Zoeken

Roofs 2016-11-10 De Wet Kwaliteitsborging in de praktijk (premium)

De Wet Kwaliteitsborging zal naar alle waarschijnlijkheid per 1 januari 2018 ­ingaan. Vanaf die datum zal het bouwzicht plaatsvinden via interne en ­externe kwaliteitsborgers. Wat dit betekent voor de bouwpraktijk werd uit­gebreid besproken tijdens de Praktijkdag Kwaliteitsborging in de bouw, dat op 23 november 2016 door Nieman Kwaliteitsborging en Balance & Result werd georganiseerd in het Cinemec te Utrecht.

Dat het onderwerp leeft, bleek uit de opkomst. Meer dan 250 mensen verzamelden zich in de bioscoopzaal om uitleg te krijgen over de nieuwe wet en, belangrijker nog, praktijkvoorbeelden te bespreken over hoe op een juiste manier aan de wet invulling is te geven. De uitleg werd verzorgd door kwartiermaker Hajé van Egmond.

Uit zijn betoog werd duidelijk dat de bouw veel kan leren van andere branches. Zo stelde hij dat de bouw toe moet naar een soort ‘Iens’ voor de bouwbranche: de bouw moet transparanter worden en de kwaliteit moet controleerbaar zijn. Daar is flankerend beleid voor nodig.

De aannemer is verantwoordelijk

De belangrijkste aanpassing in het Burgerlijk Wetboek is dat de aannemer volledig verantwoordelijk wordt gesteld voor het eindresultaat van een bouwwerk. In de huidige situatie is de aannemer niet verantwoordelijk voor gebreken die bij de oplevering niet zijn gesignaleerd of gemeld. In de nieuwe situatie zal de aannemer moeten kunnen bewijzen dat hij niet verantwoordelijk is voor een na oplevering geconstateerd gebrek. Verder is een belangrijk verschil tussen nu en de toekomst dat nu een gebouw zo wordt ontwerpen dat het plan door Bouw en woningtoezicht wordt goedgekeurd. Als de Wet kwaliteitsborging is ingevoerd, zal een gebouw zodanig moeten worden ontworpen en gebouwd dat het bij oplevering aan de eisen voldoet.

Deze verschuiving in de verantwoordelijkheid en het toetsings­moment betekent ook een verschuiving in de organisatie van de kwaliteitsborging. De preventieve toets uit het Bouwbesluit wordt geschrapt, daarvoor in de plaats komt het gebouwdossier bij oplevering. Van Egmond trok de vergelijking met auto-APK, waarbij een instrumentarium wordt ontwikkeld om de kwaliteit van de bouw efficiënt en effectief in kaart te brengen.

De politiek streeft ernaar de wet vóór de verkiezingen door de Tweede Kamer te krijgen, wat een voorlopig sluitstuk ­betekent van een ontwikkeling die 15 jaar heeft geduurd. In eerste instantie geldt de nieuwe wet enkel voor bouwwerken in Gevolgklasse 1, de (complexere) bouwwerken in Gevolgklasse 2 en 3 volgen later.

De verwachting is dat de wet zal zorgen voor innovatie en voor een verbetering van het bouwproces. De bouw beschikt al over een flink aantal kwaliteitsinstrumenten, zoals ISO en KOMO. Van belang daarbij is dat de beschikbare instrumenten op een juiste manier worden ingezet. Van Egmond stelde dat de wet niet zaligmakend is, uiteindelijk is dat een papieren oplossing. Een daadwerkelijke verbetering van de bouwkwaliteit zal uiteindelijk moeten worden bewerkstelligd vanuit de structuur van het bouwproces en een verandering van de cultuur en het gedrag: “Er is niets zo hard als de zachte aspecten”.

Praktijk

Tijdens parallelsessies werd vervolgens ingegaan op de gevolgen van de wet op de bouwpraktijk. Zo werd bijvoorbeeld ingegaan op een pilotproject uitgevoerd op de Binnenhofjes in Zwolle. Frank van Munster van de verantwoordelijke aannemer Nijhuis Bouw vertelde tijdens één van de parallelsessies hoe de aannemer hiermee is omgegaan. Er is een uitgebreide systematiek ontwikkeld om 1) de kwaliteit van de diverse aspecten te formuleren, 2) een plan van aanpak te ontwikkelen, 3) de uitvoering te monitoren en aan de hand daarvan eventueel een nieuw plan van aanpak ontwikkelen en 4) het resultaat te controleren. Er werd in dit verband gesproken over de PDCA-cyclus (Plan, Do, Check, Act).

Zo zijn er verschillende systematieken denkbaar waarbij de kwaliteit van het bouwproject vanaf de ontwerpfase tot en met de oplevering kan worden geborgd. De meeste hiervan werden tijdens deze dag besproken. Eén van de aanwezige opdrachtgevers sprak tijdens de vragenronde zijn verbazing uit dat dit allemaal niet vanzelf spreekt in de bouw. De sprekers konden niet veel anders dan hiermee instemmen, maar gaven tevens aan dat het positief is dat de bouw nu wordt gedwongen gebruik te maken van dit soort instrumenten.

Een belangrijke vraag die hiermee samenhangt is hoe het is gesteld met de juridische aansprakelijkheden. De aannemer is verantwoordelijk voor het eindresultaat, maar heeft de vrijheid de aansprakelijkheid te verleggen zolang dit maar van tevoren duidelijk is afgesproken en vastgelegd. Marlies Pierik van AKD Advocaten toonde zich daarom sceptisch over het praktische effect van de Wet Kwaliteitsborging. In haar ervaring als jurist bij met name infrastructurele bouwwerken signaleert zij de neiging de aansprakelijkheden te verleggen en ze gaf aan van mening te zijn dat de uitgangspunten van de wet wel goed zijn, maar dat ze haar bedenkingen heeft bij de wijze waarop dit in de praktijk gestalte moet krijgen.

Eén ding staat vast: de Wet Kwaliteitsborging komt eraan en de bouw moet met deze wet aan de slag en de nieuwe regelgeving en de daarmee gepaard gaande verantwoordelijkheden inzetten om een belangrijke kwaliteitsslag te maken.