Zoeken

Roofs 2004-07-20 Maak van je zolder een lek dak!

Hellende daken hebben voor de gebruiker minder problemen dan platte daken… totdat hij de ruimte onder het dak gaat inrichten zoals hij dat doet bij platte daken. Onder hellende daken was het niet gebruikelijk om een gebruiksruimte te situeren. Dat is inmiddels wel anders. De waterdichte afwerking van het hellende dak, de bouwfysische toestand en het onderhoud moet anders worden bezien dan voorheen, aldus René van Haren van het gelijknamige bureau.

• René van Haren

Van Haren Dakvisie

Mijn dochtertje van 4 jaar oud speelt graag verstoppertje. Ik moet dan tot 10 tellen met de handen voor mijn ogen en haar vervolgens gaan zoeken.  Ze staat dan ergens in een hoekje met de handjes voor haar ogen in de veronderstelling dat wat zij niet ziet een ander ook niet ziet. Om het spel een beetje leuk te houden voor haar, doe ik alsof het een hele opgave is haar te vinden. Inmiddels is ze zo ver dat ze zich achter een stoel of achter een tafel verstopt. En als je vraagt: ‘Waar ben je?’ roept ze……. ‘HIER!’ Ongetwijfeld komt er een tijd dat ze het spelletje door heeft. Mijn dagelijkse bezigheid is het inspecteren van daken. De hoeveelheid gebreken op deze daken ontgaan mij niet en ik denk vaak aan mijn dochtertje met de handjes voor haar ogen.

Het hellende dak is niet langer slechts de afdichting van een ruimte waaronder overbodige of weinig gebruikte spullen worden opgeslagen. De ruimte onder het hellende dak wordt meer en meer gebruiksruimte. Als extra slaapkamer, als thuiswerkplek, als… Diverse bedrijven en instanties zijn ingesprongen op deze trend in de vorm van reclames en gesponsorde voorlichting in tv programma’s. De eisen die worden gesteld aan de ‘nieuwe’ ruimte zijn ook nieuw. Het dak moet zowel geluid als warmte isoleren en aan voorwaarden voldoen. Men wil immers aangenaam vertoeven in deze verblijfsruimte. Verwarmingelementen worden aangebracht en niet zelden wordt er ook een ‘natte ruimte’ voor wasmachine en droogtrommel gerealiseerd. Dat kan wel, maar vraagt veelal meer ingrepen dan wordt verondersteld. Enkele punten uitgelicht.

In de woningen die voor 1975 gebouwd zijn moet, voor zover dat nog niet gebeurd is, isolatie worden aangebracht. Voor hellende daken met houten dakbeschot is dat niet alleen vanwege de warmte, maar vooral ook om de hoeveelheid tocht te verminderen. Ervaring leert dat ondeskundig aanbrengen van isolatie/afwerking vaak onnodige schade met zich meebrengt. In de meeste gevallen komt men hier te laat achter omdat het dakbeschot, visueel, niet meer te controleren is van binnenuit.

Hier liggen meerdere factoren aan ten grondslag. De belangrijkste factoren zijn:

1-            het niet of ondeskundig aanbrengen van een dampremmende laag;

2-            het niet realiseren dat een pannendak kan lekken met inwatering in de isolatie tot gevolg;

3-            onvoldoende ventileren door de gewijzigde vochthuishouding onder de kap.

Nokvorsten en aansluitende dakpannen, in geringe tot ernstige mate bevuild door algen en mossen, zijn meestal een signaal van verhoogde vochthuishouding onder de kap.

Over het niet deskundig isoleren, de plaats van de dampremmende laag en dergelijke wil ik het niet verder hebben. Eerder wil ik punt 2 aanhalen. Wanneer de zolder uitsluitend dient voor opslag en onder de zolder geen lekkage wordt ervaren, dan is een lekkage op zolder met een emmertje nog te verhelpen. Dat wordt anders als de kap (na isoleren) keurig wordt afgetimmerd, dan is een lekkage uiterst vervelend. Bedenk dat door de bewoner slechts het zichtbare deel van de lekkage als vervelend wordt ervaren, niet het feit dat bij na-isoleren met een dampremmende laag het gehele dakpakket drijfnat kan zijn.

Voor wat betreft punt drie kan gesteld worden dat dit een probleem is voor de gehele woning, maar voor de tot gebruiksruimte omgebouwde zolder in het bijzonder. Die is namelijk ontworpen vanuit de gedachte dat ventilatie als vanzelfsprekend aanwezig is. Met het volledig wegnemen daarvan ontstaan concentraties van warme vochtige lucht bij de openingen in nok, dakvoet, spouw etc.

Lekkages blijken na ingebruikname van de ruimte ineens een lastig probleem: de woningbezitter wordt geconfronteerd met schades. Schade aan het plafond, vloerbedekking, meubilair, computer, enz.

