Zoeken

Roofs 2022-07-28 Van grind naar sedum naar echt klimaatadaptief dak

Tijd voor de volgende stap

Vaak – als het aan Michiel van de Bunt ligt, te vaak – is een groen dak een sedumdak. Maar een sedumdak is het minimale, als je klimaatadaptief wilt werken. Wie letterlijk verder kijkt dan het dak, ziet wat de omgeving nodig heeft en richt daar het dak op in. “Zorg in het bestek voor een paar centimeter substraat extra; kijk niet alleen hoeveel, maar ook welke planten je per vierkante meter plaatst. Dat levert al enorm veel op.”

Tekst: Heidi Peters

“Voor mij betekent klimaatadaptief werken dat je een stukje klimaat opneemt in je project.” Aan het woord is Michiel van de Bunt, accountmanager bij ZinCo Benelux, dat systeemoplossingen biedt voor onder meer allerhande soorten groene daken. “Klimaatverandering toont zich aan ons in verschillende gedaanten, zoals hitte en droogte, maar ook wateroverlast. Deze veranderingen zouden we als architecten, hoveniers en aannemers als uitgangspunt in ons project moeten nemen. Dat we datgene wat er mógelijk kan gebeuren, al meenemen in onze plannen. Nog te vaak is het antwoord op de vraag naar klimaatadaptief bouwen een sedumdak. En ja, een sedumdak is beter dan een grinddak. Maar we kunnen nog zoveel meer!”

Alleen groen is niet genoeg

Van de Bunt breekt een lans voor het zetten van die vol­gende stap. Niet eens een extra stap, maar gewoon de volgende logische stap op het gebied van groene daken. “Is een sedumdak eigenlijk niet het nieuwe grind geworden? Natuurlijk, een sedumdak is beter dan een zwart dak of grinddak. Het blijft koeler op het dak en het houdt wat water vast, maar niet zo gek veel. Een waterbuffer van 30 liter is klimaatadaptief, maar de spons zit vaak al halfvol, dus bij een stevige bui klotst de rest er gewoon overheen en belandt alsnog in het riool. De systemen voor sedumdaken worden steeds lichter en de plantenpakketten erop worden steeds magerder. De citroenvlinder, om maar een diertje te noemen, heeft daar niet zo veel aan. Dus hoe klimaatadaptief is zo’n sedumdak? Hoe mooi is het wanneer je er met jouw dak voor kunt zorgen dat bepaalde vlinders of vogels weer ruimte krijgen? Het is tijd voor de volgende stap.”

Een dak dat werkelijk bijdraagt aan diversiteit

In 2019 is op de Peperklip in Rotterdam, een gigantisch wooncomplex voor sociale huisvesting dat gebouwd is in 1982, een biodivers dak aangelegd. Dat het om bestaande bouw gaat, maakt het constructief gezien wat uitdagender, maar niet onmogelijk. Het dak is niet toegankelijk voor mensen en dat is ook niet het doel. Het groene dak, dat zich op ongeveer gelijke hoogte bevindt als de boomtoppen in de buurt, is bedoeld om zoveel mogelijk beestjes te laten gedijen. Zo is er gekeken hoe het mogelijk is om plasjes water te laten staan. Van de Bunt: “Dit bleek mogelijk en er is ontzettend veel meer mogelijk om biodiversiteit op zo’n dak te creëren en te versterken. Belangrijk is dat de verschillende uitvoerende partijen samenwerken, om het zodanig te maken dat zoveel mogelijk beestjes een kans krijgen. Dan kijk je daadwerkelijk op een klimaatadaptieve manier. En heel veel duurder hoeft het niet te zijn. Op de Peperklip is bijvoorbeeld een deel van de beplanting aangelegd en een deel ingezaaid. Het dak heeft toch geen representatieve functie, de planten mogen ook later opkomen. En over planten gesproken: denk na over de planten die je zaait of neerzet. In een bestek staat bijvoorbeeld standaard 15 planten per vierkante meter. Neem even de tijd om naar de omgeving te kijken en te bedenken wélke planten dan het beste zijn. Daar kan eventueel een stadsecoloog bij betrokken worden. De Peperklip heeft nu een dak dat vanwege de diversiteit aan beplanting bijen, vlinders en vogels aantrekt.”

