Zoeken

Roofs 2019-01-22 Veranderende regelgeving heeft grote impact op dakenbranche (premium)

Ontwikkelingen in de bouwregelgeving

Op 13 november vond het jaarlijkse managementsymposium van Probasys Benelux (inmiddels ProBitumen Benelux) plaats, de vereniging van producenten en leveranciers van bitumen afdichtingsystemen. De ontwikkelingen in de wet- en regelgeving die impact hebben op daken zijn daar gepresenteerd. In dit artikel een nadere blik op deze ontwikkelingen en de invloed op het dagelijks werk van bedrijven in de dakenbranche.

ing. Johan van der Graaf, Nieman Raadgevende Ingenieurs

Actualiteiten Bouwbesluit 2012

Milieuprestatie

Per 1 januari 2018 stelt Bouwbesluit 2012 eisen aan de ­milieuprestatie van nieuwe woningen en kantoren >100 m2. Doel hiervan is het verminderen van de milieu-effecten van het materiaalgebruik bij de bouw van dergelijke gebouwen. Bij de aanvraag van een bouwvergunning (omgevingsvergunning voor het bouwen) moet een milieuprestatieberekening volgens de ‘Bepalingsmethode Milieuprestatie Gebouwen en GWW-werken’ worden ingediend, kortweg MPG-berekening genoemd. De berekening is een inven­tarisatie van het materiaalgebruik, waarbij gebruik wordt gemaakt van data uit de Nationale Milieudatabase. De bedoeling is dat de aanvrager of bouwer welover­wogen kan kiezen voor materiaalgebruik met zo min mogelijk ­milieu-effecten.

Op dit moment kan met in de bouw gangbare materialen relatief eenvoudig aan de eis worden voldaan. Gemeenten krijgen in de toekomst de mogelijkheid om lokaal hogere ­eisen te stellen aan de milieuprestatie. Voor de daken­branche is de impact van de milieuprestatie op dit moment nog beperkt, gezien de relatief lage eis en gezien de relatief kleine impact van dakbedekking op de uitkomst van de milieuprestatie in de huidige systematiek. Bij toekomstige aanscherping kan dit veranderen. Het is voor de brancheorganisaties en fabrikanten daarom van belang om de informatie in de Nationale Milieudatabase steeds actueel te houden.

Vervallen verplichte gasaansluiting voor nieuwbouw

Door de wijziging van de Gaswet mag de netbeheerder in principe geen gasaansluitingen meer realiseren bij nieuwbouw waarvan de bouwvergunning na 1 juli 2018 is ­aangevraagd. Alleen als het college van B&W vanwege ‘zwaarwegende redenen van algemeen belang’ een ­uitzondering maakt, is een gasaansluiting toegestaan. Er is een ministeriële regeling opgesteld met voorbeelden van dergelijke situaties, maar de voorwaarden voor een uitzondering zijn streng. Vanwege deze wijziging in de gaswet is sinds 1 juli 2018 in Bouwbesluit 2012 de verplichting geschrapt om aan te sluiten op een nabijgelegen gasnet.

Labelverplichting kantoorgebouwen vanaf 1 januari 2023

Per 1 januari 2023 moet elk kantoor groter dan 100 m2 minimaal energielabel C hebben. Dit betekent een Energie-Index van 1,3 of beter. Voldoet het pand dan niet aan de eisen, dan moeten energetische verbeteringen worden aangebracht op bouwkundig of installatietechnisch gebied, zoals het (extra) isoleren van de gebouwschil, zoals het dak. Anders mag het pand vanaf 1 januari 2023 niet meer als kantoor worden gebruikt.

Specifieke voorschriften voor drijvende bouwwerken

Sinds 1 januari 2018 geeft Bouwbesluit 2012 voorschriften voor drijvende bouwwerken, zoals woonschepen en arken. Daarbij wordt, net als voor andere bouwwerken, onderscheid gemaakt tussen bestaande en nieuwe ­drijvende bouwwerken. Voorschriften voor nieuwe ­drijven­de bouwwerken zijn strenger in vergelijk met bestaande ­bouwwerken. Er is een aantal inhoudelijke verschillen tussen de voorschriften voor drijvende bouwwerken en ­reguliere gebouwen. Zo is de eis voor thermische isolatie minder streng. Voor de dakenbranche zal de impact van deze nieuwe voorschriften beperkt zijn. Wel is nu duidelijk dat de technische voorschriften van Bouwbesluit 2012 die voor daken gelden, ook gelden voor drijvende bouwwerken.

