Zoeken

Roofs 2016-07-58 Het bouwen van een steiger is een specialisme

Scholing

Het veilig werken op hoogte staat momenteel ­volop in de belangstelling. Niet alleen wordt de Richtlijn Steigers per 1 juli gratis beschikbaar, ook de voorbereidingen op de nieuwe scholingsstructuur steigerbouw draaien op volle toeren en is er een sectorplan voor de steigerbouw aangekondigd. Naast de wereld van de stalen steiger verandert ook die van de rolsteiger. Hier is het nieuwe A-blad rolsteigers inmiddels goedgekeurd en waarmee 1 januari 2018 de officiële invoeringsdatum gaat worden voor een nieuwe, veiliger ­opbouwmethode.

Wie veronderstelt dat scholing van steigermonteurs alleen van belang is voor gespecialiseerde steigermontagebedrijven, heeft het mis. Ook de monteur van de lokale aannemer wordt geacht straks te beschikken over een erkend diploma of branchecertificaat. Betekent dit een grote verandering ten opzichte van de huidige situatie? Moet men extra investeren in personeel en dit in de tijd dat het economisch niet echt uitkomt? Voor het bedrijf dat zichzelf respecteert, de zzp’er of ozp’er die degelijk en betrouwbaar zaken wil doen, is het geen probleem.

Steiger is geen bijzaak

Het bouwen van een steiger, standaard of complex, is een specialistisch vak, dat zowel door gespecialiseerde steigerbedrijven in de bouw, industrie, (petro)chemie, scheepsbouw en offshore wordt toegepast. Ofschoon het gebruik en de omstandigheden hetzelfde zijn: het blijven pijpen en koppelingen of systeemsteigers. Ook al bouw je de steiger voor eigen gebruik, zoals bijvoorbeeld  een metselbedrijf of voegbedrijf doet, het blijft een werkplek voor mensen die ook graag na het werk weer heelhuids naar huis willen. Een grote verantwoordelijkheid dus voor diegenen die de steigers monteren. Dat er met name op de kleinere bouwplaatsen het nodige aan schort en er nog steeds op onveilige wijze wordt gewerkt, tonen de jaarlijkse inspectieresultaten van de Inspectie SZW (Arbeidsinspectie) helaas telkens weer aan.

Er is een mentaliteitsverandering voor nodig om de montage van steigers te gaan beschouwen als een vak en niet als noodzakelijk kwaad, alvorens de kosten voor de bouw ervan ook op de rekening kunnen worden gezet. Dat betekent op termijn een mentaliteitsverandering van de opdrachtgever/klant, maar vooral ook van de aannemer, zzp’er of ozp’er zelf. Laten we eens beginnen met het werk volledig serieus te nemen en alle facetten van het bouwproces te gaan waarderen. Dit begint bij de kennis en vaardigheid van de monteur.

Nieuwe scholingsstructuur

De Richtlijn Steigers is een (digitaal) document, waarin het hele steigerproces is beschreven en waarin is vastgelegd hoe voldaan wordt aan de wet- en regelgeving - en hoe de kwaliteit van de steiger gewaarborgd is, zodat er veilig op gewerkt kan worden. Ieders verantwoordelijkheden zijn duidelijk vastgelegd. Een richtlijn die niet alleen wordt gehanteerd door de steigerbedrijven, maar vooral ook door opdrachtgevers en Inspectie SZW.

Dat geldt ook voor de nieuwe scholingsstructuur, waarbij iedereen die steigers monteert in de overgangsperiode tot 1 januari 2017 de gelegenheid heeft om monteurs óf een diploma te laten behalen óf een branchecertificaat. Vervolgens vindt registratie plaats op één centrale plek, het Centraal Diploma Register, waar ook de VCA-certificaten staan geregistreerd. Resultaat: een veilig opgebouwde, veilige steiger en geen fraude meer met pasjes of certificaten. Een bijkomend resultaat is de erkenning van steigermontage als een vak én de erkenning van de vakmanschap van het personeel. Meerwaarde dus voor de baas én de werknemer.

Verandert er veel? Ja en nee. Voor die werknemers die veel ervaring hebben met steigermontage en/of al beschikken over ‘steigerpasjes’ of ‘certificaten Steiger­bouwer A/B’ of vergelijkbaar, betekent het dat men de kennis en vaardigheden moet aantonen. Voor diegenen die geen ervaring hebben, geen papieren, betekent het dat men geschoold of getraind moet worden, maar dan wel via het leren-werkentraject (BBL) of middels cursussen/trainingen mét persoonscertificering. Dit is niet anders dan dat de schilder, metselaar, tegelzetter, voeger of andere vakmensen ook dienen te beschikken over een erkend bewijs dat men het vak verstaat. Niet veel nieuws onder de zon dus.

