Zoeken

Roofs 2015-08-30 “Aanschafprijs veiligheidssysteem te vaak doorslaggevend”

Hoewel hij nog maar 56 is, heeft Laurens Smets zich per 1 juni 2015 teruggetrokken uit Gevaco bv, leverancier van valbeveiligingsproducten in Berg en Terblijt. Smets heeft een belangrijke bijdrage geleverd aan de ontwikkeling van de valbeveiligingsbranche. Roofs vroeg hem naar het hoe en waarom van deze stap.

Valbeveiliging

Laurens Smets is sinds 1978 actief in de bouw. Op 15-jarige leeftijd ging hij aan de slag in het aannemersbedrijf van zijn vader. Enkele jaren later nam hij het bedrijf over. Gevaco werd opgericht als dochteronderneming van het aannemersbedrijf. Smets is altijd een enthousiast klimmer geweest en zodoende is hij al op jonge leeftijd geïnteresseerd geraakt in beveiligingsmiddelen. In die tijd was het gebruik van veiligheidsmiddelen in de bouw niet gangbaar; Smets heeft zich er in de loop der jaren voor ingespannen dat het onderwerp op de agenda werd gezet, en hij was actief betrokken bij de totstandkoming van de stand der techniek op dit gebied. In eerste instantie voornamelijk in de gevel- en glazenwassersbranche, later ook in de dakenbranche. Per 1 juni jl. heeft Smets de leiding van het bedrijf overgedragen aan John Zwaart. Een opvallende ontwikkeling, waarom treedt Smets terug?

Collectief of pbm?

“Ik heb een passie voor veiligheid,” aldus Smets. “Het plezier in dit werk heeft hem voor mij altijd gezeten in de innovatie van de producten: hoe bewerkstellig je een veilige oplossing tegen een marktconforme prijs? De laatste jaren is mijn enthousiasme hiervoor minder geworden omdat de focus in de markt op prijs blijft liggen en niet op veiligheid. Ik doe dit werk al vele jaren en ook daarom was het steeds moeilijker om mezelf te motiveren. Ik ben daarom tot de conclusie gekomen dat het zowel voor het bedrijf als voor mij persoonlijk gezonder zou zijn om terug te treden en het stokje over te dragen aan de jongere generatie. Het bedrijf is bij John Zwaart in goede handen, hij is al jarenlang in het vakgebied werkzaam.”

“Veiligheid is relatief eenvoudig te bewerkstelligen. Als collectief kan, is dat in alle gevallen de meest veilige oplossing. Dit is ook de wetgeving. Je moet eerst zorgen dat er geen gevaar ontstaat. Alleen als dat niet mogelijk is, kun je maatregelen als pbm’s treffen om je tegen het gevaar te beschermen. In de praktijk wordt hier veelal van afgeweken, hetzij om budgettaire redenen, hetzij om esthetische – wat allebei oneigenlijke redenen zijn. De uitdaging was steeds een collectief veiligheidsmiddel te ontwikkelen dat het argument voor toepassing van een pbm zou wegnemen. Overigens is het op de lange termijn altijd kostentechnisch gunstiger om te kiezen voor een collectief systeem. Doorgaans let men alleen op de aanschafprijs, die voor pbm’s inderdaad lager is – maar daar is het jaarlijks onderhoud nog niet bij gerekend, om nog maar te zwijgen van voorkomende reparaties (die bij kabel- en dakankersystemen relatief vaak nodig zijn).”

“Ik ben altijd een groot tegenstander geweest van de massale toepassing van pbm’s. De keuze voor een persoonlijk beschermingssysteem wordt in veruit de meeste gevallen vanwege budgettaire redenen gemaakt. Vergelijk het met een fabriek waar het personeel met mondkapjes rondloopt vanwege fijnstof dat in het productieproces vrijkomt. Er wordt wel aan de gezondheid gewerkt, maar veel beter zou natuurlijk zijn als het fijnstof voorkomen wordt (bronaanpak) en als tweede keuze direct bij de machine wordt afgezogen (collectieve maatregel). Die keuzemethodiek is de enige juiste, ook op het dak, maar wordt in veel gevallen niet gemaakt omdat dat te duur is. De overheid laat steeds meer aan de markt zelf over, dus controle vanuit de overheid vindt niet of nauwelijks plaats.”

