Zoeken

Roofs 2017-10-18 Energiezuinig bouwen is geen vraag maar een eis (premium)

Luchtdichtheid van de hele schil

In de bouw werken vele disciplines samen met de bedoeling te komen tot een goed functionerend bouwwerk. Het werk van de ene discipline sluit niet altijd aan op dat van de andere, waardoor het eindresultaat niet wordt wat het moet zijn. Als er één onderdeel is dat daar last van heeft, dan is het wel de luchtdichtheid van de schil.

Ton Berlee

Bij het bouwen moet er worden samengewerkt. Samenwerking vraagt overleg en afstemming, maar meer nog vraagt dat om regie. Hoe moeilijk dat kan zijn, bewijst de eis dat een gebouw voldoende luchtdicht moet zijn. Dat begint bij het ontwerp. Gebruikelijk is om een constructie te bedenken en neer te zetten, waar alle krachten mee opgevangen kunnen worden. Dat moeten we ook blijven doen, want instortingsgevaar is echt veel wezenlijker dan luchtdichtheid. Architecten nemen voor speciale gebouwen de vrijheid om eerst de vorm te kiezen en de vraag van de constructie vervolgens bij een constructeur te leggen, wat natuurlijk ook goed is.

Luchtdichtheid?

Op enig moment moet de vraag gesteld worden hoe het bouwwerk te laten voldoen aan de eisen van luchtdichtheid. Daarvoor moet eerst de luchtdichte schil bepaald worden. Stel een doorsnede voor van het te realiseren gebouw en teken daarin een aaneengesloten lijn die de luchtdichte laag vormt. Op een scherm in het ontwerp is dat eenvoudig, zoals bijvoorbeeld afbeelding 1 laat zien. Een eenvoudige woning met een plat en een hellend dak.

De bouwfysica leert ons dat de meest luchtdichte laag aan de warme zijde van de schil inwendige condensatie voorkomt, daarom heet zo’n laag ook damprem. Kijken we dan naar het detail gevel-plat dak, dan ziet de aaneengesloten luchtdichte schil eruit als in afbeelding 2.

En nu blijkt dat tekenen iets anders is dan het realiseren, helemaal als de bouwpraktijk in ogenschouw moet worden genomen. De dakdekker zal immers een dampremmende laag maken als afgebeeld in afbeelding 3. De dakdekker zal waarschijnlijk met z’n werk beginnen als de borstwering staat. De gevel zal niet zijn voorzien van een dampremmende laag waar op aangesloten kan worden. Dit detail is als voorbeeld genomen, omdat het laat zien hoe het wel aansluit op de bouwpraktijk. De luchtdichting tussen binnenspouwblad en dakvloer wordt met een extra tape gerealiseerd. Dat moet door de aannemer gebeuren, voordat de isolatie op het binnenspouwblad wordt aangebracht.

Kijk nu even naar de doorsnede en bedenk hoe de overige aansluitingen praktisch gerealiseerd moeten worden, en door wie op welk moment. Dan is het niet zo gek dat er een veelvoud aan middelen moet worden ingezet gedurende het bouwproces om de luchtdichtheid tot stand te brengen. Er is geen sprake van één product waarmee alles gerealiseerd kan worden. Leveranciers en fabrikanten van bouwproducten als kozijnen en dakelementen dragen oplossingen aan. Die oplossingen verschillen: ze sluiten meestal het best aan op het product dat door de leverancier verkocht wordt. De kozijnen en dakelementen zelf voldoen immers aantoonbaar aan de eisen. De aansluitingen op de andere bouwdelen kunnen gerealiseerd worden, daar worden ook producten en oplossingen voor aangeboden. Wie deze moet uitvoeren, is echter niet altijd duidelijk. Of die realisatie altijd mogelijk is, moet door de ontwerper en de bouwer worden beoordeeld. Natuurlijk zijn er uitgebreide gebruiksvoorwaarden opgesteld, maar… En meestal wordt de aannemer hier geacht de uitvoering op zich te nemen. Er zijn inmiddels enkele producten op de markt die de aansluiting ­ingebouwd hebben, het dakraam van Key-lite is daar een mooi voorbeeld van. Het waterdicht inwerken van doorvoeren, ­dakramen en andere producten die de bouwschil onderbreken is gemeengoed, het luchtdicht inwerken nog niet.

Bewust aankaarten

Op bouwdeelniveau begint het besef van luchtdicht bouwen goed door te dringen en ziet de aannemer actief toe op een goede uitvoering. Aannemers die nul-op-de-meter woningen of andere energiezuinige gebouwen hebben gerealiseerd, kennen de moeilijkheidsgraad en weten dat tot in detail gelet moet worden op een goede uitvoering. Bij onderaannemers is dat nog lang niet het geval. Wel waar het duidelijk het onderdeel betreft waar ze op ingezet worden, maar niet voor het geheel. Dat kan ook niet van die onderaannemer verwacht worden, maar de onderaannemer zou uit eigenbelang wel mee moeten denken. Als een dakdekker het dak afdicht, en zeker wanneer daarmee ook de isolatie voor de warmteweerstand wordt aangebracht, dan moet de damp- en luchtdichtheid zijn gerealiseerd. Een doorvoer moet onder de isolatie zijn aangesloten op de dampremmende laag! Een afvoer moet niet alleen waterdicht, maar ook luchtdicht zijn aangesloten! Alle aansluitingen bij dakkapellen, opgaand werk, kozijnen etc. De dampremmende laag moet zijn aangesloten op de luchtdichte laag!

Er zijn door de jaren heen in de vakbladen enorm veel stukken geschreven over het belang van het keuren van de dakondergrond vóórdat met het dakdekkerswerk wordt begonnen. Dit om te voorkomen dat de dakdekker werk uitvoert op een ongeschikte ondergrond. Wanneer na jaren problemen ontstaan met het dak die voortvloeien uit die ongeschiktheid, dan wordt de dakdekker daar op aangesproken. Met de toename van isolatie en de hogere eisen met betrekking tot luchtdichtheid zal ook dit onderdeel worden van het dakdekkerswerk. Wanneer luchtlekkages zich in of onder het dakwerk voordoen, zullen dakdekkers daar op aangesproken worden. Natuurlijk kunnen dakdekkers de risico’s van luchtlekkage uitsluiten bij het aangaan van het werk. Zeker nu het werk zich weer als vanzelf aandient, lijkt dat een eerste optie. Of dat op termijn ook werkt, valt te betwijfelen. Bewust aankaarten lijkt een betere optie. ­Energiezuinig bouwen is geen vraag meer maar een eis.