Zoeken

Roofs 2005-09-10 Kedge, commotie en claims

Zeg eens eerlijk, snapt u nog waar het om gaat bij alle commotie rond de Kedge? Wij  komen na enige moeite tot de conclusie dat er momenteel jurisprudentie wordt geschreven die hard nodig is. Het gaat om veiligheid, het gaat om geld en het gaat om reputatie. Kedge Safety Systems BV, de BV die de Kedge op de markt brengt, is voor de rechter gedaagd door twee grote concurrenten. Vooruitlopend op de rechtszaken hebben deze concurrenten open brieven in de vakbladen geplaatst. Kortom: commotie. Dit artikel is voor publicatie voorgelegd aan de betrokken partijen, die zich, vooruitlopend op de rechtspraak, wensen te onthouden van commentaar. Het artikel is geïnitieerd door de redactie om de lezers uit te leggen wat er nu eigenlijk aan de hand is.

• Ing. A.B. Berlee, T-Joint BV

De eerdere open brieven vereisen een basiskennis aangaande de regelgeving om de standpunten en stellingen te begrijpen. Even de regels in het kort. Het is de verantwoordelijkheid van de werkgever zijn personeel veilig en verantwoord te laten werken (arbowet). De werkgever dient het werkterrein van de werknemer op voorhand te inventariseren op risico’s voor zijn werknemers en deze risico’s te evalueren. Het komt er op neer dat hij bij voorziene risico’s passende maatregelen treft om deze risico’s weg te nemen of te minimaliseren. Dit doet hij door een Risico Inventarisatie & Evaluatie, kortweg RI&E genaamd.

De dakdekker moet zijn mensen veilig en verantwoord laten werken op een werkvlak dat per definitie op hoogte ligt, namelijk het dak. In overeenstemming met deskundigen, werkgevers en werknemers is opgesteld hoe men dit werkvlak veilig en verantwoord moet laten zijn. Dit is o.a. geregeld in het A-blad. Over de status van het A-blad zou ook nog het een en ander geschreven kunnen worden, maar dat laten we hier buiten beschouwing. Het A-blad geeft aan dat een werknemer voor kortdurende werkzaamheden veilig en verantwoord genoeg kan werken indien hij beveiligd is. De werknemer kan ‘gezekerd’ zijn door zich aan te lijnen. Daar gelden ook weer regels voor die we ook weer even laten voor wat ze zijn. De vraag is namelijk waaraan hij zich mag zekeren. Een dakanker is een van de mogelijkheden en in veel gevallen de enige mogelijkheid. Er zijn inmiddels vele uitvoeringen van dakankers en gesteld kan worden dat er een levendige handel is ontstaan in het leveren en aanbrengen van dakankers. Dat is ingegeven door het feit dat:

•          zeer vele bestaande daken geen voorzieningen kennen;

•          zeer vele daken daarom nog geïnventariseerd moeten worden;

•          zeer veel werk verricht moet worden waarbij tevens dakonderhoud ter sprake komt;

Zie daar de handel en de gunstige neveneffecten voor de dakdekkers. Wie een RI&E maakt, wordt duidelijk dat het dak niet alleen voor dakdekkers het werkvlak vormt. Installateurs, glazenwassers, elektriciens, onderhoudsmensen, schilders, tuinders, al deze disciplines komen ook op daken. Het zijn vele disciplines die onder verantwoordelijkheid van even zovele werkgevers voor hun werk het dak betreden. Een opdrachtgever, die het dakanker moet betalen, zal zich een dakanker wensen dat door al die disciplines gebruikt kan worden, dat bespaart hem per uit te voeren werk immers kosten aan beveiliging. De werkgevers van die mensen zullen zich er van moeten vergewissen dat het dak veilig is door de aanwezige voorzieningen te beoordelen. In dit laatste zit hem het probleem.

