Zoeken

Roofs 2015-07-16 Van dak naar stedelijk landschap (premium)

Trendwatcher

Een steeds groter deel van de wereldbevolking zal de komende decennia in steden gaan wonen en die verstedelijking geldt ook voor Nederland en Europa. Wat kan de dakenbranche doen om al die mensen een goed leef­klimaat te bieden? Dit artikel verkent de trend van de verstedelijking, de ­gevolgen daarvan en in hoeverre de dakenbranche en opdrachtgeversop deze trend inspelen.

Hendrik Jan Kaal

Groei vooral in vier stedelijke gebieden

Naar verwachting woont in 2030 zestig procent van de wereldbevolking in steden. Die ontwikkeling speelt wereldwijd, maar ook in Europa en Nederland. In Europa woont momenteel 75% van de bevolking in stedelijke gebieden. In 2020 is dat 80%. Zo groeit de bevolking van Londen tweemaal zo snel als de bevolking van de rest van Engeland. Voor Nederland stellen het CBS en het Planbureau voor de Leefomgeving in de ‘Regionale prognose 2013-2040’ het volgende: “Van de vier grote gemeenten laat Utrecht de sterkste bevolkingstoename zien tussen 2012 en 2025 (21%) en Rotterdam de laagste (5%). Voor Amsterdam wordt 11% groei voorzien, voor Den Haag 7%. Tot 2025 groeien deze steden tezamen ruim tweemaal sneller dan het landelijk gemiddelde”.

De verwachting van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL; zie ‘Demografische ontwikkelingen 2010-2040’ uit 2013) is dat er nog 700.000 woningen bij gebouwd moeten worden in de stedelijke gebieden. Voor bedrijven en kantoren ligt er echter een belangrijke opgave voor herstructurering, gezien het huidige overaanbod, aangezien de beroepsbevolking wel blijft groeien. Tenslotte signaleert het PBL dat de groei van bevolkingsgroepen, zoals ouderen, alleenstaanden en allochtonen, meer culturele en recreatieve voorzieningen vraagt in de stadscentra.

Voor de vastgoed- en dakenbranche betekent dit in elk geval kansen met betrekking tot nieuwe daken en renovatie.

Een nieuwe kijk op de stad

De branche zal de kansen alleen ten volle benutten als er anders gewerkt gaat worden. Als er meer bijgebouwd moet worden en er groei plaatsvindt in de steden, dan nemen ook de eisen toe aan de infrastructuur, intensiteit van ruimtegebruik en kwaliteit van leven. Dit vraagt om een nieuwe kijk op de stad.

Er zijn mensen die hier koploper in zijn en nieuwe ideeën omarmen. Stef Janssen, zelfverklaard dakgoeroe, ziet de stad niet alleen als een (steen)landschap, maar als een ecologisch systeem. De natuur moet opnieuw door de stad heen lopen in plaats van eromheen. Door groendaken op een slimme manier te koppelen aan openbare ruimten, draag je volgens Janssen bij aan de revitalisering van binnensteden. Naast een verzameling gebouwen is een stad ook een verzameling leefpatronen. De grote ‘verloren ruimte’ van daken in steden moet dringend een functionele, esthetische en ecologisch verantwoorde invulling krijgen. Hij ziet daken als ‘het tweede maaiveld’.


Ook de wereld van design heeft inmiddels het dakenlandschap ontdekt. In 2014 deed Tijmen Dekker zijn project Roofscape aan de Design Academy in Eindhoven onder het motto ‘Just look up’. Zijn project bracht op verschillende manieren daken in kaart. Uit zijn toelichting: ‘With different heights, surfaces, vegetation, wildlife and levels of sun exposure, city rooftops are a landscape in their own right. Hidden from view, they are underused’. Tijdens de Rotterdamse Dakendagen in juni werd aangegeven dat de gemeente Rotterdam een 3D-model van de gehele gemeente heeft laten maken, inclusief de ondergrondse infrastructuur en de daken. Er blijkt dat er ca. 14,5 km² aan platte daken in de gemeente is.

Ook in België zijn er initiatieven: in ‘De 5e Gevel’ werken partijen met elkaar samen om de benutting van platte daken te stimuleren. Zij zijn van mening dat een dak als onbenut areaal vandaag geen optie meer mag zijn en willen het inzetten van die ruimte als werkruimte, ontspanningsruimte en opbrengstruimte stimuleren. Om nieuwe technieken te testen die hierbij ingezet kunnen worden, bouwen zij gezamenlijk hun ‘Laboratoriumdak’.