De woningbezitter beseft, al is het na geleden pijn en wellicht na het inwinnen van advies, dat hij niet langer meer met de handen voor zijn ogen kan gaan zitten en wat aan het dak moet doen. Nu is een pannendak een ‘low interrest’ product. Een badkamer, een keuken of meubilair worden, gemiddeld genomen, om de 10 jaar vernieuwd. Kozijnen of bitumineuze dakbedekking van platte daken worden tijdig vernieuwd. Een pannendak niet! Niemand die zegt: ‘De aankomende 10 of 15 jaar wil ik in plaats van een rood pannetje een blauw pannetje.’ Niemand die op het idee komt om in plaats van een vlakke mulden pan de aankomende jaren een VH pan op zijn dak te nemen en dat ook nog in een andere kleur. In de perceptie van de leek is een pannendak gelijk aan onder de pannen zitten; daar heb je geen omkijken naar!

Een hellend dak (lees: een pannendak) gaat 50 jaar of langer mee. Althans, deze stelling leeft in de perceptie van gebouwbeheerders en woningbezitters. Deze gedachtegang heeft te maken met het feit dat dakpannen een technische levensduur van 50 jaar of langer hebben, zeker op een open ventilerende ondergrond. Het product dakpannen wordt op basis van die ervaring op een goede manier verkocht. Zo goed, dat de algemene indruk is dat het pannendak in alle gevallen tientallen jaren probleemloos waterdicht is en geen onderhoud behoeft. Maar dat laatste is niet waar. Er zijn factoren die er debet aan zijn dat hellende daken wel degelijk-  veel eerder dan de technische levensduur doet vermoeden - problemen gaan vertonen.  Dit manifesteert zich vooral ter plaatse van bouwknooppunten zoals: schoorstenen, dakkapellen, dakvensters/-ramen, zonne-energiesystemen, nok, hoekkeper, kilkeper, goot, dakdoorvoeren, enz. Met de ingebruikname van de zolders komen dakeigenaren de komende jaren in versnelde mate tot het besef dat een hellend dak vele tientallen jaren probleemloos mee kan gaan… mits het dak goed wordt onderhouden op de bouwknooppunten.

Helaas moet ik constateren dat op dit moment het oog van de particuliere woningbezitter niet verder reikt dan de goot. De goot of de schoorsteenkanalen wil men doorgaans nog wel eens (laten) schoonvegen en in geval van calamiteit vernieuwen. Onderhoud aan schoorstenen zelf, of loodslabben van schoorstenen, het schoonvegen van verholen goten van dakramen of killen, daar wordt nauwelijks aandacht aan besteed. Nok- of hoekkepervorsten die met specie zijn afgewerkt en in een slechte tot zeer slechte staat verkeren, worden niet of nauwelijks onderhouden. Slechts op het moment dat de woningbezitter geconfronteerd wordt met lekkages, wordt er actie op ondernomen. Niet zelden komt het voor dat er verbaasd gereageerd wordt als men te horen krijgt dat de detailleringen in een zeer slechte staat verkeren. Nog groter is de verbazing, als blijkt dat het geen lekkage is maar dat het vocht-/condensproblemen zijn door (gewijzigd) gebruik van de zolder.

Een goede voorlichting op het gebied van veranderd gebruik van de zolder voor met name oudere woningen en het laten inspecteren/onderhouden van hellende daken voordat er besloten wordt te isoleren, kunnen een hoop sores voorkomen. De kennis van de conditie van een dak geeft de woningbezitter inzicht in het risico op lekkage en, last but not least, inzicht in de te maken kosten om het dak waterdicht te houden. Inzicht in de kosten betekent voor de woningbezitter dat hij verantwoord financiële keuzes kan maken. Dus niet alleen rekening houden met de isolatie, de verwarming en de inrichting.

Professionele woningbeheerders zijn in het algemeen technisch kundig met betrekking tot het dak. Maar ook bij woningbeheerders leeft de perceptie dat een pannendak een technische levensduur heeft van minstens 30 jaar. Ook woningbeheerders worden geconfronteerd met gewijzigd gebruik van de ruimte onder het hellende dak. Gevolg is, dat door het functioneel gebruik van de ruimte onder het hellende dak meer dan voorheen een lekkage serieus genomen moet worden.

Bijkomend probleem voor de woningbeheerders is dat een over-all inzicht van de conditie van de hellende daken ontbreekt. De ervaring leert dat daken van de woningen van woningbeheerders in het algemeen plaatselijk gerepareerd of gerenoveerd zijn. Het heeft er alle schijn van dat er pijn bestreden wordt, waar voorkomen beter is dan genezen. Belangrijker nog is de constatering dat woningbeheerders, door het ontbreken van inzicht,  geen vaste post nemen voor onderhoud van hellende daken in de exploitatie. Sterker nog: door het ad hoc beleid of pijnbestrijding komt het voor dat één dak meerdere malen per jaar op verschillende details gerepareerd dient te worden. Om te komen tot een post onderhoud moet geïnventariseerd worden. Inventarisatie van hellende daken geeft ook aan waar er structurele problemen zijn. Het zou dus goed zijn om af te stappen van re-actief beleid en te komen tot pré-actief beleid.

Met de toenemende ingebruikname van zolders worden gebreken aan hellende daken zichtbaar, waar ze voor de gebruiker lange tijd onopgemerkt zijn gebleven. Het hellende dak is niet meer zo vergevingsgezind als vroeger, merkte een dakdekker eens op. Het zou goed zijn de gebruikers hier op te wijzen om het positieve imago van het pannendak te behouden. Mijn dochter heeft inmiddels door dat wanneer zij de handen voor haar ogen doet, zij de gene is die niets ziet…