Er is een norm voor dakankers, en wel EN-795. Die norm stelt eisen aan de dakankers voor daken. Er zijn verschillende soorten daken en er zijn verschillende soorten dakankers en daarom is er een onderverdeling in klassen. De vaste ankers die het meest worden toegepast op platte daken vallen onder de klassen A en C. Klasse A voor enkelvoudige ankers en klasse C voor ankerpunten die onderdeel uitmaken van een lijnsysteem waar meerdere personen gelijktijdig gebruik van mogen maken. Ankers ingedeeld in klasse A moeten in staat zijn om én een dynamische kracht te weerstaan én een statische kracht. De dynamische kracht komt overeen met een vallend gewicht van 100 kg over een afstand van 2,5 m1. Dit simuleert een vallend persoon. De kracht die vrijkomt is kortstondig en kan onder omstandigheden bijna 1,5 ton bedragen. De statische kracht die het anker moet kunnen weerstaan is 10 kN gedurende drie minuten. Een anker moet bestand zijn tegen beide beproevingen. Het anker wordt daarbij aangebracht volgens de beschrijving van de leverancier.

Alles geregeld, zou je denken, maar de EN-795 is  (nog) niet opgenomen in de Nederlandse regelgeving. Stel nu dat dit wel het geval zou zijn, dan blijft het probleem hoe een derde zich er van kan vergewissen dat het anker voldoet. Want in het laboratorium kan dat nu wel getest zijn, maar iedereen weet dat een dak, en zeker een bestaand dak, niet overeenstemt met laboratoriumomstandigheden (een zeer bekende discussie in dakenland). En door wie is het anker aangebracht en onder welke omstandigheden? De werkgever is degene die verantwoordelijk is voor het geval er iets gebeurt. En wat als de werkgever verwijst naar de eigenaar van het pand die met de aanschaf van het middel eigenaar van het anker is? In hoeverre is die eigenaar dan verantwoordelijk? En die eigenaar verwijst naar zijn leverancier en etc. etc. etc. Kortom, het is gewenst dat een anker duidelijk voldoet aan waar het voor bedoeld is. En dit is nu inzet van het geschil tussen de leverancier van de Kedge en zijn concurrenten All Risk en Latchways. De laatsten  verwijten de eerste dat:

•          het anker niet voldoet aan de EN 795. Proeven uitgevoerd op het anker zouden uitwijzen dat het anker de test niet doorstaat.

•          de proeven uitgevoerd moeten worden door een ‘Notified Body’ welke bevoegd zou zijn een uitspraak te doen over de werking van het anker;

•          de betrouwbaarheid van de werking van het anker te veel afhankelijk zijn van én de omstandigheden én de vakkundigheid van de persoon die het aanbrengt.

Omgekeerd wordt gesteld dat:

•          het anker wél voldoet aan de EN 795: 1996 klasse A1 en veilig is.

•          de Kedge wel degelijk is getest door een Notified Body. Overigens is een Notified Body noodzakelijk voor een CE merk en niet per se voor een EN norm. (zie artikel Roofs 7-2005 ‘BDA is een Notified Body’).

•          KSS heeft uitgebreid proeven genomen met kunstmatig verouderde ankerpunten, allen met goed gevolg.

•          de Kedge alleen aangebracht mag worden door verwerkers die met succes de opleiding (Montage Instructies) hebben gevolgd.

Het is aan de rechter om hier een uitspraak in te doen en het is maar zeer de vraag of de rechter inhoudelijk in zal gaan op het geschil. Vermoedelijk zal eerst bekeken worden welke vragen nu betrekking hebben op het product in relatie tot de regelgeving en als dat beantwoord is, zullen experts de zaak moeten beoordelen. Wie als expert aangewezen wordt, is eveneens de vraag, er zijn zeer veel zelfbenoemde experts en slechts een enkeling weet van de regelgeving en de grondslagen daarvan. Het is zeer wel te hopen dat de rechter tot een uitspraak komt omdat onenigheid over de ankers en het moddergevecht dat zich nu voordoet alle partijen schaadt en het imago van de dakenbranche geen goed doet.

De Kedge is een anker dat verkleefd wordt op de bedekking. De bedekking en een speciaal gevormd binnenwerk vangen de krachten op die in de norm beschreven staan. De concurrenten hebben een anker dat door het dakbedekkingspakket heen bevestigd moet worden in de constructieve ondergrond. De krachten worden opgevangen door de bevestigingsmiddelen en het anker zelf. Een plakanker versus een paaltje zou je kunnen zeggen. Beide ankers worden verkocht aan dakbedekkingsbedrijven die ze, opgeleid, aan mogen brengen. Eenmaal aangebracht is bij beide soorten ankers niet door een derde vast te stellen of ze voldoen.