Zoeken

Roofs 2004-10-14 Een goed begin is het halve werk

Mr. Armand Doggen nam de aftrap op de studiemiddag Risico & Verantwoording in Zeist met een uiteenzetting hoe de verantwoordelijkheden en de risico's volgens het Burgerlijk Wetboek in relatie tot de UAV 1989 geregeld zijn. Hij geeft tevens aan welke veranderingen er de laatste tijd hebben plaatsgevonden en enkele nuttige tips hoe daar mee om te gaan. Zijn betoog is als altijd goed te beseffen waar men aan begint. Een goed begin is het halve werk, maar evengoed zou de titel kunnen zijn: bezint eer ge begint.

o Mr. Armand P.C.F. Doggen
Directeur AdviesCentrum Aanbestedingen
Burgerlijke- en Utiliteitsbouw (ACA B&U)

Zoals zo vaak zijn uitdrukkingen zoals bijvoorbeeld: 'een goed begin is het halve werk' gebaseerd op
eeuwenoude ervaringen/wijsheden. Wanneer we spreken over risico, verantwoordelijkheden en aansprakelijkheden, dan gaat dit gezegde zeer zeker op. U doet uzelf een plezier door deze uitdrukking paraat te houden wanneer u overeenkomsten wilt aangaan.

Bij het aangaan van overeenkomsten in de bouw (maar ook in zijn algemeenheid), is het goed te beseffen dat onze samenleving sterk juridisch georiënteerd raakt en nog verder zal raken. Het gevolg daarvan zal zijn dat derden hun risico's, verantwoordelijkheden en aansprakelijkheden op u zullen trachten af te wentelen. Of hen dat zal lukken, hangt sterk af van uw eigen alertheid. In de praktijk van de UAV 1989 is met enige regelmaat kritiek te horen over de uitholling van dit reglement in de bouwpraktijk. Dat is jammer, want het verlies in balans tussen partijen vertaalt zich sneller in juridische conflicten. Wanneer u werkzaamheden wilt gaan verrichten en in het overeen te komen contract staan van toepassing zijnde voorwaarden genoemd, overtuig u dan van de inhoud en reikwijdte van die voorwaarden. Als er teveel verantwoordelijkheden worden 'weggecontracteerd', dan krijgt u te maken met meer verantwoordelijkheden voor minder geld. De vraag is dan of u dat wenst. Protesteren en vervolgens overleg voeren over onredelijke voorwaarden is het advies, eventueel door middel van een (juridisch) adviseur.

Terug naar de bouwpraktijk. In de praktijk worden in de B&U-bouw en in de GWW-bouw meestal de al genoemde UAV 1989 van toepassing verklaard. Daarnaast is per september 2003 een nieuwe regeling over 'aanneming van werk' in het Burgerlijk Wetboek (BW) opgenomen. Als er geen voorwaarden zijn overeengekomen dan zal het Burgerlijk Wetboek (artikel 7:750 e.v.) de spelregels geven. Het is belangrijk voor u te weten dat u beschikt over de volledige informatie wanneer u een bedrijf een prijs voor een werk vraagt en wanneer u een prijs moet maken. De aannemer moet dus over alle informatie beschikken alvorens hij een prijs mag maken. Het ontbreken van enige informatie leidt tot financiële en juridische risico´s voor de betrokkenen. Streef dus naar volledigheid. Belangrijk is het bij een opdracht het volledige bestek te hebben en dat ook te hebben bekeken, inclusief van toepassing verklaarde voorwaarden (UAV).

Op basis van de UAV, die vaak van toepassing is op de totstandkoming van een werk, is een aannemer in de klassieke verhouding gehouden de opdrachtgever te waarschuwen als het gevraagde werk niet goed kan worden uitgevoerd (bijvoorbeeld door een fout in ontwerp of een verkeerd voorgeschreven materiaal). In de nieuwe wettelijke regeling is die waarschuwingsplicht ook opgenomen voor de tijd voorafgaand aan een overeenkomst (de zogenaamde precontractuele fase). Het betreft hier artikel 7:754 BW. Op basis van dit artikel dient de inschrijver/gegadigde te waarschuwen voor onjuistheden in de opdracht (fout in bestek), voor gebreken/ongeschiktheid van zaken, daaronder begrepen de grond waarop een werk moet worden gemaakt. Deze waarschuwingsplicht gaat uit van de onjuistheden die een goed handelend vakman zou hebben ontdekt. In het algemeen zult u als aannemer dus bij al uw werkzaamheden voor een opdrachtgever (ook in de precontractuele fase) goed moeten opletten en waarschuwen. Voor uw eigen belang is het noodzakelijk dat zo mogelijk schriftelijk vast te leggen (bijvoorbeeld via een fax). Het feit dat een opdrachtgever zelf ook deskundig is, doet aan de waarschuwingsplicht niet af. Die eigen deskundigheid van de opdrachtgever kan een rol spelen bij het verdelen van de schadelast, zo dat aan de orde is.

