Zoeken

Roofs 2016-02-22 ‘ Samenwerking’ sleutelwoord tijdens Nationale Daken Congres 2016

Op 27-28 januari 2016 vond in het NBC te Nieuwegein het Nationale Daken Event 2016 plaats. Het evenement is een combinatie van een gespecialiseerde vakbeurs met congressen. In dit artikel een verslag van het congressenprogramma.

De eerste congresdag stond volledig in het teken van de aanstaande veranderingen op het gebied van kwaliteitsborging. In Roofs is hier in eerdere artikelen uitgebreid aandacht aan besteed. Chris van der Meijden van BDA ging tijdens het Nationale Daken Congres in op de veranderingen. De aanpassingen in de Wet Kwaliteitsborging zijn nog niet definitief, maar zullen naar verwachting per 1 januari 2017 effectief worden.

De gedachte achter de veranderingen is een verschuiving van de borging van het project naar het moment van oplevering (‘as built’). Wordt in de huidige situatie nog enkel bij de bouwaanvraag gecontroleerd of het project aan de eisen van het Bouwbesluit voldoet, in de toekomst zal dit bij oplevering gebeuren. Dit betekent dat bij afronding van het project een opleveringsdossier dient te worden overlegd. De aannemer is na oplevering verantwoordelijk voor alle gebreken, ook de verborgen, tenzij deze aantoonbaar niet aan hem kunnen worden toegeschreven.

Rol bouwpartijen verandert

Dit heeft gevolgen voor de organisatie van de bouw, en dus voor de dakenbranche en de individuele bedrijven (uitvoerende bedrijven en leveranciers). Paul Verkaik van BDA Opleidingen ging dan ook in op de veranderende rol van de respectievelijke bouwpartijen. De opdrachtgever zal meer een regisserende rol gaan vervullen. Op deze manier zal de expertise die in de markt aanwezig is beter worden benut. De aannemer draagt de verantwoordelijkheid voor het eindproduct en heeft ook de plicht de opdrachtgever te informeren over de wijze waarop het project is verzekerd. Verkaik pleitte voor een integrale samenwerking tussen de verschillende bouwpartijen en ging kort in op de manieren waarop dit is te bewerkstelligen (geïntegreerde contracten, BIM). Dakdekkerbedrijven zullen hier hun organisatie op moeten inrichten: de dakdekker zal bijvoorbeeld meer dan nu het geval is opereren als het verlengstuk van kantoor.

Adviseur en ‘trendwatcher’ Hendrik Jan Kaal ging aansluitend in op de juridische consequenties, met name op het gebied van aansprakelijkheid en garanties. Verzekerde garanties zullen bijvoorbeeld moeten worden aangepast omdat ze momenteel maar een beperkte scope hebben. Zo wordt schade als gevolg van windsnelheden van 20 m/seconde (windkracht 8) in veel van deze garanties uitgesloten: dit is minder dan wat wettelijk wordt geëist (Bouwbesluit 2012). Met de steeds breder wordende functionaliteit van daken zullen de garanties ook een bredere scope moeten krijgen. Er zullen ook andere prestaties dan waterdichtheid moeten worden gegarandeerd (energieopbrengst, isolatiewaarde, etc.). Samenwerking met gespecialiseerde partijen is dus noodzaak.

Tenslotte vertelde Nic-Jan Bruins van DGI Dak en Gevel Ingenieurs over een pilotproject dat is uitgevoerd met enkele op kwaliteit gerichte partijen. Bij de dakrenovatie van een bedrijfspand is het dakdekkerbedrijf zelf ingezet om de kwaliteit aantoonbaar te maken. Om aantoonbare kwaliteit te bereiken, is samenwerking onontbeerlijk. Bruins stelde in zijn presentatie tevens dat uit de op het werk geleverde materialen bleek dat fabrikanten dikwijls de ondergrens van de (kwaliteits)eisen opzoeken: een dakbedekking die verkocht wordt als een dikte van 1,2 mm is dikwijls dunner dan dat (tijdens het pilotproject werd een dikte van 1,16 gemeten). Een verschil dat binnen de marges van de kwaliteitscertificaten valt; Bruins zette hier zijn vraagtekens bij.

