Zoeken

Roofs 2022-06-03 Investeer in toekomstige flexibiliteit

column

Het thema van dit nummer is gebruiksdaken: het benutten van het dakoppervlak voor meer doel­einden dan alleen het waterdicht maken en dienenals bouwfysische schil (geluid, brand, koude).

Wat ik een aantal jaren geleden ook al eens bij het uitreiken van het Dak van het Jaar heb gezegd, is dat deze extra functies nooit ten koste mogen gaan van deze primaire functies, met waterdichtheid voorop. Dat lijkt logisch, maar hier wordt helaas nog als eens tegen gezondigd. Niet zelden op basis van kosten­overwegingen wordt de besparing dan gevonden in de vorm van een minder zekere waterdichting; die is immers het minst sexy.

In werkelijkheid is de situatie juist andersom: aan de waterdichtheid dient bij gebruiksdaken extra aandacht en dus ook geld te worden besteed. Vaak worden ze zwaarder belast, is de waterdichte laag lastiger te bereiken en zijn de consequenties van lekkages extra groot. Kortom: hoe meer functies een dak krijgt, des te meer aandacht dient er uit te gaan naar de primaire functie van waterdichting.

Een meer indirecte primaire functie van het dak, of eigenlijk van dit dak tezamen met de onderliggende constructie, is het bieden van voldoende sterkte en draagkracht. Een draagconstructie, die op basis van economische overwegingen op het randje is ontworpen, zal iedere aanpassingen of verandering wat betreft het gebruik van het dak belemmeren of minimaal lastig en duur maken. Bijna dagelijks lopen we in de praktijk tegen dit probleem aan bij het plaatsen van zonne­panelen op een dak, met name in het geval van lichte industriedaken. Een in dit kader interessante rapportage is ‘Constructieve beperkingen voor zon-op-dak in utiliteitsbouw’, opgesteld op basis van een onderzoek uitgevoerd door Systemiq (SIQ) en Evers Partners (EP) in opdracht van en in samenwerking met TKI Urban Energy en RVO.

Om voor toekomstige ontwikkelingen wat betreft gebruiksdaken en het gebruik van daken de noodzaak van dit soort studies en rapportages te verminderen, is het aan te bevelen om bij de dimensionering van de draagconstructie bij nieuwbouw enige ‘redundancy’ in te bouwen en niet op de grens te rekenen en dimensioneren. Dat kost geld – overigens een fractie van wat aanpassingen achteraf kosten –, maar het is zeker geen weggegooid geld om in deze toekomstige flexibiliteit te investeren.

Flexibiliteit betekent dat het, ook wat betreft andere aspecten dan constructieve, niet te lastig mag zijn om aan een gebruiksdak een nieuwe of andere functie toe te kennen. Het is zeker te verwachten dat er in de toekomst nieuwe gebruiksdoelen worden bedacht c.q. zich aanbieden. Als dat dan bijvoorbeeld een bestaand groendak betreft waarbij de grond en de beplanting met kruiwagens over grote afstanden afgevoerd moeten worden, kan dat een behoorlijke belemmering inhouden. In dat kader zijn slimmere opties te bedenken dan los gestorte aarde. Denk bijvoorbeeld aan kant-en-klare frames die afsteunen op de draagconstructie en die groenbakken kunnen dragen, maar ook zonnepanelen of bestratingselementen.

De ontwikkeling van gebruiksdaken biedt een zee aan mogelijkheden voor innovaties en innovatieve geesten, zoals ook uit een aantal artikelen in dit nummer blijkt!

Otto Kettlitz