Zoeken

Roofs 2022-06-44 Meer oog voor de rol van de landschapsarchitect

Special gebruiksdaken

Copijn Landschapsarchitecten staat bekend om zijn innovatieve daktuinen. “Vroeger werden landschapsarchitecten meestal te laat betrokken bij het ontwerpen van een daktuin”, vertelt Ronald Verheul van Copijn. “Dat is terecht aan het veranderen. Want hoe eerder wij erbij betrokken worden, hoe eerder we kunnen aangeven wat er nodig is om dit ontwerp te realiseren.”

Tekst: Nolanda Klunder

Ronald Verheul is senior Projectleider Techniek bij Copijn Landschapsarchitecten. “Copijn verschilt van andere bedrijven in de branche doordat wij een technische afdeling hebben”, licht hij toe. “Andere landschapsarchitecten ontwikkelen tot en met het voorlopige ontwerp dan wel het definitieve ontwerp en geven het daarna uit handen aan een ingenieursbureau om het technisch uit te werken. Maar bij Copijn werken we het ontwerp zelf technisch uit. En niet alleen dat, de collega’s van Copijn Groenaanleg en Beheer kunnen het ontwerp ook aanleggen en onderhouden. Niet alle opdrachtgevers kiezen daarvoor, maar het kan natuurlijk interessant zijn om alles bij één organisatie in te kopen. Doordat wij meerdere disciplines onder één dak hebben kunnen we snel schakelen en efficiënt werken. Je ziet ook dat er steeds vaker gewerkt wordt met bouwteams en de vraag naar integrale contracten toeneemt.”

Meer oog voor de landschapsarchitect

Een belangrijke ontwikkeling, ziet Verheul, is dat er meer oog komt voor de rol van de landschapsarchitect. “Vroeger werden we tien van de tien keer te laat bij plannen betrokken”, vertelt hij. “Nu is dat vijf van de tien keer. Een gebouw begint bij de wens van de opdrachtgever en de schets van de architect. Als wij er dan meteen bij betrokken worden, kunnen we op tijd aangeven ­welke randvoorwaarden er nodig zijn voor het groen in dit ontwerp en wat het groen gaat kosten. Als wij er te laat bij komen, kan blijken dat bepaalde dingen niet meer mogelijk zijn. Er kan dan een mismatch ontstaan tussen het sfeerbeeld dat de architect aan zijn opdrachtgever heeft gepresenteerd en wat in de praktijk technisch haalbaar is.”

Maximale belasting

“Een daktuin ontwerpen is technisch ontwerpen”, zegt Verheul. “De allereerste vraag is altijd: wat is de maximaal toelaatbare permanente belasting van het dak? Een kuub substraat voor het groen weegt, indien verzadigd met water, 1.500 kilo. In een halve meter substraat (750 kilo) kun je bijvoorbeeld een haag en heesters planten, maar geen boom. Dat zijn factoren om in je ontwerp mee te nemen.” Op een sfeerbeeld staan bomen mooi op een dak, maar in de praktijk zitten daar veel haken en ogen aan, vertelt Verheul: “Bomen zijn te zwaar om vrij op een dak te plaatsen; ze kunnen alleen op kolommen. Een belangrijke factor daarbij is de wind: boven de 50 meter worden bomen te gevaarlijk, omdat ze te veel wind vangen. Kortom: al vroeg moet je nadenken over wat je wil en welke eisen dat stelt aan de constructie van het dak. Zijn daar beperkingen – zoals bij bestaande bouw altijd het geval is – dan moet je die bij het ontwerpen van de daktuin vanaf het begin meenemen als randvoorwaarden. Als een dak een beperkte draagcapaciteit heeft, is soms alleen een sedumdak mogelijk. Sedum heeft maar een substraat van 5 tot 7 cm nodig en kan zo een belangrijk onderdeel zijn van de oplossing. Maar voor ons is de uitdaging wel om in het ontwerp altijd te zoeken naar een mogelijkheid om dit te combineren met andere extensieve begroeiing.”

Afwatering

De tweede vraag is hoe de afwatering is geregeld. Verheul: “Idealiter ligt een dak onder afschot van 1,6 %. Als het regent, loopt het water door het substraat heen naar drainagematten, waarlangs het water naar het laagste punt stroomt naar een doorvoer. Bij nieuwbouw haal je echter de 1,6% bijna nergens. Met 1% kom je er ook nog wel door te kiezen voor dikkere drainagematten, die water kunnen bufferen: hoe vlakker het dak, hoe minder het water wegstroomt, hoe meer het water kan opstropen in de drainagemat, hoe dikker de mat moet zijn. Er zijn veel verschillende leveranciers met verschillende producten. Wij zijn innovatief: wij kijken naar het ontwerp en kijken vanaf daar welk materiaal we moeten gebruiken. Wij zitten niet vast aan een bepaald type of een bepaalde leverancier. Dat betekent dat we onze eigen weg kunnen vinden bij elk gebruiksdak. Zo hebben we een daktuin van 30.000 m2 ontworpen met daarop 15 cm lava, met daarin de drainagebuizen; de lava verving dus de drainagemat. Zo kijken we per project hoe we de afwatering willen regelen.”

Ecologie

“De derde vraag is: wat zijn de wensen op het gebied van ecologie en duurzaamheid? Sinds vijf jaar nemen die thema’s een hoge vlucht. Er is steeds meer aandacht voor natuurinclusief bouwen. Bij groendaken heb je het dan bijvoorbeeld over het gebruik van inheemse planten, waar bijen en vlinders belang bij hebben. Verder kunnen groene daken gecombineerd worden met blauwe daken, zodat hemelwater wordt gebufferd en gebruikt kan worden voor irrigatie van het groen.” Daarnaast zijn er bruine daken, vertelt Verheul. “Bij bouw wordt er vaak grond afgegraven en afgevoerd. In de toplaag daarvan zitten echter gebiedseigen zaden, die voedsel zijn voor vogels. Wat je kunt doen, is de afgegraven toplaag op het dak leggen, met het bodemleven en de zaden erin, zodat de vogels hun foerageergebied behouden.”

“In het voortraject zijn we over deze vragen in gesprek met de opdrachtgever, gemeente, projectontwikkelaars en bouwaannemers. Maar er zijn veel meer partijen die meedenken. Zo wordt de installateur erbij betrokken om te praten over de vraag waar de leidingen voor irrigatie komen. We overleggen met de constructeur welke ballast mogelijk is en waar de noodoverstorten komen. Ecologen kunnen vertellen over de vraag of we voldoen aan BREEAM, of de gekozen planten inheems zijn en of we met het gebouw geen lichtvervuiling creëren. Zo zitten er heel veel partijen met ons aan tafel om onze innovatieve daktuinen te realiseren.”