Kruisbestuiving

Wat heeft de omgeving nodig? Dat zou volgens Van de Bunt het uitgangspunt moeten zijn als klimaatadaptatie onderdeel is van een project. Een stadsecoloog kan hierover adviseren, zoals in Rotterdam, maar dat hoeft niet altijd. Wie weet dat een specifieke vlinder zich in de omgeving ophoudt, kan daar zijn dak op inrichten. Daarnaast zijn vooral diversiteit en wateropslag belangrijk. Van de Bunt: “Met een weiland vol paardenbloemen maak je misschien één vogelsoort blij, maar je draagt niet bij aan de voedsel­keten. Een sedumdak vind ik dan ook het minimum van het minimum. Ook als het gaat om wateropslag. Is het dak na drie dagen hitte droog, dan doet het nog niks. Ja, het is wel beter dan de 80 graden die een zwart dak bereikt, maar echt klimaatadaptief wordt het pas als je er water op pompt; dan doet het wat voor de diversiteit. Er is kruisbestuiving nodig, niet alleen op het dak, maar eerst tussen de bouwende partijen, van architect tot aannemer, uitvoerder en hovenier. Kijk bijvoorbeeld eens naar scholen: 75 tot 80 procent van het water dat een school gebruikt, is toiletspoeling. Dat los je met een sedumdak niet op. Aanvullende specialisten moeten dus gaan samenwerken. Wij proberen dit verhaal ook bij zoveel mogelijk architecten en aannemers bekend te maken. Er is natuurlijk allerlei wetgeving voor. In Amsterdam moet je bijvoorbeeld 60 liter kunnen vasthouden en vertraagd laten afvoeren naar de riolering, en zo heeft elke gemeente zijn regels. Maar wat zou het mooi zijn als we vanuit een intrinsieke motivatie klimaatadaptief zouden werken, gewoon omdat het goed is voor de natuur en onszelf.”

Regenergie

Met regenwater kan ontzettend veel meer dan nu gebeurt. Daarom stapte ZinCo Benelux in het samenwerkingsverband Regenergie met drie andere bedrijven die gespecialiseerd zijn in watergebruik en -hergebruik. ZinCo is gespecialiseerd in daktuinen met wateropslag, één partner in tuinirrigatie en ondergrondse opslag, een andere in het oogsten van de warmte van regenwater en die vervolgens aan de warmtepomp aanbieden, en de derde partner is een sprinklerinstallatiebedrijf. Van de Bunt: “Er is zoveel mogelijk met regenwater, dat een eenvoudig sedumdak het minimale is wat je kunt doen. Een echt biodivers en klimaatadaptief dak kan water opvangen wanneer het nodig is en kan ook water oppompen naar het dak. Het is mooi als we dat met zijn allen willen en durven maken. Er is kennis genoeg; roep die op het juiste moment in.”

Jouw dak is meer dan jouw dak

“Het klimaat is iets wat ons allemaal aangaat en zo zouden we ook naar elke project moeten kijken. Ja, jouw dak is jouw dak. Maar tegelijkertijd is jouw dak onderdeel van een heel groot oppervlak aan daken. Klimaatadaptief werken is dus niet een lijstje afwerken voor jouw eigen dak, maar breder kijken, naar de omgeving. Daarom start elk project met de vraag: wat is het doel van het dak en waar moet het aan bijdragen? Moet het er mooi uitzien? Voor wie maken we het dak? Maken we het voor vogels, laat er dan planten groeien die vogels gebruiken voor nestenbouw. Mijn punt is: een groendak is niet per definitie goed. Het is wel per defi­nitie beter dan grind. Maar blijf je afvragen wat het doel is en hoe je er het maximale uit haalt.”

Zie klimaatadaptief werken niet als iets dat ook nog moet

“Wanneer een architect iets tekent, gaat deze uit van bijvoorbeeld 100 kilo belasting per vierkante meter en dan kun je als hovenier al niet meer zo veel. Maak je er 130 kilo van, dan heeft de hovenier mogelijkheden voor veel interessantere planten. Daarom moet een architect of aannemer voordat deze een project op de markt brengt in gesprek gaan met iemand die hier kennis van heeft. Zodat er uiteindelijk meer mogelijk is dan het standaard aantal centimeters substraat en het gebruikelijke aantal planten per vierkante meter. De vraag moet zijn: wat kun je met het dak maximaal bereiken op het gebied van klimaatadaptatie? Durf je af te vragen of je alleen een vinkje hebt gezet achter “klimaatadaptatie” of dat je het maximaal haalbare hebt bereikt. We standaardiseren nog heel veel. Daar is kwaliteitswinst te behalen, en dat is niet eens zoveel duurder. Het ene of het andere plantje, dat maakt qua kosten niet zoveel uit. En wat het uiteindelijk in euro’s duurder is geworden, daar is het dakklimaat een veelvoud van beter geworden. Denk aan het leggen van een boomstam op het dak. Dat brengt zoveel klimaatwinst met zich mee; dan mag die paar honderd euro op een miljoenenproject niet zoveel uitmaken.”

Michiel van de Bunt tot besluit: “Zie klimaatadaptief werken niet als iets dat ook nog moet. Vraag je af hoe je het zo mooi mogelijk kunt maken voor alle partijen en tegelijkertijd de CO2-uitstoot kunt verminderen. Dan kun je zonder veel meerkosten tot de prachtigste oplossingen komen. Voor alle partijen, dus ook vlinders, vogels en bijen.”