren, doet zij er goed aan om deze te laten toetsen door Europese Commissie.

Ing. D. Meijer, businessunitmanager Kosten- kwaliteitadvisering, Brink Management & Advies, tevens voorzitter NVBK (Nederlandse Vereniging van Bouwkostendeskundigen)

Vergoeding, nee! Kostenbesparing, ja!

Het betalen van een rekenvergoeding is een slecht idee. In plaats daarvan moeten aanbieders en aanbesteders proberen de offertekosten te drukken. Dat betoogde de heer Meijer. 'De meeste aanbestedingen zijn op basis van volledig uitgewerkte bestekken. Driekwart van de tijd ben je bezig materiaalsoorten, hoeveelheden en verwerkingstijd te bepalen.' Terwijl daarover volgens Meijer juist geen discussie kan bestaan. 'Dat deel van de berekening zouden we door een adviseur moeten laten bepalen en mee moeten geven met het bestek. Een voordeel is dan dat de ingediende offertes wat betreft hoeveelheden identiek zijn. Eerlijker kan het niet.' Bovendien kan de aannemer zijn tijd dan benutten voor het bedenken van slimmigheidjes en alternatieven.

Forumdiscussie: de rekenvergoeding

Niet alleen de sprekers, ook het publiek was hevig verdeeld over het onderwerp 'de rekenvergoeding'. Zo'n 70 procent van het aanwezigen antwoordde volmondig 'ja' op de vraag of het toekennen van een rekenvergoeding de relatie tussen de overheid en bouw zou verbeteren. Dertig procent was het daar niet mee eens en vond die offertekosten onderdeel van de risico's van het ondernemen. Het verbaasde dagvoorzitter Victor Deconinck dat ook de inleiders zo'n uiteenlopend standpunt innamen: 'Mensen die ervoor hebben doorgeleerd, hebben totaal verschillende beweringen', merkte hij op.

In de zaal waren de voorstanders van de rekenvergoeding in elk geval in de meerderheid. 'Mijn rechtvaardigheidsgevoel zegt dat het een goed idee is,' zei een medewerker van een juridisch onderzoeksinstituut . 'Voor het doorrekenen krijg je iets substantieels terug: je lokt concurrentie uit.' Een medewerker van een baggerbedrijf sloot zich daarbij aan: 'Dat bevorderen van concurrentie is al een prestatie. De opdrachtgever kan vervolgens gebruik maken van de intellectuele gedachten van de aanbiedende partij.' Voorstanders voerden nog een argument aan: wanneer géén rekenvergoeding wordt gegeven, worden de kosten doorberekend in de algemene posten. Dat leidt tot een prijsstijging. 'Vroeg of laat zullen de kosten ergens terugkomen', zei hoogleraar Wedekind.

Het middagprogramma

Dr. ir. W. van Vonno, voorzitter raad van bestuur Koninklijke BAM NBM nv

'Nu een slag naar voren maken'

Bouwers, ambtenaren en accountants hebben imagoschade opgelopen door de bouwenquête, zei de heer van Vonno. 'Bouwers zijn terecht hard op de grond terecht gekomen. We zijn niet in staat geweest vanaf 1992 het hier en daar ontstane illegale overleg te stoppen.' Toch leeft bij bouwers de indruk dat zij er te negatief uit zijn gekomen, aldus Van Vonno: 'Er is veel aandacht besteed aan enkele vervelende incidenten. In iedere bedrijfstak zit aan de randen wel iets verkeerds. Als je daar op focust, vergeet je het midden.'

De bouw kan veel zelf doen om het imago te verbeteren. Van Vonno wijst op het feit dat de sector onmiddellijk met een zelfreinigingtraject is begonnen. 'Gedragscodes zijn aangescherpt of nieuw opgesteld. De rekenvergoeding tussen de bouwers onderling is verleden tijd.' Volgens Van Vonno is het nu een goed moment om 'met zijn allen een hele slag naar voren te maken.' Bijvoorbeeld door aan de slag te gaan met gezondere en transparantere contractvormen. De hele bedrijfskolom zou daarbij betrokken moeten zijn. Een tweede slag die de sector volgens Van Vonno moet maken, is de aanwending van privaat geld. 'Dat kan alleen als de bedrijfstak politiek gesteund wordt. En dat kan pas als we eindelijk een minister krijgen die voor de bouw gaat.'

Ing. G.K. van der Wal, hoofd afdeling AKI (Aanbestedingszaken, Kostenmanagement en Inkoop), Railinfrabeheer

'Bouwbedrijf moet meer probleemoplosser worden'

Railinfrabeheer is verantwoordelijk voor het beheer en de uitbreiding van het Nederlandse spoorwegnet. Met een aanbestedingsbudget van 1 tot 2 miljard euro per jaar is het bedrijf een belangrijke opdrachtgever in de bouwwereld. 'Het aanbestedingsgedrag is bij Railinfrabeheer aan duidelijke regels gebonden,' zei de heer Van der Wal. Integriteit is een integraal onderdeel hiervan. Een opvallende regel is het toepassen van prestatiemeting: bouwbedrijven die goed werk verrichten, krijgen punten. Hoe meer punten, hoe groter de kans dat het bedrijf opnieuw mag inschrijven.

