Zoeken

Roofs 2016-07-32 Het gebruik van drones in de dakenbranche (premium)

Drones

Steeds vaker worden zogeheten Remotely Piloted Aircraft Systems (RPAS), ­bekender onder de naam ‘drones’, ingezet om de situatie op het dak in kaart te brengen. Wat zijn de mogelijkheden en aandachtspunten,en hoe zit de regelgeving in elkaar? Een overzicht.

Een inspectie of inventarisatie van het dak middels een drone is, net zo goed als het waterdicht maken van het dak dat is, een specialisme. Er is een grote hoeveelheid aanbieders die producten en diensten met drones aanbieden. Partijen die specifieke dakopnamen kunnen maken zijn minder talrijk. Er zijn speciale vaardigheden en vergunningen nodig om activiteiten op (of beter gezegd: boven) het dak te kunnen en mogen verrichten.

Professioneel gebruik

De dakenbranche begint het gebruik van drones te omarmen. Afhankelijk van de aandrijving en de kwaliteit van de camera zijn er veel mogelijkheden. Met drones zijn inmiddels zeer nauwkeurige opnames te maken en zodoende is de staat van het dak op deze manier zeer goed in kaart te brengen. Naast een opname of inspectie van het dak, zonder het dak te betreden, is het ook bijvoorbeeld mogelijk een dakreportage te maken.

Op Youtube verschijnen steeds meer filmpjes van daken die met drones zijn gemaakt en ook in de vakpers en andere documentatie zijn steeds meer dakfoto’s te bewonderen die gemaakt zijn met drones. De drones kunnen ook thermische opnames maken en zodoende in kaart brengen waar bijvoorbeeld de dakisolatie ontbreekt of ontoereikend is. Tevens kunnen drones worden ingezet bij het inventariseren van waterschade, of bijvoorbeeld de meest gunstige positie van zonnesystemen te bepalen.

Het is eenvoudig om een drone aan te schaffen of te huren. Maar het gebruik ervan is aan regels gebonden, de regels hieromtrent vallen onder de bevoegdheid van Inspectie IL&T.

Particulieren mogen met bepaalde drones vliegen, als zij zich aan de regels houden. De drone moet bijvoorbeeld altijd voor de piloot zichtbaar zijn. En binnen de bebouwde kom mag niet gevlogen worden. Op het particulier/recrea­tief gebruik van drones is de regeling modelvliegen van toepassing.

Met beroepsmatig of zakelijk gebruik van drones wordt het gebruik met een economisch of bedrijfsmatig oogmerk ­bedoeld. Op het beroepsmatig gebruik zijn o.a. het Besluit met regels voor- en de Regeling op afstand bestuurde lucht­vaartuigen van toepassing. Bedrijven of beroepspiloten mogen een drone alleen gebruiken als ze een vergunning of ontheffing hebben van de IL&T.

Eisen

Bij professioneel gebruik worden eisen gesteld aan zowel de piloot als de drone en de omgeving waar de drone in wordt gebruikt.

De piloot dient te beschikken over een vliegbewijs (RPA-L). Het vliegbewijs dient te worden verstrekt door een als RPAS geregistreerde vliegschool voor de modules Theorie en Praktijk. Er dienen minimaal twee mensen bij de besturing betrokken te zijn: een piloot en een waarnemer. De waarnemer hoeft niet te beschikken over het genoemde vliegbewijs.

De drone zelf dient te zijn ingeschreven bij het luchtvaartregister (BVI) en te beschikken over een Speciaal Bewijs van Luchtwaardigheid (S-BVL). Het bedrijf dat de diensten aanbiedt dient aanvullend te beschikken over het RPAS Operator Certificate (ROC).

Voor beroepsmatig gebruik gelden de volgende gebruiksbeperkingen, zoals ook verwerkt in de regelingen en ­vergunningen:

  • De maximale hoogte waarop gevlogen mag worden is 120 m;
  • Er mag alleen gevlogen worden bij daglicht;
  • De piloot of waarnemer dient de drone in het zicht te houden. De maximale afstand waarop de drone zich van de piloot of waarnemer mag bevinden is 500 m.
  • Er dient een horizontale afstand van minimaal 150 m te worden gehouden van mensenmenigten, aaneengesloten bebouwing en wegen met een maximale snelheid van 80 km/u of hoger.
  • Er dient een horizontale afstand van minimaal 50 m te worden gehouden van industrie- en havengebieden, kunstwerken en spoorlijnen.
  • Er dient een horizontale afstand van minimaal 15 km te worden gehouden van gecontroleerd luchtruim (vliegvelden en luchthavens).

Voor inspectie van objecten kunnen afstandsontheffingen worden aangevraagd.

Handhaving

De politie kan namens het ­Openbaar Ministerie (OM) toetsen of een bedrijf of persoon in het bezit is van alle vergunningen (of ontheffingen) en of men zich aan Wet luchtvaart houdt. Bij eventueel geconstateerde overtredingen, kan dat leiden tot boete, straf (via rechter) of inbeslagname. De Inspectie IL&T toetst of sprake is van een veilige situatie. Bij eventueel geconstateerde tekorten kan dat van invloed zijn op de vergunning (of ontheffing) en leiden tot bestuurlijke boete. Handhavers van de provincie kunnen nagaan of men ontheffing of regeling van provincie heeft voor het starten en landen buiten een luchthaven en men zich hieraan houdt.