Zoeken

Roofs 2004-06-06 Hoe te komen tot een veilig dak (2)

Het onderwerp veiligheid leeft als nooit tevoren. Het ene artikel lokt het andere uit, waaruit mag blijken dat de discussie over de noodzaak van veiligheid is omgeslagen in hoe te komen tot een praktische invulling. In een eerder artikel (Roofs 3-2004) zijn aan de hand van het verschijnen van het boekje ‘Valgevaar op platte daken’ van Aboma+Keboma enkele praktische regels aangegeven. In dit artikel wordt verder ingegaan op de materie hoe daar invulling aan te geven.

• ing. A.B. Berlee, T-Joint B.V.

Tijdens de BouwRAI 2004 introduceerde Consolidated Nederland de Kedge als noviteit voor verankering aan daken. Op het moment dat de Kedge verkrijgbaar is voor dakdekkers zal, zo is ons beloofd, een verslag van toepassing op het dak volgen. Eveneens een primeur op de BouwRAI, maar minder in de ‘spotlight’, was het Lafarge veiligheidssysteem voor hellende (pannen) daken. Het betreft een railconstructie in de nok van het dak met speciale pannen waardoor niet iedere haak afzonderlijk bevestigd behoeft te worden in de onderliggende constructie. Een groot voordeel, omdat het gehele dak, inclusief de zijkanten van het dak, daarmee bereikt kunnen worden. Zonder verder te willen ingaan op deze noviteiten, toont het aan dat veiligheid op daken in ontwikkeling is.  Tegelijkertijd lijkt het er allemaal niet overzichtelijker op te worden.

In dit artikel wil ik mij beperken tot de veiligheidsmiddelen voor platte daken. Zoals Lafarge door TNO laat aangeven in haar huisblad Dakvisie, valt het te verwachten dat voor hellende daken aanvullende regels noodzakelijk zijn. Wanneer de veiligheid op hellende daken wordt  afgezet tegen de ontwikkelingen op platte daken, is het alsof er bijna niets gebeurt. De problematiek op hellende daken ligt om diverse redenen geheel anders. Het zal bijna onmogelijk worden het veiligheidsniveau van platte daken te evenaren, waardoor zonder aanvullende regels het meten met twee maten in het verschiet ligt. In het voorgaande nummer heeft ing. J.P.W. Kastelein zijn verbazing uitgesproken over het gemak waarmee diverse partijen zich op het gebied van veiligheid storten, zonder voldoende kennis van zaken te hebben. Terecht geeft hij aan dat een gebouw als geheel bekeken moet worden, vanuit het oogpunt van een gebouwbeheerder. Maar juist op dit punt doet het knelpunt zich gelden, dat de veiligheid middels de arbo afgedwongen wordt. De dakdekker en andere werkgevers met mensen op daken zijn verantwoordelijk voor ‘hun’ mensen en hebben in die zin met de rest van het gebouw weinig te maken. Verder bepleit Kastelein een toezichthoudende instantie en daar is veel voor te zeggen. Omdat deze het hiervoor geschetste spanningsveld op zou heffen, maar ook omdat dakbedekkingsbedrijven de aangewezen partij zijn om uiteindelijk de daken te voorzien van veiligheidsvoorzieningen. Het onderwerp RI&E kan en mag geen exclusief domein zijn voor enkele aangewezen ‘experts’. Heldere, eenduidige regels en een instantie om toe te zien op verspreiding van kennis en handhaving van de regels zou beter zijn. Die instanties zijn er al, dus het is nu zaak de regels zoveel mogelijk eenduidig te maken. Zoveel  mogelijk, want eenduidig gaat niet.

Een voorbeeld ter illustratie van een probleem waar in de praktijk veel vragen over gesteld worden. Bij ankerpunten op het dak mag een dakgebruiker niet met een te lange lijn gezekerd zijn. Bij een eventuele val zou hij namelijk een te grote klap oplopen. (In films zie je de held met een meisje in zijn arm wel eens vallen in een gat en zich halverwege de val vastgrijpen. Zou de held al zo sterk zijn, dan zou zijn hand van zijn arm afbreken want bij 2 meter val moet hij al meer dan 2000 kg houden.) Om de dakrand te bereiken vanaf één punt, moet echter wel een vrije lijn beschikbaar zijn. Dat mag in beperkte mate, want bij te veel randbereik zou, weer bij een eventuele val, de persoon eerst langs de rand vallen waarbij de lijn langs de rand schuurt, het pendule-effect. De interpretatie van dit effect verschilt per instantie, maar dat ter zijde. Ankerpunten moeten vanuit de veilige zone bereikbaar zijn, dus 4 meter van de rand af liggen. Han Knegt pleitte al voor een marge van 2 meter van de rand en zou dat inderdaad 2 meter zijn, dan nog kunnen de hoeken van het dak niet bereikt worden zonder overlengte op de veiligheidslijn. Niet met een ankerpunt en ook niet met een kabel. De hele uiteenzetting van valbeveiliging versus gebiedsbeperking gaat dus alleen op voor de rand en niet voor de hoek. Er zijn nog meer van dit soort punten.

Onderhoud aan daken en aan opstellingen op daken zijn aan te merken als een werkzaamheid. Werkgevers die werknemers voor onderhoud het dak opsturen, zijn verplicht werknemers een veilige werkplek te verschaffen. Daarvoor moeten werkgevers een Risico-inventarisatie & Evaluatie uitvoeren of laten voeren, kortweg RI&E. Het Risico dat hier specifiek wordt behandeld, is valgevaar. De overige risico’s zoals die kunnen voorkomen op daken moeten aanvullend geïnventariseerd en geëvalueerd worden. Dakbedekkingsbedrijven die dus RI&E’s uitvoeren, moeten dit duidelijk aangeven en zich op de hoogte laten brengen van de regels die voortvloeien uit de RI&E van het gehele gebouw. De bekendste in die zin zijn het verbod op open vuur of het voorkomen van straling of schadelijke stoffen in de directe omgeving van het dak.

