Zoeken

Roofs 2016-07-26 Is Asbestdakenverbod voorbeeld van ‘asbesthysterie’? (premium)

Op 2 juni 2016 werd in de Volkskrant het pamflet Laten we normaal doen over asbest gepubliceerd, dat werd ondertekend door o.a de burgemeester van Alkmaar, een hoogleraar en twee topmannen van woningcorporaties. In het pamflet wordt gepleit voor een meer nuchtere benadering van de asbestproblematiek. Volgens marktpartijen is dit een ontkenning van de ernst van de pro­blematiek die een ongewenst remmend effect heeft.

De ondertekenaars baseren zich op het onderzoeksrapport Inzichten in de omgang met de risico’s van asbest van ­Crisislab, dat via de website van het bureau is te downloa­den. In het pamflet wordt de stelling verdedigd dat de huidi­ge maatregelen tegen asbest, waaronder het Asbestdakenverbod, buitenproportioneel zijn. Zo lezen we in het pamflet bijvoorbeeld: “De vondst van asbest leidt niet alleen tot paniekreacties, maar vaak ook tot een risico-regelreflex: we pakken het risico aan met nieuwe regelgeving. Regelmatig volgen meteen grootschalige, kostbare saneringsprogramma’s, met ingrijpende financiële gevolgen voor de betrokken organisaties, zoals woningcorporaties. Maatschappelijke onrust en media-aandacht laten nauwelijks ruimte om het probleem normaal te benaderen.”

‘Nuchtere, pragmatische benadering’

In het pamflet wordt aangegeven dat deze reactie, gezien de voorgeschiedenis, begrijpelijk is. In de jaren zestig en zeventig zijn honderdduizenden mensen aan hoge concentraties blootgesteld, waardoor er nu jaarlijks zo’n duizend mensen eerder overlijden. Sinds 1993 is het materiaal dan ook terecht verboden, en in gebouwen van vóór 1993 zit nog veel asbesthoudend materiaal. Om dit materiaal gaat het nu. De eisen aan het saneren zijn in de loop der jaren steeds strenger geworden vanuit de redenatie dat iedere asbestvezel gevaarlijk is. Volgens de ondertekenaars wordt zelden gekeken naar het nut en andere effecten van deze zeer strenge eisen. Ook is er nooit een vergelijking met andere, vergelijkbare risico’s gemaakt.

Crisislab maakt deze vergelijking en komt tot de conclusie dat het risico van hechtgebonden asbest in woningen en daken ‘eigenlijk heel klein’ is. Die asbestvezels kunnen namelijk in principe niet loskomen uit de bouwmaterialen. Bovendien is asbest in gebouwen vaak op plaatsen verwerkt die niet in directe verbinding staan met de lucht, waardoor het risico relatief laag is. De kosten voor asbestverwijdering wegen hier volgens de ondertekenaars niet tegen op. De verhouding is volgens de ondertekenaars scheef: het geld dat aan asbestsanering wordt besteed, kan niet worden ­geïnvesteerd in andere belangrijke woningverbeteringen, zoals energiebesparing.

Inventarisatie wijst uit dat huurders van woningcorporatie Talis zelf zouden kiezen voor het energiezuinig maken van de woning of het vervangen van de badkamer of keuken. Het gevaar van asbest wordt door hen (terecht, volgens de ondertekenaars) als ‘klein’ ingeschat. Na een asbestbrand in Alkmaar (januari 2014) kozen de bewoners van het getroffen gebied (na een persconferentie en raadpleging van de GGD) ervoor om terug naar huis te gaan. Een ­vergelijkbare brand in Roermond (december 2014) leidde tot grote sociale onrust en een schoonmaakactie die in totaal 4 miljoen euro kostte. Desgevraagd had een ruime meerderheid van de inwoners het geld liever aan andere zaken besteed, zoals onderwijs en huisvesting.

De ondertekenaars benadrukken dat een dergelijke keuze dient te worden gemaakt op basis van de juiste informatie. In het pamflet stelt men dat op deze manier gekozen kan worden voor een pragmatische, nuchtere aanpak: “Geen grootschalige saneringsprogramma’s, maar saneren als nodig, zoals bij grote risico’s op blootstelling. Daarnaast aansluiten bij natuurlijke momenten, als groot onderhoud en sloop.”

‘één vezel kan al tumor veroorzaken’

Een week later (op 11 juni 2016) antwoordde Jan Verschoor van de Abestslachtoffers Vereniging op het pamflet, eveneens in de Volkskrant. Hij stelt dat het onjuist is om het risico van hechtgebonden asbest in woningen en daken als klein voor te stellen: “De realiteit is volstrekt anders: één ingeademd asbestvezeltje kan zich hechten aan het long- of buikvlies en kan op termijn een tumor, genaamd mesothelioom, vormen. Mesothelioompatiënten hebben na diagnose een levensverwachting van gemiddeld één tot twee jaar.”

Verschoor hekelt de wijze waarop in bijvoorbeeld de bakkersbranche de gezondheid van werknemers en consumenten minder zwaar meetelt dan het commercieel belang en werkgelegenheid. Hij complimenteert staatssecretaris Dijksma, die inziet dat de talloze asbestdaken - die al tientallen jaren in gebruik zijn-  door de invloed van weer en wind asbestdeeltjes gaan loslaten en vasthoudt aan het besluit de asbestdaken definitief uit het milieu te verwijderen. Verschoor eindigt zijn reactie met de verwoording van de zorg dat er voor de sanering van de asbestdaken slechts een ‘erg beperkte subsidieregeling’ beschikbaar is. Voorkomen moet worden dat gebouweigenaren uit kostenoverwegingen de sanering zelf ter hand gaan nemen, met alle gevolgen van dien.

Leo Veldhuis van branchevereniging VAVB (Vereniging van Asbest Verwijderende Bedrijven) noemt de kwalificatie van de ondertekenaars een ‘miskenning’ van de risico’s van asbestvezels. Als asbest in het beton blijft zitten, is het gevaar inderdaad verwaarloosbaar. Maar het probleem is nu juist dat de asbest die op de Nederlandse daken aanwezig is aan het einde van de levensduur zit: de asbestvezels komen als gevolg van erosie los. Dat asbestvezels ongevaarlijk zouden zijn is volgens Veldhuis ‘onzin’, asbestvezels die losraken van het materiaal zijn wel degelijk levensbedreigend.

“Het Asbestdakenverbod stelt hoge eisen aan de branche voor asbestsaneerders. De capaciteit wordt momenteel opgebouwd. Strategische samenwerkingsverbanden worden aangegaan., o.a. met de dakenbranche. Ook wordt door diverse branchepartijen gesproken met de betrokken ministeries en overheden (zoals provincies) over de prioriteitsstellingen op het gebied van veilig werken, de juiste mensen en eventuele vraagstukken rond de financiering. Het wordt een hele opgave om de deadline van 2024 te halen maar het is zaak om zoveel mogelijk asbest uit het milieu te verwijderen. Het signaal dat de ondertekenaars van het pamflet afgeven werkt averechts: we moeten nu juist niet op de rem gaan staan, maar gewoon aan het werk, vanzelfsprekend op een veilige en verantwoorde manier .”