BENG (Bijna Energie Neutrale Gebouwen)

Vanaf 1 januari 2019 worden de zogenaamde ‘BENG’-eisen van kracht voor overheidsgebouwen en per 1 januari 2020 voor andere gebouwen. Deze eisen vervangen de huidige energieprestatie coëfficiënt (EPC), die de mate van energiezuinigheid van een gebouw aangeeft. De uitkomst waardeert de belangrijkste energetische eigenschappen van een gebruiksfunctie, zoals de thermische isolatie en de gebouw­installaties. In grote lijnen verschillen de BENG-eisen op de volgende onderdelen van de huidige EPC-eis:

• Er komt een geheel nieuwe bepalingsmethode voor zowel nieuwbouw als bestaande bouw (de NTA 8800)

• In plaats van één EPC-eis komen er 3 verschillende ­‘BENG-indicatoren’ waarvoor elk een eis in het Bouwbesluit wordt opgenomen:
BENG 1: energiebehoefte, dus: de hoeveelheid warmte die nodig is om een gebouw op te warmen. Dit heeft ­consequenties voor de thermische isolatie.
BENG 2: primair fossiel energiegebruik, het gebouw-gebonden energiegebruik van installaties, zoals bijv. verwarming, warmtapwater en ventilatie, inclusief lokale opwekking.
BENG 3: percentage hernieuwbare energie, de verplichting om duurzame bronnen toe te passen, zoals bijvoorbeeld PV, of een warmtepomp.

Voor daken zijn met name BENG 1 en BENG 3 relevant. Om te voldoen aan de voorgenomen eis voor BENG 1 blijkt méér isoleren dan de minimale eisen van Bouwbesluit 2012 een voor de hand liggende maatregel. Dat betekent dat als gevolg van BENG 1 ten opzichte van de huidige situatie snel­ler de keus wordt gemaakt om daken van nieuwe gebouwen uit te voeren met een hogere isolatiewaarde (Rc > 6,0 m2.K/W). Om te voldoen aan BENG 3 zullen daken in meer gevallen ten opzichte van de huidige praktijk worden voorzien van ­PV-panelen of units voor (lucht)warmtepompen.

Ook het Energielabel voor bestaande gebouwen wordt op de nieuwe rekenmethode gebaseerd. Verschil met nieuwbouw is dat er -net als nu- alleen gekeken wordt naar het totale gebouwgebonden energiegebruik, vergelijkbaar met tweede BENG-indicator.

Omgevingswet en BBL

Naar verwachting wordt in 2021 de Omgevingswet van kracht. Hiermee worden 26 verschillende wetten in één wet samengevoegd en worden 26 AMvB’s (‘Algemene ­Maatregel van Bestuur) in 4 nieuwe AMvB’s omgezet. Eén van die AMvB’s is het ‘Besluit Bouwwerken Leefomgeving’ (BBL), de opvolger van het Bouwbesluit 2012. Het BBL is op 3 juli 2018 gepubliceerd (https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stb-2018-291.html).

In onderstaand schema geven witte vlakken de huidige ­situatie van de bouwregelgeving vereenvoudigd weer. Het blauwe vlak schematiseert de Omgevingswet waarin ­onder andere (delen van) de Wabo en de Woningwet ­worden opgenomen. Het oranje deel omvat het BBL met daarin eveneens een deel van de Woningwet en de inhoud van Bouwbesluit 2012. Uiteindelijk wordt in het BBL ook de Wet Kwaliteitsborging voor het bouwen opgenomen, ervan uitgaande dat deze wet door de Eerste Kamer wordt aangenomen.

