Zoeken

Roofs 2004-05-16 Samenwerkingsverband perkt risico’s gebruiksdaken in

Vijf bedrijven uit de dakenbranche hebben besloten de samenwerking te zoeken op het gebied van leefdaken. Het samenwerkingsverband heet ‘Leven op daken’ en heeft een tweeledig doel: de promotie van het dakgebruik en, door de combinatie van de verschillende specialismen, het zekeren van de aanleg van leefdaken. Dit is volgens de vijf bedrijven in het verleden niet altijd even goed gedaan en met dit initiatief wil men de problemen en  risico’s zoveel mogelijk uitsluiten. Wat zijn dan deze problemen en risico’s?

De participanten van ‘Leven op daken’ zijn:

•              Mastum Daksystemen B.V. uit Utrecht (dakbedekkingsbedrijf);

•              Van der Tol B.V. uit Amsterdam (leverancier en verwerker van daktuinen);

•              Foamglas isolatie (leverancier van thermisch isolatiemateriaal);

•              Phoenix Benelux (leverancier van EPDM daksystemen);

•              Soprema Nederland B.V. (leverancier van bitumineuze daksystemen).

Inspireren

In vergelijking met bijvoorbeeld Duitsland, gebeurt er in Nederland nog relatief weinig op het dak. Al gaat het volgens Aart Veerman van Van der Tol te ver om te stellen dat in ons land de ontwikkeling van leefdaken nog in de kinderschoenen staat. ‘Op jaarbasis wordt er tussen de 3 en 400.000 m2 gebruiksdaken gerealiseerd. Ook in Nederland is er voldoende kennis en kunde aanwezig om opvallende resultaten te bereiken. Ten opzichte van het aantal gerealiseerde daken zou het percentage gebruiksdaken natuurlijk omhoog kunnen, ook de invulling daarvan kan veel gevarieerder. Dikwijls wordt gekozen voor de meest eenvoudige en goedkope oplossing: een sedumdak. Dat is natuurlijk prima, maar een sedumdak is alleen om naar te kijken, er is veel meer mogelijk. Eén van de argumenten om dit concept op te zetten is dan ook: inspiratie, mensen bewust maken van wat er allemaal mogelijk is op het gebied van gebruiksdaken.’

‘Leven op daken’ is natuurlijk een brede term en de bedrijven doelen daarmee enerzijds op het welzijn van de gebruikers (een leefbare omgeving), anderzijds op de activiteiten die op het dak kunnen worden ontplooid. Het dakoppervlak kan worden benut als recreatieruimte: de ontwikkeling van daktuinen en –parken is al in een ver gevorderd stadium. Verder kan het dak bijvoorbeeld worden gebruikt als parkeerruimte of sportterrein, iets dat met het toenemend ruimtegebrek in de steden in de toekomst wellicht steeds vaker zal voorkomen. Maar daar moeten opdrachtgevers natuurlijk wel brood in zien. ‘Opdrachtgevers zijn vaak nog huiverig om een leefdak aan te brengen: de kans op problemen op zo’n dak lijkt veel groter,’ aldus Marc Evers van Mastum Daksystemen. ‘Dit samenwerkingsverband heeft zich ten doel gesteld de risico’s van deze daken zoveel mogelijk uit te sluiten, door de combinatie van producten die zich in onze ogen bewezen hebben, en de kennis die alle afzonderlijke partijen in huis hebben.’

Waarom juist deze combinatie van bedrijven? Evers: ‘Dat heeft voor het grootste deel te maken met vertrouwen. Wij geloven in de kwaliteit van de verschillende producten en de vakkundigheid van de verschillende bedrijven. Het initiatief van deze samenwerking is gekomen van Mastum Daksystemen en Van der Tol, die vervolgens op zoek zijn gegaan naar geschikte partners.’

Problemen

‘Veel problemen ontstaan door gebrek aan kennis,’ vertelt Erik Steegman van Phoenix Benelux. ‘Ik heb daarvan een kras voorbeeld meegemaakt bij een parkeergarage in het centrum van Groningen. Men heeft daar uit kostenoverwegingen besloten dat de Foamglas isolatie wel uit de constructie kon worden gelaten: het was immers een koud-koudconstructie, dus waarom zou je dat isoleren? Vervolgens dacht men de bitumenlaag ook weg te kunnen laten, want die was er alleen vanwege de isolatie. Men heeft dus alleen de EPDM losliggend op de onderconstructie aangebracht, en daar overheen asfalt aangebracht. Dat ging natuurlijk niet goed: ter plaatse van de dilataties ontstond lekkage. Omdat men uit esthetische overwegingen geen goten aan de binnenkant van de parkeergarage wilde plaatsen, koos men ervoor het asfalt op de plekken van de lekkages weg te halen, en het geheel met EPDM dicht te trekken. Hier loste men echter niets mee op: het probleem werd alleen verplaatst naar de naastgelegen winkels.’