In alle gevallen begint de risico inventarisatie voor het dak met het bepalen van de ‘veilige zone’. Binnen de veilige zone wordt het risico op vallen van het dak nihil geacht en kunnen maatregelen om vallen te voorkomen achterwege blijven. Voorwaarde is wel dat de veilige zone als zodanig gemarkeerd is en dat het uitvoerend personeel is ingelicht dan wel geïnstrueerd. Voor wat de instructie betreft, geldt dat er verschillende valbeveiligingssystemen op de markt zijn met verschillende gebruikseisen. BDA pleit al langer voor een dakdossier en bij ingebruikname van een veiligheidssysteem zou dit verplicht moeten worden.

Na vaststelling van de veilige zone moet bepaald worden:

1.             of het publiek of professionele bezoekers betreft (vluchtweg);

2.             welke werkzaamheden er op het dak moeten plaatsvinden. Dit is deels aan de opgestelde onderdelen op het dak en de details van het dak af te lezen en vast te stellen;

3.             door hoeveel verschillende partijen de werkzaamheden worden uitgevoerd;

4.             met welke frequentie partijen op het dak hun werkzaamheden verrichten;

5.             in welk gebied of zone de werkzaamheden moeten worden uitgevoerd.

Aan de hand van deze gegevens aangevuld met informatie van de eigenaar van het dak c.q. gebouw en de beheerder, wordt voor de ‘risicozone’ de bezoekersfrequentie bepaald en de maximale bezoekersduur.

Vervolgens moet worden vastgesteld hoe op het dak te komen en aansluitend hoe in de veilige zone. Het is daarbij mogelijk dat een toegang tot het dak al in de veilige zone is gelegen. Wanneer dat niet het geval is, zal een veilige zone moeten worden gecreëerd.

Tot zover weinig nieuws onder de zon. Wanneer de veilige zone en de weg er naar toe bekend zijn, dan moet worden vastgesteld op welke wijze de werkzaamheden in de ‘onveilige zone’ moeten worden uitgevoerd. In de meeste gevallen kan voor kortdurende werkzaamheden volstaan worden met het persoonlijk beveiligen van de werknemer. In alle gevallen moet een werknemer ‘gezekerd’ de onveilige zone betreden en verblijven. Situaties waarin de werknemer tijdelijk ‘los’ in de onveilige zone verkeert, mogen niet plaatsvinden. Dat kan voorkomen worden door kabelsystemen, hekwerken of ankers te plaatsen.

Wanneer deze zaken duidelijk in beeld zijn, dan kunnen de benodigde voorzieningen worden vastgesteld en het valbeveiligingssysteem worden ontworpen. Bij het ontwerp voor een valbeveiligingsysteem is de keuze afhankelijk van de mate van betreden van het dak, de aard van de personen die het dak betreden, de uit te voeren werkzaamheden, de duur en de aard van die werkzaamheden. Dit als hierboven geschetst.

Professioneel of publiek?

In geval het dak op enig moment een publieke ruimte is, dan het dak altijd collectief beveiligen; dat wil zeggen met een degelijk hekwerk, minimaal 1,10 meter hoog, bij voorkeur  2 meter van de rand. Dit is het geval indien het dak als vluchtroute dient of wanneer deuren van kantines, kantoren en dergelijke op het dak uitkomen.

Frequentie en duur

In geval het dak meer dan 7 maal per jaar wordt bezocht, het dak collectief beveiligen dat wil zeggen met een degelijk hekwerk. Indien per (terugkerende) werkzaamheid het dak langer dan 1 werkdag of meer dan 2 mandagen wordt bezocht, het dak collectief beveiligen.

Indien het dak tussen de 4 tot 7 maal per jaar bezocht wordt door een ploeg van 2 of meer en het dak korter dan 1 werkdag of 2 mandagen bezocht wordt, dan is een kabelsysteem te prefereren. Aan een kabelsysteem kunnen meerdere mensen tegelijk gezekerd worden, mits deze mensen zijn voorzien van een harnas met een instelbare veiligheidslijn en loopwagen.  De afstand tot de rand is tevens instelbaar waardoor een kabelsysteem goedkoper kan zijn dan losse ankerpunten. In plaats van een vaste kabel kan gekozen worden voor een tijdelijke lijn welke gespannen kan worden tussen ankers. Dit is alleen toegestaan wanneer het aanbrengen  kan gebeuren vanuit de ‘veilige zone’. Wanneer dat niet het geval is, dan een vaste kabel aanbrengen. Deze laatste oplossing is een van de voordeligste systemen. Indien een deel van het dak geen ‘veilige zone’ kent, dan op dit dak een vaste kabel aanbrengen zodat de dakgebruiker altijd gezekerd is. Indien het dak minder dan 4 keer bezocht wordt, kunnen enkel ankerpunten volstaan. Om het pendule-effect zoveel mogelijk tegen te gaan, moet de onderlinge afstand afgestemd worden op de afstand van de ankers tot de rand.

De verschillende voorkomende systemen maken het noodzakelijk te weten waar de constructieve ondergrond uit bestaat. Ook de dakbedekking en de wijze van bevestiging van het dakbedekkingssysteem moeten bekend zijn. Het kan lijken dat alle platte daken onderhand van een hekwerk moeten worden voorzien, maar dat valt reuze mee. De meeste daken worden 2 keer per jaar bezocht of beter gezegd, zouden dat moeten worden. Het is ook daarom dat veiligheid een goede zaak is voor de dakdekker.