“Voor de veiligheid op het dak is dat geen goede zaak, ook al omdat de kennis over veiligheid, en waarom voor bepaalde oplossingen dient te worden gekozen, wegvloeit. De overheid beperkt zich immers tot doelvoorschriften: de invulling ervan wordt aan de markt overgelaten. Het is dus lastig om bepaalde regelgeving terug te vinden: waar staat bijvoorbeeld dat de opstand minimaal 1 m of 1,10 m moet zijn? De invulling van de doelvoorschriften is divers en in veel gevallen tegenstrijdig, mede doordat uit kostenoverwegingen steeds de grens van het haalbare wordt opgezocht. Wanneer steeds minder goed bekend is wat de grens is, en waarom dat de grens is, zal men die grens steeds gemakkelijker overschrijden.”

Bewustwording

In de tijd dat Smets Gevaco opzette, was veilig werken op hoogte nog nauwelijks een item in de dakenbranche. De gevelbranche heeft in dit opzicht een voortrekkersrol gespeeld. Het bedrijf was bij deze eerste ontwikkelingen betrokken met de Safesit producten. Smets: “Bij werkzaamheden aan de gevel is het, in tegenstelling tot het dak, meteen duidelijk dat er maatregelen moeten worden getroffen. Het onderwerp is destijds middels het convenant Gevelonderhoud actief opgepakt door de overheid, de branchevereniging, vakopleidingen en marktpartijen. Wij hebben als leverancier een rol in gespeeld in de ontwikkeling van de regelgeving en normering op het gebied van veilig gevelonderhoud.”

“De ontwikkelingen zijn op het gebied van het dak veel later op gang gekomen. Het dak zie je niet, dus is men minder snel bereid daar in te investeren. Het heeft veel tijd en energie gekost om het onderwerp veilig werken op hoogte in de dakenbranche op de agenda te krijgen. De cultuur was er lange tijd niet naar om veiligheidsvoorzieningen toe te passen, een dakdekker heeft niet het gevoel dat hij van het dak kan vallen. Maar je ziet dat in de loop der jaren, met name onder zzp’ers, de nodige ongelukken gebeuren – de laatste tijd met name in het aanbrengen van zonnepanelen. Het bewustzijn bij de gebruikers maar ook opdrachtgevers begint steeds meer te groeien.”

“Het is de commercie die de vraag creëert, de regelgeving loopt daar altijd achteraan. Ik heb me altijd ingespannen om betrokken te zijn bij de totstandkoming van de regelgeving. Enerzijds is dat natuurlijk een commercieel belang, anderzijds vind ik het belangrijk dat de regelgeving volgens de – volgens mij – juiste uitgangspunten tot stand komt. Je ziet dat de veiligheidsindustrie op gang is gekomen als gevolg van financiële overwegingen, bijvoorbeeld het imago van een bedrijf als er een ongeval plaatsvindt. De verzekeringsmaatschappijen hebben een belangrijke rol gespeeld in de ontwikkeling van de veiligheidsindustrie, de claimcultuur. Dat verklaart deels het succes van onze signaleringsbordjes, terwijl signaleringsbordjes op het dak welbeschouwd een beetje vreemd zijn. Gezond verstand is vaak voldoende om een veilige situatie op het dak te verkrijgen. Er spelen echter altijd andere overwegingen mee, overwegingen die feitelijk niets met veiligheid te maken hebben. En daar begint de verwarring.”

Ideeën

Dit zijn allemaal factoren geweest in het besluit van Smets om zich uit Gevaco, en daarmee uit de veiligheidsbranche, terug te trekken. “Mijn passie voor veiligheid (het beschermen van mensenlevens) en voor productontwikkeling is niet weg. Vooralsnog bevalt het besluit me goed, lichamelijk ben ik in ieder geval gezonder geworden doordat ik meer beweeg en minder zit. Ik zal het dit jaar nog wat rustiger aan doen, maar ik heb nog steeds legio ideeën voor productinnovatie op het gebied van veilig werken op hoogte. Het lijkt me een kwestie van tijd dat ik die concreet ga maken, op welke manier dan ook.”