Naast de technische inhoud van het Bouwbesluit wordt nog een aantal andere besluiten geïntegreerd in het BBL. Denk bijvoorbeeld aan delen uit het ‘Besluit Energieprestatie Gebouwen’, Asbestverwijderingsbesluit en Activiteitenbesluit. Een belangrijke wijziging is dat gemeenten de mogelijkheid krijgen om in toekomstige omgevingsplannen maatwerk­regels te stellen op het gebied van o.a. ‘energiezuinigheid’ en ‘milieuprestatie’. Omgevingsplannen zijn de opvolger van de huidige bestemmingsplannen. Met een maat­werkregel in het omgevingsplan kan een gemeente in een bepaald gebied een strengere eis stellen aan de ­energiezuinigheid en milieuprestatie van gebouwen. Net zoals bij de ‘BENG’-eisen kunnen dergelijke strengere eisen van invloed zijn op de mate van isolatie en materiaalkeuze van daken.

Wet Kwaliteitsborging voor het bouwen

Mogelijk tegelijkertijd met de inwerkingtreding van de ­Omgevingswet wordt de Wet Kwaliteitsborging voor het ­bouwen (Wkb) van kracht. De Wkb is op 4 juli 2017 ­behandeld in de Eerste Kamer, maar de stemming is ­aangehouden en inmiddels is de Wkb wederom behandeld in de Tweede Kamer (6 december 2018). Ook is er inmiddels een hoofdlijnenakkoord tussen het Ministerie van BZK en de VNG (Vereniging van Nederlandse Gemeenten). ­Vervolgens zal het wetsvoorstel wederom in de Eerste Kamer worden behandeld. Met de inwerkingtreding van de Wkb verschuift de traditionele Bouwbesluittoets die de gemeente uitvoert naar de markt. Deze gaat uitgevoerd worden door een ‘kwaliteitsborger’. De Wkb beoogt een verbetering van de bouwkwaliteit, doordat het gerealiseerde gebouw beoordeeld wordt in plaats van alleen de bouwtekeningen. De verantwoordelijkheid voor het voldoen aan de bouwregelgeving komt nadrukkelijker te liggen bij de aanvrager van de omgevingsvergunning of de eigenaar van het gebouw.

Aan het proces van kwaliteitsborging wordt een aantal eisen gesteld in de Wkb en de bijbehorende AMvB kwaliteitsborging. Denk bijvoorbeeld aan een aantal verplichte beoordelingsmomenten en aan het samenstellen van een gebouwdossier. Dit betekent voor de toeleverende industrie in de dakenbranche dat meer aandacht nodig is voor het vastleggen van producteigenschappen, van prestaties van producten en van de controle daarop. Naast de Wkb zien we ook in allerlei contractvormen (bijv. UAV-GC) dat er steeds meer een aantoonplicht wordt neergelegd bij industrie en verwerker en dat er langere garanties worden gevraagd. Het wordt steeds belangrijker om niet alleen te kijken naar het ‘eigen’ product, maar ook naar de wijze waarop dat product wordt verbonden met andere bouwdelen. Ook voor de dakenbranche hebben deze ontwikkelingen effect op de wijze waarop processen zijn ingericht en aan de kennis en het vakmanschap van de betrokken medewerkers.

Slot

Dit artikel geeft inzicht in de meest recente ontwikkelingen op het gebied van de bouwregelgeving. Zoals we zagen heeft dit vanuit verschillende invalshoeken impact op de dakenbranche:

  • Introductie van BENG kan leiden tot meer dakisolatie en tot nog meer toepassing van PV-panelen en buitenunits voor warmtepompen op daken.
  • Met de introductie van de Wet Kwaliteitsborging voor het bouwen komt er meer nadruk op het aantonen dat aan de vereiste prestaties wordt voldaan. Dat heeft gevolgen voor de productdocumentatie, kwaliteitsverklaringen, processen en kennisbehoefte in de dakenbranche.
  • De verhoogde eisen voor de energieprestatie die gemeen­ten als maatwerkregel in het omgevingsplan kunnen stellen, kunnen lokaal doorwerken in hogere waarden voor thermische isolatie van de dakconstructie