Zoeken

Roofs 2004-02-20 ‘Zonnestroom is binnen vijf jaar rendabel’

 De subsidie voor zonnepanelen staat al enige tijd ter discussie. De regering-Balkenende kondigde al vrij snel aan, te willen bezuinigen op de Energie Prestatie Regeling (EPR) – de regeling die de aanschafprijs van zonnepanelen laag houdt. Op Prinsjesdag werd zelfs de afschaffing van de regeling aangekondigd. Woningcorporatie de Dageraad heeft met de aanleg van het grootste zonnedak van Amsterdam voor het einde van 2003 nog juist kunnen profiteren van de regeling. Maar de toekomst is onzeker.

Zonnepanelen

Met de installatie van ruim 10.000 m2 zonnepanelen op de daken van 34 woongebouwen in verschillende stadsdelen van Amsterdam, maakt de Amsterdamse woningcorporatie een begin met grootschalige toepassing van zonne-energie. De zonnepanelen zullen gezamenlijk minimaal 750.000kWh aan zonnestroom per jaar leveren. Dat is ongeveer evenveel als 250 huishoudens gemiddeld per jaar aan elektriciteit verbruiken. Deze stroom zal deels worden gebruikt voor de verlichting van centrale ruimten (gangen, trappenhuizen, bergingsruimten) en de liften van de betreffende gebouwen. Het resterende deel verkoopt de corporatie als groene stroom aan het energiebedrijf.

De zonnepanelen, aangebracht tussen september en december 2003, zijn relatief eenvoudig op het dak gemonteerd. ‘Er behoefden weinig voorzieningen op het dak te worden getroffen,’ vertelt Bram Peperzak van de afdeling strategie, innovatie & marketing bij woningcorporatie de Dageraad. ‘Na controle van de ondergrond en de plaatselijke vernieuwing van de dakbedekking konden de panelen worden aangebracht. De aluminium onderconstructie van de panelen werd geballast, de panelen werden in de meterkast aan het elektriciteitsnet verbonden.’

De aanpassing heeft nauwelijks gevolgen voor de bewoners van de gebouwen. ‘Het project is juridisch en technisch buiten de huurders om gegaan. Het aanbrengen van de zonnepanelen was een klus waar weinig tot geen overlast mee gepaard ging. Bovendien zijn ze vanaf de straat in de meeste gevallen nauwelijks zichtbaar. Het aanbrengen van de zonnepanelen heeft ook geen gevolgen voor de huurprijs of servicekosten. Desgevraagd blijkt men zeer positief over de toepassing van zonne-energie.’

Op 22 oktober 2003 werd het eerste dak bij woningcomplex ‘De Botter’ in Amsterdam-Noord feestelijk in gebruik genomen door het CDA Tweede-Kamerlid Antoinette Vietsch. Eind december is het totale project afgerond.

Maatschappelijk betrokken

‘De Dageraad is een maatschappelijk betrokken woningcorporatie,’ vertelt Peperzak. ‘Het is ons een doorn in het oog dat er op het moment vrijwel  niets wordt gedaan met het enorme oppervlakte aan daken in Nederland. Vanuit deze gedachte zijn we op zoek gegaan naar een manier om de daken die wij in beheer hebben ook voor iets anders te gebruiken dan de normale dakfunctie. Zodoende kwamen wij uit bij de nationale campagne ‘Meer dak onder de zon’, die wordt ondersteund door Novem. Van daaruit zijn we op zoek gegaan naar manieren om dit zonnestroomproject te financieren.’

Uiteindelijk zijn er diverse instanties bereid gevonden een bijdrage te leveren aan de financiering van het project. Via de Energie Prestatie Regeling (EPR) en Energie Prestatie Advies (EPA) werd een deel gefinancierd; ook de Gemeente Amsterdam en Nuon leverden een bijdrage. Peperzak: ‘Het gehele project moest voor 31 december 2003 zijn afgerond; anders komt de subsidiëring in gevaar. Nu is dat het probleem niet. Maar het is de vraag of dit project, dat wij nadrukkelijk zien als een begin, een vervolg kan krijgen. Het is immers onduidelijk wat er na 31 december gebeurt met de subsidie van zonne-energie.’

Subsidie

Op het moment bestaan er bij elkaar zo’n 24 subsidiefaciliteiten die financiële steun kunnen leveren aan de winning van photovoltaïsche stroom (PV): zonne-energie. Alle regelingen zijn gericht op verlaging van de aanschafprijs. De prijs van zonnepanelen is de afgelopen vijf jaar gehalveerd, en niet alle subsidies zijn met de prijzen mee gedaald: in 2003 was de aanschaf van PV-panelen financieel aantrekkelijk, wat tot gevolg heeft dat het aantal zonnepanelen op daken aanmerkelijk is toegenomen. Peperzak: ‘De prijs van PV-panelen daalt met 10% bij een verdubbeling van de omzet. Tegenover een gestegen energieprijs (als gevolg van de liberalisering van de energiemarkt) is de aanschaf van een zonnepaneel ook steeds meer een reële optie. De toepassing van PV-panelen wordt dus langzamerhand rendabel. Dat punt is nog niet bereikt, maar ik schat dat binnen vijf jaar de PV-panelen een volwaardige partij zijn op de markt.’

‘Het afschaffen van de subsidie, juist op dit moment, zoals op Prinsjesdag is aangekondigd, zou getuigen van weinig inzicht,’ vervolgt Peperzak. ‘De markt voor zonnepanelen zou instorten, waarmee het geld dat de overheid tot nu toe in de ontwikkeling van zonne-energie heeft gestoken, grotendeels verspild zou zijn. De financiële bijdrage zou niet moeten worden gezien als een milieusubsidie, maar als economische investering, zoals in Duitsland gebeurt. Wel is de huidige subsidiëring voor een kritische analyse vatbaar; zoals ook Hendrik Gommer van de nieuw opgerichte ZPV (Zonnestroom Producenten Vereniging) bij herhaling betoogt. De huidige regelingen zijn onoverzichtelijk en inefficiënt.’

Stabiel beleid

Volgens de ZPV wordt de productie op dit moment kunstmatig hoog gehouden door een vast bedrag per Wattpiek uit te keren. Dat bedrag per Wattpiek zou verlaagd kunnen worden, waardoor er fors meer geld overblijft voor bijvoorbeeld een verhoging van de MEP-vergoeding (subsidieregeling Milieukwaliteit van de Elektriciteitsproductie). Dit kost de overheid op jaarbasis minder geld, terwijl de markt voor zonnepanelen zich op een stabiele manier zou kunnen ontwikkelen. Zie hiervoor ook het artikel ‘Zonne-energie in Nederland: een fiasco?’ van Hendrik Gommer in Roofs 2-2003.

Deze, en andere alternatieven voor de EPR zijn volgens de heer Peperzak goed uitvoerbaar. Volgens hem is een consistent en stabiel beleid nodig om opdrachtgevers over de streep te trekken. ‘Er zijn op het moment maar weinig woningcorporaties met voldoende kennis van zonne-energie; bij hen moet vertrouwen in het product gecreëerd worden. Er kleven voor velen nog risico’s aan het product, maar dat zijn dikwijls gevoelsmatige zaken, die te wijten zijn aan een gebrek aan kennis. Er moet ervaring in opgebouwd worden, en daar is een lange termijnvisie voor nodig. Het maatschappelijk draagvlak voor zonne-energie is enorm, dat bewijst ons zonnestroomproject overtuigend. Nu is het zaak de overheid daar in mee te krijgen.’