Zoeken

Roofs 2023-07-84 Hoe krijg je ook de achterblijvers mee?

Aan tafel met… Paul van Roosmalen

In deze rubriek laat Roofs personen van binnen en buiten de dakenbranche aan het woord. De insteek is om de visie en de persoon achter die visie voor het voetlicht te brengen.

Nolanda Klunder

“Het is fascinerend om op een dak te staan”, zegt Paul van Roosmalen. Na een HBO-studie Bouwkunde en een master Construction Management & Urban Development kwam hij als projectmanager bij de gemeente Rotterdam in aanraking met groendaken. De fascinatie die daar ontstond bracht hem bij zijn huidige functie van programmamanager Multifunctionele daken binnen de gemeente Rotterdam. “Op daken ruikt het anders, klinkt het anders en voelt het anders doordat er meer lucht, wind en zon is. Je ziet de stad vanuit een geheel ander perspectief. Hoe vol de stad ook kan zijn, op het dak ben je omgeven door hectares lege ruimte. Die lege ruimte is een cadeau bovenin de stad, een cadeau dat we moeten gebruiken.”

Wortel, preek en stok

Dat we die ruimte kunnen gebruiken, is bij veel partijen inmiddels bekend. “Er is de afgelopen jaren in dat opzicht veel gebeurd. In Rotterdam zijn overtuigende voorbeelden van multifunctioneel dakgebruik, zoals op het Depot van Boijmans Van Beuningen, de Groene Kaap en de Doelen. Het Nationaal Dakenplan, de Rotterdamse Dakendagen en het symposium van Rooftop Revolution zijn allemaal voorbeelden van serieuze ontwikkelingen die ingezet zijn. Toch kan je niet zeggen dat iedereen al helemaal van overtuigd is van multifunctionele daken”, zegt Van Roosmalen. “Bij innovaties heb je altijd de voorlopers en de achterblijvers. De vraag is hoe je die achterblijvers meekrijgt. Hierbij wordt vaak de metafoor gebruikt van de wortel, de preek en de stok. De wortel is wat je iemand voorhoudt om hem mee te krijgen. Bij daken zijn dat bijvoorbeeld subsidies. Om een ontwikkeling maximaal in te laten zetten, kan de stok handig zijn: je kunt iets verplichten met regelgeving. Maar tussen de wortel en de stok zit de preek: mensen overtuigen van het belang. Er zijn nog steeds veel mensen die multifunctioneel dakgebruik niet logisch vinden, die nog uitsluitend uitgaan van de klassieke functie van een dak: weer en wind buiten houden.”

Waardevol

Men vraagt bij multifunctionele daken vaak naar de terugverdientijd. Van Roosmalen: “Er zijn zoveel situaties waarin we daar helemaal niet naar kijken. Wat is de return-on-investment van een nieuwe blouse of een vakantie? Wie heeft ooit uitgerekend hoeveel jaar je eten kunt laten thuisbezorgen voordat je de nieuwe keuken eruit hebt? Maar als het gaat over een groendak voor de biodiversiteit, willen we ineens dat het rendeert. Waarom? Het is vreemd, frustrerend en ook dom dat we hier de discussie voeren vanuit kosten en baten tegenover waarden. Economie is uiteindelijk een menselijke afspraak die we met elkaar maken – denk aan schelpen als betaalmiddel en de handel in tulpenbollen in de zeventiende eeuw. Waarom moet een multifunctioneel dak zichzelf terugbetalen in geld? Een multifunctioneel dak heeft veel waarde, maar die is niet zonder meer uit te drukken in ons huidige financiële systeem. Het Nationaal Dakenplan heeft een factsheet gemaakt, om de waarde van multifunctionele daken financieel te duiden. Binnen het LIFE@Urban Roofs project hebben we een maatschappelijke kosten-baten-analyse gemaakt om de waarde te kapita­liseren. Maar met dat verhaal alleen komen we er niet. We moeten blijven uitleggen dat iets waardevol kan zijn zonder dat het economische waarde heeft.”

Het goede doen

Waar staat Rotterdam nu, als je kijkt naar het aantal vierkante meters multifunctioneel dak? Van Roosmalen: “Rotterdam heeft ongeveer 18 miljoen m2 platte daken, tel er de licht hellende daken bij op en je hebt het over ongeveer 23 miljoen m2. Het is nog niet eenvoudig om precies aan te geven hoeveel daarvan gebruikt is. We weten dat ongeveer een half miljoen m2 groen is, en ongeveer een half miljoen m2 zonnepanelen heeft. Dat kunnen we detecteren met software: op basis van luchtfoto’s, satellietbeelden en slimme algoritmes kunnen we dat bepalen. Ander dakgebruik laat zich minder makkelijk in kaart brengen. Als geheel zou je kunnen zeggen dat nog maar een fractie van het dakenpotentieel gebruikt wordt. Als gemeente spreken we wel eens een ambitie uit van hoeveel vierkante meters we willen omvormen tot multifunctio­neel dak. Dat is wat mij betreft niet per se een concreet doel dat we willen nameten, maar een weergave van ons ambitieniveau. Het punt is: als je een concreet target bepaalt en je haalt het target, kan je dan achteroverleunen en vaststellen dat je het goed hebt gedaan? Wat mij betreft gaat het er hier niet zozeer om dat je iets goed doet, maar dat je het goede doet. Het goede is dat we ernaar streven dat zoveel mogelijk daken multifunctioneel gebruikt gaan worden.”

Essentieel daarbij is dat de meeste Rotterdamse daken uiteraard niet het bezit zijn van de gemeente. Van Roosmalen: “De gemeente heeft op dit moment geen instrumenten om iets af te dwingen op het dak van een ander. Dat is het gevolg van het Bouwbesluit, dat wij als gemeente niet kunnen overrulen. Het had ook anders kunnen zijn: in België, Duitsland en Frankrijk hebben gemeentes wel mogelijk­heden om eisen te stellen aan het dak. Maar in Nederland kunnen we als gemeente nu dakgebruik alleen stimuleren, niet verplichten. Misschien dat er in de nieuwe Omgevingswet ruimte komt voor lagere overheden om regels op te stellen, dan wordt onze rol heel anders. Daarom willen we het momentum pakken van de BBL, de opvolger van het Bouwbesluit. Als je ziet hoeveel moeite het nu soms kost om bestaande daken multifunctioneel te maken: waarom stellen we niet verplicht dat nieuwe daken meer draagkracht krijgen en standaard veilig te betreden zijn? Dat zou zoveel flexibiliteit geven voor toekomstig multifunctioneel dakgebruik. Maak van het dak een dakvloer, net zo sterk als de vloer eronder. Als wij als één gemeente daarop aandringen, heeft dat weinig effect. Maar als we het met meerdere partijen samen zeggen, staan we sterk. Daar lobbyen we voor.”

Ecosysteem

“Als we de situatie vergelijken met tien à vijftien jaar geleden, zie je hoe ver we zijn gekomen”, besluit Van Roosmalen. “We begonnen met losse partijen die dakgebruik promootten, maar nu is er een geheel ontstaan van veel betrokken partijen. Het is als het ware een ecosysteem dat zichzelf versterkt. Daken zijn een thema van de hele stad geworden. Dat ons dat is gelukt, maakt me trots. Het vernieuwende idee dat je een dak kunt gebruiken is nu normaal gedachtegoed geworden.”