Zoeken

Roofs 2017-02-22 Valveiligheid en aansprakelijkheid (premium)

Special valbeveiliging

De artikelen die in Roofs verschijnen, worden wanneer daar aanleiding toe is voorgelegd aan één of meer redactiemedewerkers. Die beoordelen op ­basis van hun deskundigheid vooraf artikelen op inhoud en of een ­correcte ­voorstelling van zaken wordt gegeven. Als ze twijfelen, trekken ze het na, ­pluizen ze het uit. De mening van de auteur mag afwijken, maar op inhoud moet het kloppen. Deze vorm van redigeren wordt ‘peer-review’ genoemd en is een ­manier om de kwaliteit van de artikelen te bewaken.

Van de redactie

Geregeld komen de redactie­medewerkers bijeen om de kwaliteit van de artikelen te bespreken. Eén van de besproken onderwerpen was dat er duidelijke kaders moeten worden gegeven per deelonderwerp om de artikelen met elkaar in lijn te brengen en te houden. De lezer moet er op kunnen vertrouwen, en moet kunnen verifiëren, dat het artikel inhoudelijk juist is. Een manier van kaders schetsen is een overzicht van begrippen en definities per deelonderwerp met onderlinge verwijzing. Nu er nieuwe beoordelingsrichtlijnen voor valveiligheid zijn en worden opgesteld is dat een goede gelegenheid om daar mee te beginnen. In dit artikel wordt de aansprakelijkheid rond valveiligheid beschreven.

Valveiligheid begint met aan­sprakelijkheid. De valveiligheid zoals in Roofs beschreven handelt om de verantwoordelijkheid tijdens het uitvoeren van betaald werk.

De eerste en enige verantwoordelijke voor de valveiligheid van een werknemer is de werkgever. Valveiligheid valt onder de Arbeidsomstandig­hedenwet, kortweg Arbowet.

In geval van een ZZP’er is de werknemer tevens de werkgever. Ook een ZZP’er valt dus onder de Arbowet. Conform de Arbowet is een werkgever verplicht om vóór de werkzaamheden te beginnen met een Risico Inventarisatie & Evaluatie, de RI&E. Valgevaar moet altijd onderdeel zijn van een RI&E, ongeacht het hoogte­verschil. Artikel 3.16 geeft aan:

Er is in elk geval sprake van valgevaar bij aanwezigheid van risicoverhogende omstandigheden, openingen in vloeren, of als het gevaar bestaat om te vallen.

Vanaf 2,5 meter spreken we van ‘werken op hoogte’ en is werken vanaf de ladder niet meer toegestaan. Veel werkzaamheden zijn repeterend en werkgevers én werknemers hebben met de stichting Arbouw veelvoorkomende werkzaamheden geanalyseerd en beschreven in zogenaamde ­A-bladen. Deze A-bladen geven de stand van de techniek aan voor wat betreft de verplichtingen en de regels ­aangaande veilig werken in de branche. Zo zijn er A-bladen voor schilders, dakdekkers (plat & hellend) installateurs etc. Het A-blad Platte Daken is echter wel geïntegreerd in de Arbocatalogus en bestaat dus niet meer apart.

Vallen tijdens de uitvoering van de werkzaamheden, daar gaat het hier om. Werkzaamheden op en aan daken zijn in drie hoofdgroepen te verdelen te weten:

1    nieuwbouw en grote renovatiewerken

2    kleine renovatiewerken en aanbrengen installaties op daken

3    kortdurende onderhoudswerken op en aan daken

1. Nieuwbouw en grote renovatiewerken, de bouwfase
Bij het realiseren of renoveren van een bouwwerk moet gewerkt worden naar de eisen van het Bouwbesluit. In het ontwerp moet nagedacht worden over het voorzienbaar onderhoud en hoe dit veilig uit te voeren. Het voorzienbaar onderhoud en de maatregelen hoe dit veilig uit te voeren moeten worden overlegd bij het indienen van de bouwplannen.

Wanneer het werk een aanvang neemt, moeten de ­gevaren van de uitvoering worden geïnventariseerd. Bij een project van enige omvang met vele partijen werkt het niet als alle werkgevers een eigen analyse maken. Die moeten op elkaar afgestemd worden. Voor een bouwproject aanvangt, moet daarom een specifieke Risico inventarisatie worden gemaakt door de ontwerper/architect: het Veiligheid, Gezondheid en Milieu-plan, kortweg het VGM-plan.