In het middagprogramma werd de roep om samenwerking middels een zogeheten ‘challenge’ concreet vormgegeven. De deelnemers werden uitgenodigd in een groep waar zoveel mogelijk bouwpartijen in zouden zijn vertegenwoordigd een product of dienst te bedenken die de kwaliteit in de branche zou bevorderen. De groep met het idee dat de meeste stemmen kreeg won een etentje ter waarde van €500,- (tijdens welke het idee wellicht uitgewerkt kan worden). Het idee van de app ‘Instaramp’ won de ‘challenge’, een idee voor een app waar aantoonbaar wordt gemaakt hoe een zogeheten ‘rampdetail’ is opgelost. Hieraan zou een prijs voor de dakdekker van het jaar kunnen worden gekoppeld. De prijs die de dakenbranche momenteel al kent, die voor het Dak van het Jaar, werd aan het slot van de eerste congresdag uitgereikt.

Actuele ontwikkelingen

Ook tijdens de tweede congresdag was ‘samenwerking’ het sleutelwoord. De presentaties concentreerden zich rond de actuele ontwikkelingen in de dakenbranche. De sanering van asbestdaken is zo’n item. Jasper Kosters van Oesterbaai liet zien welke gigantische klus de dakenbranche in de komende jaren staat te wachten: per 1 januari 2024 dienen alle asbestdaken te zijn gesaneerd, dat komt neer op in totaal circa 200 miljoen m² dakoppervlak. Er zijn verschillende oplossingen en financieringsmodellen denkbaar, maar de gigantische oppervlakte asbestdaken kan alleen worden bereikt wanneer strategische samenwerkingsverbanden worden aangegaan. De combinatie met oplossingen voor duurzame energie is momenteel subsidietechnisch het meest aantrekkelijk. Zie ook Kosters’ artikel ‘Nieuw perspectief voor realisatie van het Asbestdakenverbod’ in Roofs januari 2016.

Toen Kosters ter afsluiting van zijn spreekbeurt de aanwezigen vroeg hoe zij met het onderwerp om zouden gaan, bleef het opvallend stil. Het is echter noodzaak dat hier op korte termijn een antwoord op wordt geformuleerd.

Alexander Schiebroek van SolarTech maakte hier in zijn presentatie een begin mee, door een oplossing te presenteren waarmee op het dak zowel zonne-energie als zonnewarmte kan worden opgewekt. Een bezwaar van deze systemen is dikwijls dat ze esthetisch niet fraai zijn. De ontwikkelingen zijn echter zo ver gevorderd, dat dit bezwaar kan worden ondervangen. BIPV (Building Integrated PV-panels) en PVT (hybride systemen voor het opslaan van zonnewarmte) kunnen worden gecombineerd (Schiebroek doopte deze combinatie BIPVT). In deze systemen worden de diverse functies van het dak (constructie - isolatie - waterkering - warmtewinning – stroomproductie) gecombineerd, waarbij de esthetica niet wordt vergeten. Er liggen volgens Schiebroek enorme kansen voor de dakdekker en de installateur, maar dan moeten ze wel ‘onder hun steen vandaan komen’.

Luchtdicht bouwen is een ander item waar rekening mee dient te worden gehouden. Sander van der Tol van Nieman-Kettlitz en Jan van Leeuwen van Monier gingen hierop in. Van der Tol vroeg zich hardop af of een Rc van 6 niet een beetje te veel van het goede is. Het heeft grote bouwkundige gevolgen, en de vraag is of het voldoende energiebesparing oplevert. Hij concludeerde dat we eerst maar eens moeten zorgen dat we de stap van 3,5 naar 6,0 op een goede manier maken. Jan van Leeuwen liet zien dat dit nog lang niet eenvoudig is. Uit praktijkmetingen tijdens een renovatieproject blijkt dat een kwalitatief bedrijf, dat op een goede manier tijd en aandacht heeft besteed aan het aanbrengen van de isolatielaag, nog steeds een ondermaatse prestatie kan leveren. Van Leeuwen raadde aan de werkmethode middels praktijktesten aan te scherpen, zodat het eindresultaat geborgd kan blijven. Zie voor dit laatste betoog ook het artikel ‘Luchtdicht renoveren van hellende daken’ in Roofs december 2015. Tenslotte demonstreerde Remco Kootstra van SkyDrone hoe drones kunnen worden ingezet voor dakopnames en –inspecties. Dit is uiteraard aan strenge regels gebonden, daarom is het belangrijk hier een gespecialiseerd bedrijf voor in te zetten.

Het Nationale Daken Congres bood zodoende een compleet overzicht van de huidige stand van zaken in de dakenbranche, en gaf de aanwezigen een duidelijke boodschap mee. Er liggen grote kansen voor de dakenbranche: speel in op de ontwikkelingen en zorg middels strategische samenwerkingsverbanden dat de kennis en capaciteit die in de dakenbranche aanwezig is optimaal wordt benut.