Indien de opdrachtgever de werkwijze, de keuze van materialen en hulpmiddelen heeft bepaald, dan is de aannemer daarvoor niet verantwoordelijk. Wel heeft hij ook in dat geval de waarschuwingsplicht indien hij vanuit zijn deskundigheid fouten waarneemt of had behoren waar te nemen. Samengevat is de positie van inschrijvers dus juridisch sterker ingekaderd geraakt. Alertheid op onjuistheden en het daarvoor bewijsbaar waarschuwen is het devies.
Ook nieuw is artikel 7:757 BW. Dit artikel is niet in de UAV 1989 geregeld. Het artikel bepaalt dat de aannemer een evenredig deel van de vastgestelde prijs krijgt indien het werk buiten de schuld om van de aannemer verloren gaat. Hier kan gedacht worden aan natuurrampen.

Met de nieuwe wettelijke regeling voor de aanneming van werk is het oude artikel 7A:1645 BW vervallen. Paragraaf 12 van de UAV 1989 verwijst naar dit artikel, dat dus nu niet meer bestaat. Het artikel gaf een aansprakelijkheid van de aannemer voor het verloren gaan van een bouwwerk gedurende tien jaar na oplevering las gevolg van een verborgen gebrek. Omtrent artikel 7A:1645 BW was veel juridische discussie, onder andere over de vraag voor wie de bewijslast was van het verborgen gebrek. Over het algemeen werd het uitgangspunt gehuldigd dat de aannemer in een voorkomend geval moest bewijzen dat het tenietgaan van het werk niet aan een voor zijn rekening komende omstandigheid kon worden toegerekend. In de nieuwe wettelijke regeling geeft artikel 7:761 BW een verjaringstermijn van 20 jaar na oplevering van het bouwwerk. Dat is een forse termijn.

Artikel 7:761 BW geeft verschillende termijnen. Zo is er een termijn van twee jaar lopende vanaf het moment dat een opdrachtgever heeft geklaagd over een verborgen gebrek. Voor bouwwerken bestaat er, zoals al aangegeven, een verjaringstermijn van 20 jaar. Voor andere werken dan bouwwerken bedraagt die termijn tien jaar. De UAV 1989 kent in paragraaf 12 een termijn van vijf jaar na oplevering voor het melden van verborgen gebreken. Het is zaak goed te bepalen hoe met verborgen gebreken zal worden omgegaan en dat eenduidig vast te leggen.

Het komt echter steeds meer voor dat opdrachtgevers de zorg van hun bouwwerken structureel uit handen willen geven en in handen van een expert willen leggen. Dat kan door middel van onderhoudsovereenkomsten. Kenmerkend daarbij is dat de aannemer een inspanningsverplichting aangaat. Het is ook mogelijk dat de zorg voor het werk geheel uit handen wordt gegeven door het aangaan van wat in de praktijk prestatie-overeenkomsten wordt genoemd. Kenmerkend voor een dergelijk contract is dat de aannemer gedurende een bepaalde tijd instaat voor de prestaties van een gebouw. Hiermee verschuiven dus meer verantwoordelijkheden van de opdrachtgever/eigenaar naar de aannemer. Dat vraagt naast een goede organisatie bij de aannemer ook een goede organisatie van het contract zelf. Aandachtspunten hierbij zijn onder andere: de definities, de inventarisatie van uitgangssituatie, de opnametechniek en uiteraard de wensen van de opdrachtgever.

Noodzakelijke ingrediënten zijn een goede communicatie tussen partijen (bedoelt men hetzelfde, belangenevenwicht; rechten en plichten moeten gelijkmatig worden verdeeld, risico's gedragen door die partij die dat het beste kan) en professionaliteit (beheersing van het totale traject door de aannemer).

Deze afspraken dienen in een overeenkomst te worden gegoten. De Stichting Dakpromotie heeft voor dergelijke overeenkomsten voor daken een model gemaakt dat partijen houvast biedt in het traject te komen tot een onderhoudsovereenkomst en/of een prestatie-overeenkomst. Hoewel dit model is geschreven voor daken, kan het concept ook in andere disciplines prima worden toegepast. Voor verdere informatie zie: www.dakpromotie.nl

Afhankelijk van wat wordt afgesproken, heeft een aannemer meer of minder verantwoordelijkheid. Bespreek de verdeling van die verantwoordelijkheden volledig en zorg voor een goede neerslag daarvan in het contract. Een volledig contract is geen kwestie van wantrouwen. Eerder is het tegenovergestelde waar. Goede contracten met een duidelijke rol- en risicoverdeling leiden veel minder tot juridisch gekissebis. Het contract is dus het resultaat van interactie, niet de bron. In onze huidige praktijk ligt dit helaas vaak andersom. Alles gaat z'n gangetje tot er wat mis gaat en dan gaat men pas lezen. Dus; een goede voorbereiding is het halve werk!