Er zijn verschillende wegen om aantoonbaar te maken dat de monteur over adequate kennis en kunde beschikt en veelal deels gesubsidieerd.

Voor hen zonder of met weinig ervaring: men kan lerend werken in de bedrijven en opgaan voor een MBO-diploma ­(vergelijkbaar met het vroegere LTS/MTS) via de zogenaamde BBL-opleidingen. Ook kan worden deelgenomen aan een training/cursus en een certificaat mét persoons­certificering behalen. Onder het regime van de BouwCAO worden de scholingskosten deels vergoed en voor de BBL-opleiding bestaat er daarnaast nog een subsidieregeling Praktijkleren.

Voor hen met veel ervaring bestaat een goed (en onder BouwCAO eveneens gesubsidieerd) alternatief: de EVC-methode, het beoordelen van Eerder Verworven Competenties. Dit is overigens geen traject ‘dat we wel even gaan halen’. Er moet wel degelijk samen met het bedrijf een gedetailleerde invulling worden gerealiseerd van een dossier dat de ervaring van de werknemer goed in beeld brengt. Maar dit leidt uiteindelijk, zo nodig met bijscholing, wel tot een erkend branchecertificaat of zelfs een MBO-diploma.

Diverse mogelijkheden dus, voor de func­ties hulpmonteur, monteur, 1e monteur en voorman en, zoals gezegd, veelal met diverse subsidiemogelijkheden.

De stand van zaken op het gebied van de scholingsstructuur kan worden gevolgd op de websites www.vsb-online.nl, www.richtlijnsteigers.nl en www.opleidingsbedrijfvsb.nl. Op de downloadpagina kunnen routekaarten, kwalificatiedossiers en eind- en toetstermen worden gevonden.

Richtlijnen gratis

Tot nu toe was de toegang tot de website van de Richtlijn Steigers gebonden aan een abonnementsysteem. Om de veiligheid in de branche verder te verhogen en voor alle marktpartijen een gelijkwaardig uitgangspunt te bieden, is besloten om de website -net als die van de Richtlijn Bekistingen en Ondersteuningen- met ingang van 1 juli 2016 gratis te maken. Op 9 juni ondertekenden Gijs Buijs van de Vereniging van Steiger-, Hoogwerk- en Betonbekistingbedrijven en Teus de Wit van Bouwend Nederland hiervoor een convenant. De bekendmaking vond plaats na een informatiemiddag waarin de Richtlijn Steigers en de nieuwe scholingsstructuur voor de steigerbouw centraal stonden. Met de richtlijnen hebben beide partijen de Arbowet concreet ingevuld. De richtlijnen geven steeds de stand van de wetenschap weer, waarop instanties ook in de praktijk controleren.

A-blad Rolsteigers aangepast

Niet alleen bij de stalen steigers maar ook bij de rolsteigers vinden veranderingen plaats. Hier wordt het A-blad Rolsteigers aangepast. Dit blad is met name van belang voor beroepsgroepen die een tijdelijke werkzaamheid op hoogte moeten uitvoeren, en op grond van een RI&E (Risico-Evaluatie en -Inventarisatie) hebben gekozen voor het gebruik van een rolsteiger. Daarbij kan worden gedacht aan schilders, voegers, kitters, timmerlieden en gevelreinigers.

In het nieuwe A-blad Rolsteigers zijn aanbevelingen verwerkt die onder meer betrekking hebben op de functionele gebruikerseisen en de keuze van de steigerconfiguratie in de voorbereidingsfase. De aanbevelingen richten zich primair op de opbouw, het gebruik en het afbreken van de rolsteiger, en niet op de werkzaamheden die op de rolsteiger plaatsvinden. Een centraal element is de afspraak dat tijdens de opbouw van een rolsteiger een platform altijd rondom voorzien moet zijn van heup­leuningen voordat deze wordt betreden. Op deze manier wordt voorkomen dat de gebruiker bij de montage onbeschermd staat en dat er sprake is van valgevaar. De nieuwe, veiligere opbouw is door fabrikanten (Altrex, ASC, Custers, Layher en Skyworks) ‘vertaald’ naar hun rolsteigers. Daartoe wordt door de fabrikanten gebruik gemaakt van onder andere speciale leuningconstructies en voorloopleuningen. Het betreft hulpmiddelen en werkmethoden die ook op bestaande rolsteigerconfiguraties kunnen worden toegepast.