Opdrachtgevers moeten bouwers niet in detail voorkauwen hoe zij moeten bouwen, vindt Van der Wal. 'Bij grootschalige design- en constructopdrachten kun je niet voorschrijven hoe groot de diameter van een tunnel precies moet zijn. Dat moet je de aannemer zelf laten doen.' Railinfrabeheer is dan ook gestopt met het verstrekken van referentie-ontwerpen. 'In plaats daarvan leggen wij een functionele vraag neer: wij moeten een brug hebben, los dat voor ons op.' Dat betekent dat het design onderdeel wordt van het aanbestedingsproces. Lastig is dan het bepalen van de meest economische aanbieder: hoe vergelijk je de prijs van onvergelijkbare ontwerpen? Railinfrabeheer lost dat op door het architectonische ontwerp in geld uit te drukken en mee te laten wegen. Van der Wal: 'Uiteindelijk komt de gunning dan toch aan degene met de laagste prijs.'

Ir. R.C. Campen, lid van raad van bestuur DHV, tevens voorzitter ONRI - Organisatie van advies- en ingenieursbureaus

Integriteit, transparantie, vakkennis en marge

Overheid, opdrachtgevers en uitvoerders moeten elk hun eigen lessen trekken uit de bouwfraude, vindt de heer Campen. Volgens ONRI schiet de aanbestedingspraktijk op vier punten tekort: integriteit, transparantie, vakkennis en marge. Campen: 'De uiteindelijke oplossing moet in gezamenlijkheid komen van alle betrokkenen. Dat vereist een wederzijds vertrouwen, dat nu nog ver te zoeken is.' De probleemaanpak zou zich op de vier punten moeten toespitsen. Wat betreft integriteit, doemen volgens Campen vragen op: 'Is het gaan voor de laatste prijs integer? Is het uitnodigen van zeer veel partijen voor een aanbesteding integer?'

De transparantie zou volgens Campen onder meer kunnen verbeteren door het bieden van gelijke kansen aan gelijkwaardige aanbieders. En op het punt vakkennis valt winst te halen door verdere professionalisering van aanbesteders en aanbieders. Wat betreft de marge zouden de participanten meer moeten focussen op 'life cycle kosten'. Bovendien is het belangrijk om aanbieders een redelijke bedrijfswinst toe te staan. Campen: 'De positie van de bouw is zeer zorgelijk. Wij denken dat het op dit moment geen gezonde bedrijfstak is. En dat is niet wat we willen.'

Forumdiscussie: hoe is de integriteit van het aanbestedingsproces te waarborgen?

Tijdens de inleidende vragenronde bleek er geen twijfel over te bestaan: de integriteit van het aanbestedingsproces is een gezamenlijke opgave voor de overheid en de bouw. Het voltallige publiek beantwoordde deze vraag met 'ja'. In de praktijk blijkt 'integriteit' echter moeilijk waar te maken, vinden afgevaardigden uit zowel de bouw als de overheid. Een eigenaar van een klein bouwbedrijf vindt het soms moeilijk om opdrachtgevers te vertrouwen: 'Vaak krijgen wij aanvragen op een kladje, of per e-mail. Ik zie niet of deze opdrachtgever aan twee of aan honderd aannemers een offerte vraagt.' Bij gemeenten leeft, anderzijds, wantrouwen tegenover aannemers. 'Ik kan transparantie geven', zegt een medewerker van een gemeente. 'Wat ik niet kan afdwingen, is transparantie bij de aannemer. Daar is vertrouwen voor nodig en dat is er op dit moment niet.'

Discussieleider Victor Deconinck vroeg zich af wat het perspectief is voor de komende jaren. Hoe vergroot je transparantie en integriteit? En hoe kun je deze vervolgens borgen?
Weinig deelnemers zagen heil in meer regelgeving. 'In Amerika barst het van de regelgeving en toch gaat de financiële wereld onderuit', zegt Van Vonno. 'Het moet tussen de oren zitten.' Om de integriteit te waarborgen, zijn innovatieve oplossingen nodig. Zoals het invoeren van prestatiemeting, functiescheiding en het rouleren van werknemers. Campen van DHV vindt het belangrijk dat er veel over het onderwerp wordt gepraat: 'Er zijn veel grijstinten. Welke tint grijs kan nu wel, en welke niet? Ik denk dat de bouwenquête helpt het bespreekbaar te maken.'