Zoeken

Roofs 2016-02-16 Het veiligheidsharnas: het werk bepaalt welke werkmethode en welke uitrusting (premium)

PBM’s

Roofs schrijft al langere tijd over veiligheid, en dan met name valveiligheid.

De focus ligt vooral op ankervoorzieningen die geïnstalleerd worden op daken. De vraag hoe daar mee te werken, en op welke wijze, is tot op heden nauwelijks aan bod gekomen. Vreemd eigenlijk, want veilig werken begint met nadenken over de werkwijze.

Om werkende personen te behoeden voor een val, zijn er diverse mogelijkheden. Welke van die mogelijkheden de veiligste is, hangt af van het werk dat op hoogte verricht moet worden. Middels de arbeidshygiënische strategie moet worden vastgesteld of het werk kan worden uitgevoerd zonder valgevaar, en als dat niet kan: of het collectief beveiligd kan worden - en als het echt niet anders kan: of het met persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM) uitgevoerd kan worden.

De indruk bestaat dat ieder dak uitgerust moet worden met valbeveiligingssystemen om veilig te zijn. Dat is niet het geval, het werk dat gedaan moet worden is maat- en richtinggevend.

Wanneer de veiligste manier van werken die met een PBM is, dan moet om te beginnen gekozen worden voor een werkmethode. In alle gevallen mag er niet langer dan 2 à 3 uur gewerkt worden aan een lijn. De volgende werkmethoden worden naar de NEN EN 363:2002 onderscheiden (in het Engels met de Nederlandse term ):

  • Restraint - Gebiedsbegrenzing
  • Workpositionering - Werkpositionering systeem
  • Rope acces - Rope acces system
  • Fall arrest - Valbeveiliging system
  • Rescue - Reddingssystemen

De norm is in revisie en een update gaat volgen. Rope acces & Rescue laten we buiten beschouwing in dit artikel.

Al deze werkmethoden hebben een eigen uitrusting en vereisen een ander gebruik. Voor platte daken kennen we gebiedsbegrenzing- en valbeveiligingsystemen. Het maakt niet uit of daarbij gebruik wordt gemaakt van een enkele ankervoorziening, een ankerlijn of een ankerrail. Al deze punten waaraan aangehaakt kan worden, moeten dezelfde krachten op kunnen nemen. Het komt dus aan op de uitrusting en het gebruik.

Gebiedsbegrenzing zorgt ervoor dat een gezekerd persoon niet in een onveilige zone kan komen, de persoon kan dus niet bij de rand van het dak en kan dus niet vallen. Wanneer de persoon met een dergelijke uitrusting wel bij de dakrand kan, bijvoorbeeld omdat gewerkt wordt met instelbare lijnen, dan is dat niet juist. De norm is in de uitwerking die beschreven wordt duidelijk genoeg . Voor gebiedsbegrenzing volstaat een heupgordel en een vaste lijn.

Wanneer de dakrand wel bereikt moet kunnen worden, dan is een valbeveiligingssysteem de juiste keuze. Daar hoort een gordel bij die de romp omsluit én een valdemper of shock-absorber met afgestelde lijn. Dit alles om te voorkomen dat de persoon inwendig letsel oploopt wanneer een val abrupt wordt onderbroken c.q. de persoon wordt opgevangen.

Voor hellende daken kennen we het werkpositioneringssysteem en het valbeveilgingssysteem. Ook hier maakt het niet uit of het enkele ankervoorzieningen zijn, kabel of rail. Bij een werkpositionering hangt de persoon actief in de lijn en kan dus niet vallen. Naast de werklijn hangt de persoon ook aan een veiligheidslijn. Een valbeveiligingssysteem is de juiste keuze als er bij een hellend dak de mogelijkheid bestaat om zich over het dak te verplaatsen. Het in een lijn hangen is dan geen optie.

Is er gekozen voor een werkmethode, dan moeten personen die er mee moeten werken op z’n minst geïnstrueerd worden maar liever nog getraind worden in de werkmethode.

Een harnas is het belangrijkste onderdeel van het valbeveiligingssysteem. Het moet voldoen aan de EN 361:2002 norm. Het is ontwikkeld om het lichaam op te vangen wanneer een val wordt gestopt, om de krachten die daarbij vrijkomen te verdelen en om te zorgen dat het lichaam van de gebruiker na de val rechtop blijft (hoofd omhoog). Een harnas moet ten eerste en vooral worden geselecteerd op basis van de werkzaamheden die moeten worden uitgevoerd en de manier waarop de gebruiker veilig de werkplek op hoogte bereikt. Vervolgens moet de selectie van een harnas gebaseerd zijn op hoe lang en hoe vaak het wordt gedragen. Er zijn werkzaamheden waarbij de gebruiker af en toe gezekerd is maar wel de hele dag het harnas draagt. Dat vraagt om een comfortabel en draagbaar harnas met rekbare weefselbanden, een ergonomische pasvorm en eenvoudige instelmogelijkheden. Er zijn vele harnassen op de markt met een universele maat, harnassen voor een persoon met een gemiddeld postuur. Dergelijke personen bestaan, voor de overige personen is het behelpen.

Hoewel het te eenvoudig klinkt om te vermelden: elk harnas moet worden geleverd met een duidelijke en gemakkelijk te begrijpen gebruiksaanwijzing in de taal van de gebruiker. De gebruiksaanwijzing moet duidelijke richtlijnen geven voor gebruik, onderhoud en inspectie. Om levensduur en hoogwaardige prestaties te garanderen, moet een harnas voor elk gebruik visueel worden geïnspecteerd. Regelmatige inspectie op slijtage, schade of corrosie door een daarvoor aangewezen bevoegd persoon moet onderdeel zijn van iedere programma voor kwaliteitsbeheersing. Het harnas moet worden vervangen wanneer enig gebrek wordt geconstateerd.

In overeenstemming met de EN 365:2004 norm moet de inspectie ten minste één keer in de twaalf maanden plaatsvinden. Het is echter aan te raden om elke zes maanden een gedetailleerde inspectie uit te voeren. Zeker wanneer het harnas in bepaalde ruwe en/of zware omstandigheden wordt gebruikt waarin een uitrusting gemakkelijk kan slijten. Noteer de resultaten van de inspectie en bewaar deze tot de volgende inspecties.