De overheid pakt dit inmiddels ook op in al haar geledingen. De rijksoverheid heeft al enkele jaren terug in de Nota Ruimte doelstellingen geformuleerd, die focus leggen op en eisen stellen aan de stedelijke leefomgeving. Deze betreffen onder andere de ontwikkeling van zes stedelijke centra en optimale benutting van verdichtingsmogelijkheden. Gebruik van daken kan hier een belangrijke bijdrage aan leveren. Inmiddels wordt dit door lokale overheden ook concreet opgepakt en in beleid en projecten vertaald. In de Strategische Agenda van de provincie Utrecht is een centraal vraagstuk, hoe om te gaan met de spanning tussen de behoefte aan extra woningen en het gebrek aan ruimte. In de Notitie Meervoudig Ruimtegebruik ziet zij het gebruik van hetzelfde grondoppervlakte voor meer dan één functie als een belangrijke bijdrage aan het verbeteren van de kwaliteit van de binnenstedelijke omgeving en efficiënter binnenstedelijk ruimtegebruik.

De gemeente Rotterdam gaf tijdens de Dakendagen bij monde van Maarten Nypels een inkijkje in haar visie: zij ziet de stad als een verzameling van meerdere infrastructuren, die ‘het podium bieden waarop de burgers functioneren’. In het kader van Rotterdam Climate Proof ziet de gemeente daken als onderdeel van de energie infrastructuur en de waterhuishouding. Ook ziet men kansen voor daken als onderdeel van de logistieke infrastructuur, met pakketbezorging via drones op daken. Er zijn zelfs ideeën over ‘extrusie’: het bouwen van een stad over de stad heen, waarbij nieuwe daken ontstaan op niveaus boven de bestaande.

Een interessante invalshoek biedt ook het KennisCentrum Healthy Urban Living (KC HUL). Het Inspiratiedocument Gezonde Verstedelijking (april 2015) geeft aan hoe gezonde verstedelijking als ontwikkelings- en (her)inrichtingsconcept kan worden ingevuld. Dit vanuit de overtuiging dat een gezonde omgeving niet alleen gezondere inwoners oplevert, maar ook op sociaaleconomisch gebied concurrerend kan zijn. En ‘last but not least’, een gezonde leefomgeving is ook aantrekkelijk om in te wonen. Met name aan dit laatste kan de dakenbranche een goede bijdrage leveren. Denk aan aspecten als luchtindicatoren, wateroverlast, hittestress, beschikbaarheid van groenvoorzieningen en sportfaciliteiten. In dit inspiratiedocument is de bijdrage van benutting van daken aan gezonde verstedelijking niet expliciet ingevuld. Dit biedt een mooie uitdaging aan de dakenbranche.

Daken kunnen veel bijdragen

In de praktijk worden inmiddels allerlei functionaliteiten aan daken toegevoegd. Sporten, parkeren, voedsel verbouwen, energie opwekken, water bergen, recreëren zijn allemaal ­activiteiten waarvan succesvolle voorbeelden zijn gerealiseerd en die steeds vaker overwogen worden bij nieuwe gebouwen of renovatie.

Dit heeft veel positieve effecten op de stedelijke leefomgeving. Om enkele belangrijke te noemen:

• Groendaken hebben een positieve invloed op het leefklimaat in de stad. De TU/e heeft in een studie de eigenschappen van groene daken en gevels in kaart gebracht. Daaruit blijkt dat een dak van 2000 m² gras jaarlijks 4000 kg fijnstof af kan vangen. Bij toepassing van struiken is dit zelfs meer. Groendaken vangen ook CO2 af en kunnen stoffen ozon, stikstofoxide en zwaveldioxide verwijderen. Ook kan het zogenaamde ‘urban heat island effect’ worden tegengegaan. Toepassing van groene daken en gevels kunnen de temperatuur in stedelijk gebied laten dalen met ongeveer 2-4 °C;

• De waterhuishouding in de stad kan verbeterd worden. De verwachte toename van neerslag in de komende decennia legt druk op de rioolsystemen en afwatering. De hierboven genoemde studie van de TU/e laat zien dat door het toepassen van groene gevels en daken retenties mogelijk zijn van tussen de 50% en 75%, naast het vertragend en bufferend effect.

Het Planbureau voor de Leefomgeving stelt dat er verband is tussen de dichtheid van steden en concurrentiekracht in ­Europees verband. Een aantrekkelijke leefomgeving is een succesfactor voor het aantrekken van internationale bedrijven, het ontwikkelen van een kenniseconomie en ­bijvoorbeeld het aantrekken van creatieve industrieën. ­Daken kunnen faciliteiten bieden die daaraan bijdragen.
We hebben dus ook een economisch belang bij investeren in onze daklandschappen.

