Zoeken

Roofs 2016-07-64 Werken op hoogte: Daktoegang via de ladder of kooiladder

Voor het uitvoeren van (onderhouds)werkzaam­heden op daken is het in veel gevallen nodig om het dak te betreden via een ladder of een kooi­ladder. Hoe doe je dit op een veilige manier? In dit artikel een overzicht van de aandachtspunten.

Aan alle werkzaamheden op hoogte dient een RI&E ten grondslag te liggen. Per situatie moet immers bekeken worden welke oplossing de meest gunstige is. Bij het toepassen van ladders en kooiladders moet aanvullend aan een aantal voorwaarden worden voldaan om te voorkomen dat de ladder bijvoorbeeld op een of andere manier omvalt, of dat men tijdens het gebruik van de ladder valt.

Ladders

Officieel mogen daken tot een hoogte van 10 meter worden beklommen met behulp van een ladder. Maar de voorkeur gaat ernaar uit om voor een andere daktoegang te kiezen als de hoogte de 7,5 m overstijgt.

Daar zijn wel eisen aan verbonden. Natuurlijk moet worden opgelet dat de ladder wordt opgesteld op een vlakke ondergrond, die ook stevig genoeg is. Kies de locatie van de ladder met zorg: sluit deze aan op bijvoorbeeld de aanwezige looproute op het dak? Vervolgens moet de ladder onder een hellingshoek van circa 70° tegen de gevel worden geplaatst en de bovenkant van de ladder dient minimaal 1 m boven de dakrand uit te steken. Het is het veiligst als het dak vervolgens kan worden betreden tussen de stijlen van de ladder door (waar dus de sporten ontbreken). Het is in alle gevallen aan te raden de ladder aan de boven- en onderzijde te zekeren om afschuiven te voorkomen: aan de onderzijde met een ladderstopper, aan de bovenzijde met bijvoorbeeld beugels waar de ladder tussen past.

Dit geldt natuurlijk helemaal voor ladders die gedurende het gehele project op de locatie blijven staan. Deze dienen zodanig te worden geplaatst dat de ladder niet onderuit kan schuiven. Volgens de Arbowet is de ladder als werkplek niet toegestaan. Hierop kan enkel een uitzondering worden gemaakt wanneer er sprake is van een gering veiligheidsrisico en een korte gebruiksduur (zoals bijvoorbeeld reinigend onderhoud). Dan nog moet een aantal eenvoudige regels in acht worden genomen. Men mag bijvoorbeeld niet verder dan een armlengte reiken om het werk uit te voeren.

Kooiladders

Er zijn situaties denkbaar waarbij de keuze voor een kooiladder voor de hand ligt. Doorgaans worden kooiladders toegepast naast gebieden met een grote valhoogte, of op plekken waar de toepassing van een staande ladder niet mogelijk is. De kooiladder zelf mag, net als de ladder, een hoogteverschil van maximaal 10 m overbruggen. Indien een groter hoogteverschil moet worden overbrugd, moet de kooiladder worden voorzien van rustbordessen (met een maximale onderlinge afstand van 6 m). Een gevelladder zonder kooibescherming dient te zijn voorzien van een geïntegreerd valbeveiligingssysteem.

De kooiladder mag vanzelfsprekend alleen worden gebruikt door een professionele partij. Als dus de toegang bereikbaar is voor het publiek, moeten voorzieningen worden getroffen. Denk bijvoorbeeld aan een beschermkap of een aanhaakladder.

Keuringen

Ladders dienen altijd te voldoen aan de eisen zoals die zijn vastgelegd in het Arbo­besluit (artikel 7.4 en de beleidsregel 7.4-4 ‘Deugdelijk ladders’. Dit houdt in dat ladders dienen te voldoen aan NEN 2484 ‘Draagbaar klimmaterieel’. Daarbij moeten ladders minimaal eenmaal per jaar worden geïnspecteerd op even­tuele gebreken (vervorming, slijtage, ontbrekende onderdelen, etc.)