Zoeken

Roofs 2005-09-32 Mechanisch bevestigen van afschotisolatie op betonnen onderconstructies

Afschot op betonnen onderconstructies wordt steeds vaker in de isolatie verwerkt.

Steeds vaker wordt het noodzakelijke afschot op betonnen onderconstructies verwezenlijkt door het op te nemen in de aan te brengen isolatie. Waar in het verleden door middel van het onder afschot aanbrengen van een cementdekvloer een juiste afwatering werd ondervangen, wordt dit nu voornamelijk in de isolatie tot stand gebracht.

• Arjan van Voorden en

Dennis Moerings, Afast BV

Vrijwel alle isolatieproducenten leveren momenteel naast de vlakke isolatieplaten ook afschotplaten inclusief een legplan. Onze ervaring is dat de dakdekker veel moet puzzelen om een goede start te maken en e.e.a. efficiënt tot een goed eind te brengen. Met name met gecompliceerde gebouwvormen en dakonderbrekingen is de vergelijking met een puzzel voor gevorderden van Ravensburg niet uit de lucht gegrepen.

Naast het leggen van de isolatie komt nog het bevestigingen van het dakpakket. Met de thans geldende isolatienormen begint een afschot vaak met minimaal 70 mm oplopend tot in sommige gevallen 300 mm en dikker. Deze variërende opbouwdikte zorgt in de praktijk ook voor de nodige complicaties.

Veel verschillende afmetingen bevestigers

Het begint al in het offerte stadium. Afschotplannen zijn vaak nog niet geheel duidelijk en men neemt soms voor de bevestigers een stelpost van de gemiddelde lengte. Dit terwijl de langere bevestigers niet evenredig duurder zijn, maar vaak met factor 2 tot 3 in prijs toenemen t.o.v. bijvoorbeeld een opbouwdikte 100 mm.

Wanneer de offerte is omgezet in een order, dienen er ook bevestigers te worden besteld. In de praktijk zijn bij een afschot 100 tot 300 mm bij de meest gangbare bevestigingssystemen acht tot negen verschillende lengten noodzakelijk om e.e.a. goed aan te kunnen brengen. Bij kleinere dakoppervlakken geeft dit problemen, omdat vaak volle verpakkingen met eenheden van 250 tot 500 stuks besteld moeten worden. Als het een dak van 250 m2 betreft zijn in het gunstigste geval 2.000 (8x 250) stuks het dak op getild, waar er bij een standaard situatie van 5 a 6 stuks per m2 tussen de 1.250 en 1.500 stuks benodigd zijn. (Overschotten van 50% en meer). De verwerker moet voor aanvang gaan bepalen waar de verschillende afmetingen moeten worden toegepast. Ook dient hij rekening te houden met de verschillende lengten boren die benodigd zijn.

Nieuwe bevestigingsmethodieken

Er zijn momenteel systemen op de markt waar met één bevestiger een afschot van 70mm kan worden overbrugd. Hierdoor kan het aantal verschillende afmetingen bij afschotisolatie sterk worden gereduceerd en wordt het werken een stuk eenvoudiger en overzichtelijker. Het principe is op zich simpel, maar wordt pas echt duidelijk als er in de praktijk mee gewerkt wordt. Toch een poging om het op papier helder te krijgen.

Het bevestigingselement bestaat uit een roestvaststalen nagel met een diameter van 5,7 mm voorgemonteerd in een kunststof tule. Op de nagel is een schroefdraad gewalst die uitsluitend ten doel heeft de tule na montage van de nagel terug te draaien totdat de isolatie en/of dakbaan met de juiste druk zijn afgeklemd. Op deze manier kan het afschot van 70 mm worden overbrugd. Bij de eerder genoemde systemen moet met acht tot negen verschillende afmetingen worden gewerkt, terwijl met de nieuwe afschotbevestiger het als voorbeeld gestelde afschot van 100 t/m 300 mm met slechts vier lengten gemonteerd kan worden.

Bijkomend voordeel is dat bij dit systeem slechts 25 mm diep voorgeboord (diameter 5.0 mm) dient te worden en de inbrengdiepte van de nagel is slechts 20 mm, om een afdoende rekenwaarde te krijgen. Het instellen van het juiste klemeffect op de isolatie en/of dakbaan wordt immers verkregen door het aandraaien van de tule over de schroefdraad van de nagel en niet door het verder inbrengen van de nagel in de ondergrond. Bij een niet instelbare bevestiger is de minimale inbrengdiepte bepalend. De stappen tussen de verschillende maten (vaak rond de 25 mm) veroorzaken dan dat er op verschillende plaatsen dieper moet worden voorgeboord dan noodzakelijk. Dit vergt extra tijd, meer slijtage aan boren en tevens meer overlast bij reeds bewoonde objecten.