De ontwerper geeft aan de hand van een checklist de risico’s aan die spelen bij de uitvoering. De aannemende partij moet aangeven hoe de risico’s te minimaliseren c.q. weg te nemen. Voor het werk wordt door opdrachtgever en opdrachtnemer een VGM-coördinator aangesteld die toeziet op een veilige uitvoering. Dakdekkers die op de bouw hun werk moeten uitvoeren, moeten zelf ook bijdragen aan het plan en er in ieder geval naar werken.

De (verplichte) Arbeidshygiënische strategie geeft de voorkeur aan bronaanpak: voorkom dat valgevaar ontstaat. Valveiligheid tijdens de bouwfase betekent daarom vrijwel altijd een continue afzetting met collectieve beveiliging zoals hekwerk of steiger. Gaten in de werkvloer moeten worden gedicht, en transport naar de werkplek moet in alle gevallen veilig plaatsvinden. Duidelijk is dat bij werken naar een VGM-plan de werkgever aansprakelijk is in geval het fout gaat. Praktisch gezien zijn dat de aannemer en zijn onderaannemers. De opdrachtgever heeft zijn verantwoordelijkheid met het VGM-plan afgedekt.

2. Kleine renovatiewerken en aanbrengen installatie op daken
Wanneer een dakdekker of installateur zonder tussenkomst van een hoofdaannemer werkt, dan zullen zij als werkgever zelf een RI&E moeten maken. De te nemen maatregelen voor het uit te voeren werk moeten zijn aangegeven. De opdrachtgever heeft een plicht er op toe te zien dat er veilig wordt gewerkt. De invulling van die plicht laat helaas nog veel ruimte waardoor praktisch alle aansprakelijkheid bij de werkgever ligt. Jurisprudentie kan hier verandering in brengen. Interessant in deze categorie is het aanbrengen van zonnepanelen waarbij de afgelopen jaren zich veel valincidenten hebben voorgedaan. Dakdekkers en installateurs doen er verstandig aan de veiligheidsmaatregelen te verduidelijken in de aanbieding. Voor renovatiewerk betekent het bijvoorbeeld het ‘in de hekken zetten’ van het dak.

3. Kortdurend onderhoudswerk op en aan daken
Een gebouw mag geen gevaar opleveren voor gebruikers of passanten. Een eigenaar van een gebouw is verplicht zijn gebouw zodanig te onderhouden dat dit ook niet kan gebeuren. Gedacht moet worden aan onderdelen die los kunnen komen en kunnen vallen zoals dakpannen en gevelonderdelen. Een eigenaar of opdrachtgever is niet verplicht voorzieningen tegen valgevaar aan te brengen op zijn/haar daken.

Dat onderhoud moet veilig uitgevoerd worden, daarvoor is de werkgever van de onderhoudsmensen verantwoordelijk en aansprakelijk, de opdrachtgever moet er op toezien dat er veilig gewerkt wordt zoals hierboven beschreven.

Onderhoudswerkzaamheden worden door meerdere disciplines uitgevoerd en een afstemming van de risico’s voor de verschillende onderhoudswerkzaamheden voorkomt verspilling van tijd, middelen en geld. Een afstemming op basis van het te verwachten onderhoud op en aan het dak geeft inzicht in de mate van mogelijke verspilling en hoe deze verspilling te voorkomen. Op basis van een inventarisatie van het al het voorzienbaar onderhoud en de risico’s die er met het uitvoeren daarvan gemoeid zijn kan een zogenaamde Dak- RI&E geschreven worden. Op basis daarvan kan besloten worden tot het aanbrengen van permanente valveiligheidsvoorzieningen zoals bordessen, kooiladders en ankervoorzieningen. De verantwoordelijkheid van veilig gebruik van die voorzieningen ligt bij de werkgever van de onderhoudsmensen.

Interessant in dit verband is dat sinds december 2015 gebouwgebonden ankervoorzieningen deel uitmaken van het gebouw. Helaas zijn er nog geen constructieve normen voor gebouwgebonden ankervoorzieningen waardoor de aansprakelijkheid voor een goede werking nog altijd niet duidelijk zijn. Daarom geldt dat indien een opdrachtgever stelt dat de voorzieningen gebruikt moeten worden, de werkgever er zich van moet vergewissen dat deze deugdelijk zijn vóórdat zijn werknemers aan het werk mogen met die voorzieningen. Hij is en blijft de eerste en enige aansprakelijke omdat de opdrachtgever met de dak RI&E duidelijk heeft gemaakt toe te zien op veilig werken.