En dit is volgens de betrokken partijen maar een enkel voorbeeld. Uit de losse pols noemt men nog een parkeerdak in Den Haag, waar geen drainagesysteem is toegepast, en waar binnen zeven jaar de gehele dakconstructie (XPS, zand en  klinkers) moest worden weggehaald. Of een daktuin in Ede, waar men op een gedeelte van het werk uit bezuinigingsoogpunt het Foamglas verving voor een losliggend isolatie- en dakbedekkingssysteem. Daarna is dit systeem binnen een jaar 2x volledig vervangen. Dikwijls ook wordt de dakconstructie nog gebruikt als bouwplaats, waardoor er grind en ander bouwafval op de dakbedekking of de drainagematten terecht komt: het grind wordt in het materiaal gelopen en na verloop van tijd leidt ook dit tot lekkage. Steegman: ‘Bij toepassing van een volledig verkleefde damp- en waterdichte isolatie, en dakbedekkingsconstructie is het risico op lekkage nagenoeg uitgesloten. En blijft de isolatiewaarde gegarandeerd.’

Principiële opstelling

‘Er wordt te weinig nagedacht over de keuze van materialen,’ zegt Evers. ‘De leveranciers hebben lang niet altijd zicht op wat er met hun product gebeurt. Maar verkeerde toepassing kan vervelende gevolgen hebben voor het imago van het product en het systeem waar het in is opgenomen. Niet voor niets raad ik bedrijven aan een werk te weigeren als de kwaliteit, door een verkeerd voorgeschreven materiaal, niet gegarandeerd kan worden. Uiteindelijk kan een bedrijf alleen maar winnen bij een meer principiële opstelling.’

Probleem is vaak dat dakdekkers te weinig verstand hebben van dakbegroening en hoveniers hebben dikwijls geen verstand van dakbedekking en de bijbehorende detaillering.  De communicatie tussen hovenier en dakdekker laat nogal eens te wensen over. Dit is een belangrijke aanleiding om ‘Leven op daken’ op te zetten.

‘Een team is zo sterk als zijn zwakste schakel,’ aldus Peter Paul Janssens van Soprema Nederland B.V. ‘In dit samenwerkingsverband heeft iedereen de kennis voor het totale systeem in huis en kunnen de diverse partijen elkaar controleren. Bij een opdracht fungeert meestal Mastum of Van der Tol als hoofdaannemer, zodat de opdrachtgever te maken krijgt met één aanspreekpunt. De kosten liggen in veel gevallen wat hoger, maar wij garanderen dat het dak geen problemen meer oplevert.’

Trechter

De ontwerpfase is in dit verband het belangrijkst. Een groot deel van de activiteiten is dan ook gericht op het contact met architecten, bestekschrijvers en constructeurs. ‘Het gaat om wat er in de trechter gaat,’ aldus Aart van der Snoek van Foamglas. ‘Producten moeten juist worden voorgeschreven en, als dat eenmaal gebeurt, mag daar ook niet meer aan getornd worden. Dikwijls wordt te weinig nagedacht over de verschillende problemen die voor kunnen komen tijdens de aanleg van een gebruiksdak. Met deze samenwerking willen wij deze problemen ondervangen.’

Een gebruiksdak kan ook aan zijn eigen succes ten onder gaan. Het einddoel van zo’n dak moet immers zijn dat mensen niet meer het gevoel hebben dat ze op een dak staan. Dit levert het gevaar op dat de gebruiker het dak ook gaat behandelen als het maaiveld: men slaat paaltjes in de grond, graaft gaten, etc. Evers: "Leven op daken’ beoogt ook een mentaliteitsverandering teweeg te brengen, waarbij men de daken als vanzelf op een goede manier behandelt. Dit willen wij bereiken door de promotie van gebruiksdaken, de verspreiding van kennis, door architecten en opdrachtgevers te inspireren en door een juiste verwerking te garanderen.’