Mechanisch bevestigen op betonnen onderconstructies betekent nog steeds voorboren. Ondanks verschillende pogingen van fabrikanten om bevestigingssystemen te ontwikkelen die zonder voorboren aangebracht kunnen worden, is er momenteel geen bedrijfszeker systeem waar voorboren niet noodzakelijk is.

Voorboren is arbeidsintensief (2/3 deel van de totale montage) en het vraagt veel energie van de verwerker. Daarnaast worden deze werkzaamheden veelal niet onder ergonomische omstandigheden uitgevoerd. Er zijn momenteel verschillende hulpstukken op de markt waardoor de boorwerkzaamheden rechtopstaand en sneller kunnen worden uitgevoerd. Dit behelzen hulpstukken om een boorhamer in te klemmen en te verlengen tot boorkarren met vier tot zes boorhamers. De boorkarren zijn een goede oplossing voor grotere dakoppervlakken 500 m2 en groter. Eveneens dient het oppervlak niet te veel onderbrekingen (lichtkoepels / dakdoorvoeren) te hebben, omdat dan met het vrij grote apparaat niet de gewenste productie gehaald kan worden.

Voorboren

Veel gehoorde klacht van gebouwbeheerders (flats, verzorgingstehuizen en verpleeginstellingen) bij het mechanisch bevestigen op de betonnen dakvloer is dat de bewoners veel hinder ondervinden van het voorboren. In sommige gevallen dringt het geluid sterk door in het gebouw. Bij vijf a zes stuks per m2 is dit doordringende geluid bij een gemiddeld flatgebouw al snel 5.000 keer aan de orde. Het is daarom van belang dit voorboren per bevestigingspunt zo kort mogelijk te houden. Dit kan enerzijds bereikt worden door kwalitatief goede boren te gebruiken en anderzijds bevestigers toe te passen die een geringe indrijfdiepte in de ondergrond vereisen.

Bijkomend voordeel van minder diep voorboren is dat het risico op het beschadigen van leidingen in de dakvloer hierdoor voorkomen wordt.

De tabel laat een overzicht zien van de meest voorkomende bevestigers voor betonnen onderconstructies en de verschillende eisen aangaande het verwerken.

Conclusies en advies

•          Het is een feit dat afschotisolatie op betonnen onderconstructies steeds vaker wordt toegepast.

•          Mechanisch bevestigen is gecompliceerder als het gaat om een afschotplan t.o.v. een vlakke isolatieplaat.

•          Bepaal vooraf met uw bevestigingsleverancier welk systeem voor het betreffende project het meest geschikt is.

•          Maak vooraf een duidelijk bevestigingsplan op basis van het afschotplan van de isolatie, zodat de verwerkers weten hoe e.e.a. uitgevoerd moet worden.

•          Gebruik goede hulpgereedschappen om het boren efficiënt en ergonomisch te kunnen doen. Er zijn hulpstukken beschikbaar waarmee voor een relatief laag bedrag rechtopstaand geboord kan worden.

•          Bevestigingssystemen met een geringe inbrengdiepte zorgen ervoor dat het voorboren ook minder tijd in beslag zal nemen. Bijkomend voordeel is dat bij bewoonde objecten ook de geluidshinder gereduceerd wordt.

•          Zet systemen in waar met zo min mogelijk verschillende afmetingen het gewenste resultaat behaald wordt. Dit zorgt voor meer duidelijkheid en minder restanten na afronding van het project.

Afschotisolatie op betonnen onderconstructie betekent niet per definitie hoofdbrekens.

We kunnen tot slot vaststellen, dat mits er voldoende maatregelen worden getroffen, een mechanisch bevestigd daksysteem met afschotisolatie op een goede manier kan worden uitgevoerd. Schakel uw bevestigingsleverancier in om voor aanvang van het project informatie in te winnen en gezamenlijk de beste oplossing te bepalen. Er is door de gestegen toepassing van afschotisolatie inmiddels ook meer kennis opgedaan. Daarnaast zijn er specifieke producten ontwikkeld om  bij dergelijke dakpakketten efficiënt te kunnen werken.