Zoeken

Roofs 2004-05-20 ‘Huidige brandclassificatie discrimineert gecacheerde isolatieproducten’

Isolatiefabrikant Kingspan voelt zich tekort gedaan en kan zich niet vinden in de huidige Euroclass brandclassificatie, waarbij de isolatieproducten beoordeeld worden op de brandreactie van het product op zich, terwijl ze vrijwel altijd als onderdeel van een constructie, en dus nooit naakt, worden gebruikt. Ze zouden daarom eerder op basis van de brandweerstand beoordeeld moeten worden. Bovendien zouden ook de gecacheerde producten gediscrimineerd worden, aangezien de kortstondige warmteontwikkeling bij het verbranden van de oppervlaktebekleding de goede brandeigenschappen van het totale isolatieproduct volgens dit classificatiesysteem onterecht naar beneden haalt.

Er zijn wereldwijd al heel wat testmethodes ontwikkeld om het gedrag bij brand van bouwmaterialen en constructies in kaart te brengen. Ze zijn in principe onder te verdelen in twee grote groepen: ‘brandreactie’ en ‘brandweerstand’.

De brandreactie-tests zijn belangrijk om te bepalen hoe een product op zich zal reageren wanneer het wordt blootgesteld aan open vuur. Belangrijke factoren hierbij zijn de ontvlambaarheid en de bijdrage aan de vuurverspreiding. De brandweerstandstest worden uitgevoerd op complete constructies en gebouwdelen en bepalen in welke mate dit geheel weerstand biedt aan een brand. Vanwege de grote hoeveelheid verschillende testmethodes die in heel Europa tot nu toe werd gehanteerd, was de situatie niet echt duidelijk en was enig vergelijk van resultaten vrijwel onmogelijk, wat natuurlijk ook heel wat beperkingen met zich meebrengt met betrekking tot internationale handel. Precies daarom werd er nu op Europees niveau een systeem bedacht dat meer eenheid en duidelijkheid moet scheppen: de Euroclasses.

Principe van de Euroclasses

Om het brandgevaar van materialen te kunnen beoordelen in hun diverse vormen en toepassingen zijn er inderdaad ontelbare beoordelingsmethoden denkbaar. Daarom heeft men zich beperkt tot een aantal typische referentiescenario’s om branden onder te verdelen. Deze grootschalige scenario’s dienden als basis voor de ontwikkeling en de evaluatie van kleinschaligere testmethoden die uiteindelijk gebruikt zullen worden om de materialen te beoordelen. Dit alles heeft geleid tot het test- en evaluatiesysteem van de Euroclasses dat de materialen indeelt in klassen A1 en A2 - de zogeheten ‘onbrandbare’ materialen - klassen B, C, D - de brandbare materialen en klasse E - de ‘licht ontvlambare materialen’. Om administratieve redenen bestaat er ook nog een klasse F van materialen waarvoor geen brandklasse wordt aangegeven; dit zijn meestal materialen die niet voldoen aan klasse E. Het Euroclasses systeem stelt een classificatienorm (EN 13501-1) en een reeks proefnormen ter beschikking waarnaar productnormen kunnen verwijzen. Deze productnormen worden opgesteld per sector en zijn geldig vanaf hun publicatie.

Om te bepalen tot welke klasse een bepaald product behoort, wordt gebruik gemaakt van een serie kleine en middelgrote tests, waarvan de SBI test (Single Burning Item) wellicht de meest bekende is. Alle fabrikanten hebben evenwel het recht om hun product op grote schaal te laten testen indien ze beroep willen aantekenen tegen een classificatie. Dit staat bekend als het ‘referentie-scenario’, aangezien de correlatie tussen dit scenario en de kleine en middelgrote tests de basis vormt van het gehele systeem. Alle producten op grote schaal testen zou immers onpraktisch en vooral onbetaalbaar zijn.

FIGRA-index is boosdoener

De SBI-test werd oorspronkelijk ontwikkeld voor bekledingsproducten en beoordeelt de bijdrage van een product aan de brandontwikkeling in een brandsituatie waarbij een brandend voorwerp in een hoek van een ruimte wordt gesimuleerd en waarbij de nabijgelegen wandoppervlakken aan een warmtestroom worden blootgesteld. Onder de criteria waaraan men het materiaal toetst, vinden  we onder meer de Total Heat Release (THR) of totale warmteontwikkeling en de Fire Index Growth Rate oftewel FIGRA-index, wat in feite de maximale warmteontwikkeling is, gedeeld door de tijd waarbij deze optreedt. Met andere woorden: de grootte van de initiële warmteontwikkeling. En het is precies deze FIGRA-index die door Kingspan op de korrel wordt genomen, omdat deze de gecacheerde isolatieproducten onterecht zou benadelen bij de brandclassificatie.

Volgens de fabrikant zijn er een aantal controversiële aspecten verbonden aan de tests waarop de Euroclasses momenteel gebaseerd zijn. Zo discrimineert de FIGRA-index als één van de belangrijkste parameters in de SBI-test onterecht producten met een meer brandbare cachering, zoals een verflaag of bekleding op een isolatiemateriaal. Spijtig genoeg verkrijgt men al snel een hoge FIGRA met een oppervlaktelaagje dat zeer snel wegsmelt maar voor de rest weinig of geen warmte meer ontwikkelt, risico’s inhoudt of kan bijdragen aan de brandverspreiding. De SBI-test maakt ook gewag van de totale warmteontwikkeling (THR), die eigenlijk een veel betere risico-evaluatie zou opleveren, aangezien dit de totale bijdrage van het product aan de brand bepaalt.

Product ‘op zich’ of ‘in toepassing’

Er bestaat ook discussie rond het Euroclass systeem voor het testen van wand en plafondbekleding. De Europese Commissie staat erop dat de tests moeten plaatsvinden met inachtneming van de eindcondities en toepassingsomstandigheden van het product, terwijl de materialen voor de CE markering getest worden zoals ze op de markt worden gebracht. Dit vormt geen probleem of verschil voor producten die effectief als bekleding van wanden en plafonds worden gebruikt. De zaak ligt echter anders voor producten die ‘naakt’ getest en slecht beoordeeld worden terwijl ze in de praktijk altijd worden aangebracht achter een ander materiaal - zoals bijvoorbeeld gipskarton - waarbij deze combinatie dan weer wel goede brandeigenschappen vertoont. Kingspan was dan ook niet van plan om haar producten op deze manier CE te laten markeren.

Reactie versus weerstand

‘Brandweerstand’ duidt op de capaciteit van een structureel bouwelement om haar structurele functie te blijven vervullen, terwijl het element wordt blootgesteld aan temperaturen die gepaard gaan met een vuurontwikkeling gedurende een bepaalde tijd. Isolatieproducten maken over het algemeen deel uit van een constructie, zoals daken, muren of vloeren en worden vaak ook nog eens beschermd door een onbrandbare of beschermende bekleding die moeilijk ontvlambaar is. In normale omstandigheden kan het isolatiemateriaal niet branden voordat deze barrière wordt gepasseerd. Het beoordelen van deze materialen op basis van hun brandreactie is daarom voor Kingspan ondenkbaar.