Zoeken

Roofs 2018-02-03 Donuts

column

BREEAM! BENG!! Soms vliegen de certificaten je letterlijk om de oren. De vergroening gaat gepaard met een woud aan certificaten, keurmerken en labels. Duurzaamheid is een containerbegrip, dus is er een breed scala aan certificeringsmogelijkheden. Afhankelijk van de vraag van de opdrachtgever liggen hier dus ook legio mogelijkheden voor de uitvoerende partijen om zich te onderscheiden. Dat is natuurlijk goed: de uitvoerende partijen committeren zich aan een bepaalde eis op het gebied van duurzaamheid en maken inzichtelijk voor de opdrachtgever dat ze dit doen.

Duurzaamheid als verdienmodel doet al jarenlang opgang en is als zodanig een poging om het economische en maatschappelijke systeem waarin we allemaal functioneren bij te sturen. De mens is immers verantwoordelijk voor de verstoring van het ecosysteem, waardoor we nu te maken hebben met klimaatverandering en allerlei andere zorgwekkende verschijnselen, die gerelateerd zijn aan de uitputting van de aarde. Lastig is dat de vele initiatieven en bijbehorende certificaten functioneren binnen hetzelfde systeem dat de problemen heeft veroorzaakt. Veel economen zeggen dat het roer radicaler om moet, om de problemen van de komende generaties het hoofd te kunnen bieden.

In dit opzicht is het boek dat de Engelse econoom Kate Raworth onlangs publiceerde interessant: Donut Economie. Het boek wil een nieuwe kijk op ons economisch stelsel bieden, waarbij niet winst en groei de centrale uitgangspunten zijn, maar een gezonde en welvarende samenleving voor iedereen die erin functioneert. Dat begint bij het respecteren van de ecologische en sociale grenzen die er nu eenmaal zijn. Het beeld van de donut staat voor die grenzen. Het broodje zelf staat voor de ruimte waarbinnen op een veilige manier wordt geproduceerd, geconsumeerd en geleefd, zonder dat dit ten koste gaat van natuur, ­gezondheid en welvaart van anderen. Het gat in het midden symboliseert het tekort waar eenieder zich aan wil ontworstelen. De ruimte erbuiten symboliseert het teveel, waar de activiteiten van de mens zorgen voor een verstoring van het ecologische en sociale systeem.

Raworth is niet onomstreden. Zo wordt haar verweten dat ze een karikatuur maakt van het momenteel gangbare economisch model. De focus is allang niet meer alleen maar groei, er wordt wel degelijk ook rekening gehouden met het welzijn van de mensen. In deze editie van Roofs vindt u daar legio voorbeelden van. Problematisch aan haar boek is ook dat ze wel zegt dat we een hele nieuwe manier moeten ontwikkelen om onze maatschappij in te richten, maar niet wat die manier zou moeten zijn.

Die kritiek is niet helemaal onterecht, maar het is een nuttig betoog om over na te denken. Want, bijvoorbeeld, de voorzie­ningen om veilig en gezond te werken in de ­dakenbranche worden wel met nobele argumenten op de markt gebracht, maar iedereen begrijpt dat de betreffende leverancier dat primair doet om er aan te verdienen. Stel je nu eens voor wat er gebeurt als dat achterwege wordt gelaten: wel een verdienmodel, maar zonder dat dit verdienmodel een verdere groei van de organisatie tot doel heeft. Het doel is dan immers: gezondheid en welvaart, op een economisch en ecologisch verantwoorde manier.

Welke gevolgen zou deze verschuiving voor de daken­branche hebben? Worden de maatregelen op de bouwplaats strenger, of juist minder streng? Worden de marges kleiner, of juist groter? Zullen de dakdekkers minder snel slijten? Wat voor veiligheidsvoorzieningen krijgen we? En hebben die dan nog steeds jaarlijks onderhoud nodig? Wat voor materialen zullen worden gebruikt? Zouden de ­dakbedekkingen op plantaardige basis dan een vlucht nemen? Wat voor effecten zal dat dan weer hebben?

Als je een beetje nadenkt over deze vragen, merk je dat de dakenbranche zich voor een deel al richting een Donut-economie ontwikkelt: zo is er marktbreed al veel aandacht voor arbeidsomstandigheden en ­duurzaamheid. Maar deze positieve ontwikkelingen worden dikwijls verstoord doordat marktpartijen, bijvoorbeeld door invloed uit te ­oefenen op regelgeving, hun best doen het algemeen belang in dienst te stellen van het eigen belang. Soms lijkt de donut, als je er eenmaal aan bent begonnen, meer op een glibberige pudding. Een mooie opdracht voor de dakenbranche is dus: maak goede donuts!

Edwin Fagel