De branche is uit de startblokken

Goed nieuws is dat de branche inmiddels uit de startblokken is. Er worden interessante projecten gerealiseerd. Er ontstaan nieuwe samenwerkingsverbanden van dakdekkersbedrijven met gespecialiseerde bedrijven in andere functionaliteiten, zoals landschaps- en tuinarchitecten en ontwerpers en fabrikanten van speel- en sporttoestellen en sportvloeren. Voor zowel dakdekkers als specialisten beteken dit dat er nieuwe markten geopend kunnen worden en groeikansen ontstaan. Er ontstaan nieuwe allianties uit de ambitie om daken beter en veelzijdiger te benutten. Soms zijn dit commerciële initiatieven die gericht zijn op het integraal aanbieden van daken met meerdere functies, soms initiatieven met een not for profit doelstelling, zoals het bieden van een kennisplatform.

Fabrikanten, dakdekkersbedrijven en dakadviseurs doen steeds meer ervaring op. Opdrachtgevers en gebouweigenaren overwegen echter nog niet structureel om in hun dak te investeren in het licht van energie, duurzaamheid of meervoudig ruimtegebruik. Dientengevolge is het ook voor architecten niet altijd een vanzelfsprekendheid om een dergelijk voorstel te doen. Tot slot valt op te merken dat in de huidige wijze van aanbesteding de prijs vaak nog een (te) doorslaggevende rol speelt en dit bevordert meervoudig ruimtegebruik niet.

Strategische kansen

Voor de dakenbranche liggen er mooie kansen in het verschiet. Van belang is om opdrachtgevers nog meer te interesseren voor investeren in de benutting van het dak. Daarvoor is enerzijds een positieve business case nodig voor de opdrachtgever. De investering moet rendement opleveren, hetzij financieel, hetzij in duurzaamheid en maatschappelijk opzicht. De dakenbranche kan veel doen aan het ontwikkelen van overtuigende business cases.

De dakenbranche kan zich daarnaast beter organiseren om meer invloed uit te oefenen op beleidsmakers en diegenen die aanbestedingen in de markt zetten om de beoordeling ervan zodanig aan te passen dat dit soort nieuwe ideeën kans van slagen maken. Overheidsbeleid om meervoudig ruimtegebruik in te zetten bij verbeteren van de stedelijke leefomgeving leidt niet vanzelfsprekend tot investeringen van individuele opdrachtgevers, ook niet als de overheid zelf opdrachtgever is. Een krachtige sector kan dit stimuleren. De branche zal zich proactief moeten verbinden aan opdrachtgevers en gebruikers van de daken, al dan niet als publieke ruimte. Co-creatie is hier het motto.

Tot slot dient de kwaliteit van daken met een nieuwe functionaliteit boven elk twijfel verheven te zijn. Zolang een nieuw type dak door eigenaren als een risico wordt gezien, zullen zij aarzelen hiertoe over te gaan. De branche kan zich dus beraden hoe de kwaliteit geborgd kan worden en hoe kennis en competenties op de been worden gebracht om dit te realiseren. Als de branche deze randvoorwaarden kan creëren, is dit de beste kans in tijden om de dakenbranche een stevigere rol in de bouwsector te geven door (veel) meer toegevoegde waarde te bieden en daarvoor erkenning te krijgen in haar betekenis in de sector èn in rendement.

Conclusies

Samengevat biedt het dak als stedelijk landschap een belofte­volle toekomst:

• De verstedelijking in Nederland zet de komende decennia door en de overheid zet in op meervoudig ruimtegebruik. Dit speelt in heel Europa;

• Trendsetters nemen ook aspecten als design, sociale cohe­sie en gezondheid mee. Ook de wetenschap doet meer onderzoek;

• Daken kunnen een veelzijdige rol spelen bij het leefbaarder, schoner en duurzamer maken van de stedelijke leefomgeving;

• De sector is uit de startblokken, er ontstaan nieuwe projecten en nieuwe allianties om kennis aan te haken;

• De sector heeft een kans om meer toegevoegde waarde te bieden. Daarvoor is nodig de krachten te bundelen, overtuigende business cases te presenteren en proactief op te treden naar opdrachtgevers en beleidsmakers;

• De kwaliteit mag nooit als een risico worden gezien door opdrachtgevers.